Zoeken
  1. Inwerkingtreding beleidsregel subsidies bijzondere transactiekosten Jeugdwet

Inwerkingtreding beleidsregel subsidies bijzondere transactiekosten Jeugdwet

Op 1 oktober jl. zijn de gewijzigde ‘Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet’ (hierna: Beleidsregel) in werking getreden. Eerder werden deze beleidsregels bij besluit van 17 juli 2014 door de staatssecretaris van Volksgezondheid en Sport en van Veiligheid en Justitie vastgesteld (Stcrt. 29 juli 2014, nr. 21189).Organisaties, gedefinieerd als aanbieders van jeugdhulp, Advies- en Meldpunten Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK’s) en voormalige Bureaus Jeug...
Auteur artikelLieske de Jongh (uit dienst)
Gepubliceerd27 oktober 2014
Laatst gewijzigd27 oktober 2014
Leestijd 
Op 1 oktober jl. zijn de gewijzigde ‘Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet’ (hierna: Beleidsregel) in werking getreden. Eerder werden deze beleidsregels bij besluit van 17 juli 2014 door de staatssecretaris van Volksgezondheid en Sport en van Veiligheid en Justitie vastgesteld (Stcrt. 29 juli 2014, nr. 21189).

Organisaties, gedefinieerd als aanbieders van jeugdhulp, Advies- en Meldpunten Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK’s) en voormalige Bureaus Jeugdzorg (en andere uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering) kunnen op grond van deze Beleidsregel een eenmalige subsidie ontvangen ter dekking van drie soorten kosten die zijn ontstaan door de transitie jeugdzorg. Door deze transitie zijn gemeenten vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk geworden voor bijna alle hulpverlening aan jeugdigen. In totaal zal op maximaal 200 miljoen euro aan subsidies worden verstrekt. Een aanvraag moet bij de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingediend worden die na advies van Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) ook beslist op de subsidieaanvraag. Verdeling van het bedrag vindt plaats in volgorde van datum van ontvangst van de aanvraag. De TAJ heeft drie toetsingskaders gepubliceerd, voor iedere kostensoort één, waarin uitgewerkt is waaraan zij een subsidieaanvraag toetst.

Volgens de Beleidsregel kunnen als gezegd drie soorten kosten gecompenseerd worden. Ten eerste de ‘onvermijdbare kosten’ die een organisatie moet maken om de continuïteit van een bepaald type hulpverlening in 2015 te verzekeren die in 2015 zal worden beëindigd. Er worden enkel kosten vergoed die een organisatie moet maken ondanks dat zij zich heeft ingespannen om dit zo veel mogelijk te beperken. Deze subsidie wordt slechts verleend als de organisatie een bepaalde vorm van hulp lopende 2015 blijft verlenen om de continuïteit van zorg te verzekeren en de voorziening daarna wordt beëindigd. Alleen de extra uitgaven worden vergoed die nog gedaan moeten worden om de hulp aan de resterende cliënten te kunnen voortzetten,  terwijl de inkomsten geleidelijk verminderen en deze kosten dus niet langer volledig gedekt zijn. Het kan zowel gaan om kosten die gemaakt worden omdat arbeidsovereenkomsten langer moeten worden voortgezet als kosten van huisvesting. Mochten de kosten die gemoeid zijn met het voortzetten van de hulpverlening in 2015 niet in verhouding staan tot het belang van de zorg die wordt verleend dan kan de gemeente in overleg met de cliënten die het betreft de zorg op verantwoorde wijze overdragen aan een andere organisatie. De subsidie omvat, anders dan de regeling uit juli 2014, maximaal 80% van de jaaromzet van de organisatie in 2013 in plaats van 2014. Deze wijziging is doorgevoerd, omdat de jaaromzet 2014 mogelijk nog niet bekend is op het moment dat een subsidieaanvraag wordt ingediend.

Ten tweede kunnen organisaties een subsidie ontvangen ten behoeve van ‘onvermijdbare kosten’ voor een vorm van hulpverlening die een organisatie moet maken die het rechtstreeks voortvloeien uit de langdurige verplichtingen die de organisatie vóór 1 januari 2014 is aangegaan ten behoeve van een vorm van hulpverlening die ná1 januari a.s. niet of in mindere mate door de gemeenten op basis van de Jeugdwet zal worden gefinancierd. Deze subsidie wordt alleen toegekend als op voorhand voldoende duidelijk is dat de organisatie na aanpassing aan de eisen van de gemeenten gedurende ten minste drie jaar voortgezet kan worden. Deze vorm van subsidie kan tot uiterlijk 1 april 2017 aangevraagd worden.

Ten derde kan een subsidie verstrekt worden ten behoeve van de kosten die een organisatie in 2015 moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, omdat de bekostiging van de verleende zorg enige tijd op zich zal laten wachten. Volgens de minister zal deze situatie zich alleen voordoen bij organisaties die landelijk of bovenregionaal opereren. Instellingen die hun activiteiten in één of enkele regio’s geconcentreerd hebben zijn volgens de minister meestal ‘gekend’ in die regio’s bij zowel de gemeenten als de verwijzers, waardoor de gemeenten en deze instellingen tijdig tot bevredigende afspraken over bevoorschotting zullen kunnen komen. De Beleidsregel stelt tegen deze achtergrond dan ook de eis dat een organisatie voor de bevoorschotting van een vorm van hulpverlening afhankelijk moet zijn van meer dan 10 samenwerkende regio’s en in de betreffende regio’s een nader gepreciseerde omzet moet hebben behaald in 2013 om in aanmerking te komen voor deze subsidie. De subsidie bedraagt 15% van de omzet van dat deel van de omzet van de organisatie dat de voorzieningen betreft waar de subsidieaanvraag op ziet. Indien het deel van de inkomsten van de instelling voor de betreffende voorziening achterblijven bij de verwachte inkomsten, kan een subsidie van maximaal 80% van dat deel van de omzet van de organisatie in 2013 worden verstrekt. Deze subsidie wordt verrekend met de inkomsten van de instelling die zien op de voorziening waarvoor de subsidie is verstrekt. Verrekening blijft achterwege als de jaaromzet van de instelling niet meer dan 80% betreft van de omzet van 2013 voor de betreffende voorziening en de organisatie bovendien aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om voldoende inkomsten te verwerven. Dit houdt onder andere in dat de instelling zich maximaal moet inspannen om in 2015 alsnog tot goede inkoopafspraken te komen. Zij kan de TAJ verzoeken haar daarbij te helpen.

De minister verwacht, zo blijkt uit de toelichting, dat dit pakket aan maatregelen ervoor zal zorgen dat er geen voorzieningen in het gedrang komen door de transitie. Zo wordt ook voorkomen dat personen die op hulp zijn aangewezen van hulp verstoken blijven. De TAJ heeft de taak gekregen gemeenten en organisaties te helpen bij het maken van goede inkoopafspraken. Mocht dit onvoldoende resultaat opleveren dan kan de TAJ de minister adviseren bestuurlijke maatregelen te treffen. De mogelijkheid een financiële vergoeding te verstrekken, zoals neergelegd in de Beleidsregel, vormt het sluitstuk voor situaties waarin deze vormen van interventie door de TAJ onvoldoende soelaas bieden.