Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Is een geneeskundige verklaring van een arts verstandelijk gehandicapten voldoende bij een gecombineerde diagnose?

Is een geneeskundige verklaring van een arts verstandelijk gehandicapten voldoende bij een gecombineerde diagnose?

De vraag is of de arts verstandelijk gehandicapten en de psychiater volledig inwisselbaar zijn als het gaat om de vraag wie een geneeskundige verklaring kan opstellen voor de opname en het verblijf van een verstandelijk gehandicapte mét een psychiatrische stoornis, oftewel een gecombineerde diagnose.
Auteur artikelLidewij Bergsma (uit dienst)
Gepubliceerd22 mei 2018
Laatst gewijzigd22 mei 2018
Leestijd 

Op grond van het sinds 15 februari 2014 ingevoegde artikel 1 lid 6 Wet Bopz is een ‘arts verstandelijk gehandicapten’ gelijkgesteld met een ‘psychiater’ voor zover het de opname of het verblijf van een verstandelijk gehandicapte betreft en is de arts verstandelijk gehandicapten bevoegd een geneeskundige verklaring op te stellen. De vraag is of de arts verstandelijk gehandicapten en de psychiater volledig inwisselbaar zijn als het gaat om de vraag wie een geneeskundige verklaring kan opstellen voor de opname en het verblijf van een verstandelijk gehandicapte mét een psychiatrische stoornis, oftewel een gecombineerde diagnose.

Casus
In een recente zaak verzocht de officier van justitie om een machtiging tot voorgezet verblijf van de cliënt in een psychiatrisch ziekenhuis. In de geneeskundige verklaring, afgegeven door een arts verstandelijk gehandicapten, is bij de diagnose ‘schizofrenie’ en ‘verstandelijke handicap’ aangekruist. Als belangrijkste diagnose is ‘schizofrenie’ aangekruist. In de ‘verbeterde’ geneeskundige verklaring staat later aangekruist dat de belangrijkste diagnose de verstandelijke beperking is. Blijkens de toelichting bij de verbeterde geneeskundige verklaring is kennelijk per abuis eerder niet de juiste belangrijkste diagnose aangekruist.

Oordeel rechtbank
De rechtbank wijs het verzoek af. De rechtbank overweegt verder dat de gecombineerde diagnose verder reikt dan het deskundigheidsterrein van de arts verstandelijk gehandicapten. Bovendien merkt de rechtbank op dat eerdere machtigingen zijn verleend om het gevaar voortvloeiend uit de schizofrenie weg te nemen. De rechtbank concludeert vervolgens dat voor het psychiatrische deel van de problematiek de betrokkene onderzocht had moeten worden door een psychiater en niet uitsluitend door een arts verstandelijk gehandicapten.

Oordeel Hoge Raad
In cassatie voert de officier van justitie aan dat de betrokkene bij een gecombineerde diagnose niet (ook) onderzocht hoeft te worden door een psychiater. De arts verstandelijke gehandicapten zou door de wetgever onvoorwaardelijk gelijkgesteld zijn met een psychiater als het gaat om de opname en het verblijf van een verstandelijk gehandicapte. De Hoge Raad overweegt dat met de bepaling door de wetgever is beoogd de arts verstandelijk gehandicapten bevoegd te maken ‘op zijn eigen deskundigheidsterrein een medisch oordeel te vellen over de (gedwongen) opname’. De Hoge Raad concludeert dat níet volstaan kan worden met het oordeel van de arts verstandelijk gehandicapten bij een gecombineerde diagnose, omdat deze niet is beperkt tot het ‘eigen deskundigheidsterrein’, maar daarnaast het deskundigheidsterrein van de psychiater bestrijkt. In een dergelijk geval is óók een verklaring van de psychiater vereist. Hierbij speelt mee dat de eerdere machtigingen waren verleend om het gevaar voortvloeiend uit de gediagnosticeerde psychiatrische stoornis weg te nemen en dat die machtigingen nodig waren om dwangmedicatie te verstrekken. Onderhavige machtiging heeft ook betrekking op (de beheersing van) de psychiatrische stoornis. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank volgens de Hoge Raad terecht geoordeeld dat niet volstaan kan worden met de verklaring van een arts verstandelijk gehandicapten. Ten overvloede overweegt de Hoge Raad dat dit oordeel niet anders zou zijn als de verstandelijke handicap de bovenliggende stoornis is.

Tot slot
Deze uitspraak van de Hoge Raad laat zien dat een arts verstandelijk gehandicapten bevoegd is een geneeskundige verklaring te geven voor zover het ‘zijn eigen deskundigheidsterrein’ betreft. Een gecombineerde diagnose, zoals ‘schizofrenie’ én een ‘verstandelijke handicap’ reikt verder dat het eigen deskundigheidsterrein van de arts verstandelijk gehandicapten. In dat geval kan niet volstaan worden met alleen een verklaring van de arts verstandelijk gehandicapten, maar moet de psychiater ook worden betrokken bij de beoordeling.  Of de verstandelijke handicap of de psychiatrische stoornis bovenliggend is, is daarbij niet relevant. Dit betekent dat de arts verstandelijk gehandicapten en de psychiater op grond van artikel 1 lid 6 Wet Bopz niet volstrekt inwisselbaar zijn. Na inwerkingtreding van de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz vanaf 1 januari 2020 wordt dit overigens niet anders.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met Luuk Arends en Lidewij Bergsma.