Daarnaast worden diverse standpunten gepubliceerd als onderdeel van bijvoorbeeld een verzoek in het kader van de Wet Open Overheid. Waar mogelijk zijn deze standpunten eveneens in dit overzicht opgenomen.
Alle separaat gepubliceerde kennisgroepstandpunten zijn tevens te raadplegen via de website van de Belastingdienst: https://kennisgroepen.belastingdienst.nl/.
Bij de laatste update van het besluit waarin een toelichting op het verlaagd btw-tarief is opgenomen zijn veel kennisgroepstandpunten toegevoegd aan het besluit. Als gevolg hiervan wordt het standpunt van de kennisgroep ingetrokken en maakt geen onderdeel meer uit van dit overzicht. De toelichting op het verlaagd tarief is hier te raadplegen.
Btw
Gebitsbescherming; geen medische vrijstelling voor levering gebitsbeschermer
KG:210:2024:4
De levering van op maat gemaakte gebitsbeschermers door een tandtechnicus is niet vrijgesteld van btw. Een gebitsbeschermer die uitsluitend bedoeld is om het gebit te beschermen tijdens sportbeoefening heeft geen rechtstreeks therapeutisch doel. Voor toepassing van de vrijstelling moet het tandtechnische werk bestemd zijn voor therapeutisch gebruik, zoals bij tandprothesen (bijv. beugels, bruggen, MRA's). De levering is daarom belast met het reguliere btw-tarief van 21%.
Valpreventie; geen medische vrijstelling voor groepstraining
KG:210:2024:6
Diensten van een fysiotherapeut gericht op valpreventie bij ouderen vallen niet onder een btw-vrijstelling. De training heeft een algemeen preventief karakter en geen therapeutisch doel: er wordt geen individuele stoornis of aandoening behandeld, en het voorkomen van een mogelijk valrisico zonder concreet gezondheidsgevaar kwalificeert niet als therapeutisch. Daarnaast betreft het een groepsactiviteit, waarbij deelnemers niet persoonlijk en rechtstreeks individueel worden behandeld. De dienstverlening is daarom btw-belast met het reguliere tarief van 21%.
Vergrendelingssysteem rolstoel; onderdeel/toebehoren invalidenwagentje
KG:210:2025:5
Een elektrisch vergrendelingssysteem waarmee een rolstoel in een auto wordt vastgezet, kwalificeert als onderdeel of toebehoren van een invalidenwagentje in de zin van Tabel I, post a.34 Wet OB 1968. Tabel I betreft de goederen en diensten waarvoor het verlaagde btw-tarief (van 9%) geldt. Het systeem vervult een noodzakelijke functie bij het gebruik van de rolstoel voor vervoer, is specifiek voor dat doel ontworpen en heeft geen andere toepassing. Daardoor valt de levering onder het verlaagde btw-tarief. Dit geldt eveneens wanneer de twee systeemelementen, namelijk het deel in de auto en het deel aan de rolstoel, afzonderlijk worden geleverd, omdat zij uitsluitend in combinatie functioneren en beiden zijn bestemd voor gebruik in het invalidenwagentje (rolstoel).
Toiletlift; geen gelijkstelling met sta-opstoel
KG:210:2025:9
De levering van een toiletlift valt niet onder het verlaagde btw-tarief van Tabel I, post a.34 Wet OB 1968. Een toiletlift is niet genoemd in de tabelpost en kan ook niet worden gelijkgesteld met de daarin opgenomen hulpmiddelen, zoals sta-opstoelen. Uit de toelichting en wetsgeschiedenis volgt dat post a.34 uitsluitend ziet op stoelen met een sta-opmechanisme. Een toiletlift is geen stoel, ook al ondersteunt het opstaan via een vergelijkbaar mechanisme. De toiletlift blijft daarom belast naar het algemene tarief.
Ketenzorg; gedeeltelijke vergoeding door derde
KG:210:2023:2
Samenwerkingsverbanden van huisartsen en andere zorgaanbieders die voldoen aan de voorwaarden voor de btw-vrijstelling van ketenzorg ontvangen veelal van de zorgverzekeraar een (gemaximeerd) bedrag voor de kosten van praktijkmanagement. Is dit bedrag niet toereikend dan betalen de huisartsen ook een deel van de kosten. Uit het gepubliceerde standpunt volgt dat de bijdrage van de huisartsen in dit geval deelt in de btw-vrijstelling.
Triagist; medische vrijstelling
KG:210:2022:1
Triagisten van een huisartsendienst verrichten werkzaamheden voor de spoedpost van een ziekenhuis in de zogenoemde ANW-uren. Tussen de huisartsendienst en het ziekenhuis zijn overeenkomsten van opdracht gesloten. Vastgesteld is dat hier géén sprake is van het uitlenen van personeel. Een triagist beoordeelt aan de hand van een anamnese (specifieke vragen) de aard en het urgentieniveau van de klachten en de zorgbehoefte van de patiënt.
Triagist is geen specifiek beroep dat door de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) is gereguleerd. Toch kan op basis van dit gepubliceerde standpunt onder voorwaarden de btw-vrijstelling worden toegepast voor:
- De dienstverlening van de triagist met de opleiding mbo-4 verpleegkundige met de vervolgopleiding tot triagist.
- De dienstverlening van de triagist met de opleiding mbo-4 doktersassistent met de vervolgopleiding tot triagist.
Vennootschapsbelasting
Zorgvrijstelling; winstbestemmingsvereiste niet vervuld zonder kwalificerende aandeelhouders
KG:211:2022:11
Een zorg-bv voldoet niet aan de winstbestemmingseis indien zij geen kwalificerende aandeelhouders heeft, ook niet wanneer de statuten bepalen dat winstuitkeringen uitsluitend ten goede komen aan een vrijgesteld zorglichaam of het algemeen maatschappelijk belang.
Een statutaire winstbeklemming (en een verbintenisrechtelijke verplichting voor niet-kwalificerende aandeelhouders om uitkeringen door te betalen) biedt onvoldoende waarborg.
Voor toepassing van de zorgvrijstelling is volgens de Kennisgroep vereist dat alle aandelen worden gehouden door kwalificerende aandeelhouders zoals aangewezen in het Zorgbesluit; ontbreekt dat, dan is niet voldaan aan de winstbestemmingseis en kan de zorgvrijstelling niet worden toegepast.
Zorgvrijstelling; monistisch bestuursmodel en kwalificerend aandeelhouderschap
KG:211:2024:3
Een stichting met een monistisch bestuursmodel (one tier board) kan worden aangemerkt als kwalificerende aandeelhouder voor toepassing van de zorgvrijstelling, mits aan de niet-uitvoerende bestuurders dezelfde toezichthoudende taken en bevoegdheden zijn toegekend als aan een raad van toezicht in een dualistisch model. Doorslaggevend is dat zij effectief toezicht houden op de doelrealisatie en winstbestemming, bevoegd zijn tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders en statutaire goedkeuring moeten verlenen voor wezenlijke besluiten.
Hoewel het Zorgbesluit uitgaat van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan, past een materiële uitleg bij doel en strekking ervan. De vereiste onafhankelijkheid tussen uitvoerende en toezichthoudende bestuurders moet per geval worden beoordeeld door de inspecteur op basis van de feiten en omstandigheden.
Zorgvrijstelling; ambulancevervoer voldoet aan werkzaamhedeneis
KG:211:2024:6
Een ambulancedienst verricht zes verschillende soorten werkzaamheden. Dit zijn de volgende:
- Meldkamer: Medische triage en inzetbepaling door verpleegkundigen.
- A-1-ritten: Spoedeisend ambulancevervoer bij acute levensbedreiging.
- A-2-ritten: Dringend ambulancevervoer zonder direct levensgevaar.
- EHGV-ritten: Eerste hulp ter plaatse zonder ziekenhuisvervoer.
- B-ritten: Gepland ambulancevervoer met medische begeleiding.
- Rapid Responder: Snelle inzet verpleegkundige zonder patiëntenvervoer.
Al deze activiteiten vallen onder de werkzaamhedeneis. Bij al deze werkzaamheden wordt daadwerkelijk zorg verleend in de vorm van medische beoordeling, eerste hulp, behandeling en/of monitoring. De zorgverlening vangt aan bij de meldkamer en vormt één samenhangende zorgketen. De activiteiten kwalificeren daarom als het genezen, verplegen of verzorgen van zieken en vallen onder de zorgvrijstelling, mits ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
Zorgvrijstelling Vpb; coöperatie met natuurlijke personen voldoet niet aan winstbestemmingseis
KG:211:2025:2
De zorgvrijstelling is niet van toepassing op Coöperatie X, omdat niet wordt voldaan aan de winstbestemmingseis. Hoewel de rechtsvorm coöperatie op zichzelf niet is uitgesloten van de zorgvrijstelling, moeten de leden – analoog aan het beleid voor zorg-bv’s – kwalificeren als kwalificerende aandeelhouders. Natuurlijke personen kunnen niet als zodanig worden aangemerkt.
Nu de leden van Coöperatie X direct of indirect bestaan uit natuurlijke personen, is volgens de Kennisgroep onvoldoende geborgd dat zorggelden duurzaam behouden blijven voor de zorg of het algemeen belang. Daarom wordt volgens de Kennisgroep niet voldaan aan de winstbestemmingseis en komt Coöperatie X niet in aanmerking voor de zorgvrijstelling. De werkzaamhedeneis is door de Kennisgroep niet beoordeeld.
Zorgvrijstelling; kwalificerende aandeelhouders
KG:211:2022:7
De zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, onderdeel c, ten eerste, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is oorspronkelijk niet geschreven om toegepast te worden op besloten vennootschappen die zorg verlenen. Dit is echter alsnog mogelijk indien aan aanvullende vereisen gesteld in het Besluit van 25 november 2019, nr. 2019-187751, zoals gewijzigd bij Besluit van 27 juli 2022, nr. 2022-8874, wordt voldaan. Deze vereisten zien zowel op de besloten vennootschap als op de aandeelhouders.
Als een stichting een aandeelhouder is van een besloten vennootschap die de zorgvrijstelling wil toepassen, is vereist dat de werkzaamheden van deze stichting zowel statutair als feitelijk gericht zijn op het houden van de aandelen in de besloten vennootschap en het bevorderen van de zorgwerkzaamheden. De Belastingdienst heeft bevestigd dat een stichting ook een kwalificerend aandeelhouder kan zijn indien de stichting ook andere werkzaamheden verricht. Hierbij is doorslaggevend dat deze andere werkzaamheden van ondersteunende aard zijn.
Zorgvrijstelling; winstbestemmingsvereiste
KG:211:2022:11
Voor het toepassen van de zorgvrijstelling van artikel 5, lid 1, letter c, ten eerste van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 moet onder andere worden voldaan aan het winstbestemmingsvereiste. Dit vereiste houdt in dat de winst van een lichaam dat de zorgvrijstelling toepast slechts kan worden aangewend ten bate van een lichaam dat de zorgvrijstelling zelf kan toepassen of ten bate van het algemeen maatschappelijk belang.
De Belastingdienst heeft aangegeven dat naar hun mening niet aan dit vereiste wordt voldaan indien op basis van de statuten van het lichaam dat de zorgvrijstelling wil toepassen, een niet-kwalificerende aandeelhouder verplicht is om alle ontvangen uitkeringen te doen toekomen aan een lichaam waarop de zorgvrijstelling van toepassing is of het algemeen maatschappelijk belang.
Loonheffingen
Vergoeding kosten inschrijving beroepsregister GGZ-agoog is loon
KG:204:2022:43
De vergoeding door de werkgever van de kosten voor inschrijving van een GGZ-agoog in het register GGZ-agoog bij het Registerplein kwalificeert als loon in de zin van artikel 10 Wet LB 1964. De inschrijving wordt door de werknemer zelf aangevraagd en betaald. De kosten zijn daarom aan te merken als kosten van de werknemer en niet als intermediaire kosten.
De registratie is binnen het zorgprestatiemodel weliswaar noodzakelijk om uren te kunnen declareren, maar niet verplicht voor de uitoefening van de werkzaamheden als GGZ-agoog. De inschrijving maakt geen onderdeel uit van een opleiding of leertraject en heeft geen rechtstreeks en exclusief verband met het onderhoud of de verbetering van kennis en vaardigheden. Evenmin is sprake van een opleiding of studie gericht op het verwerven van inkomen uit werk en woning, outplacement of een beroepsregistratie die wettelijk vereist is voor het verrichten van de dienstbetrekking.
De gerichte vrijstellingen van artikel 31a, tweede lid, onderdelen c en d, Wet LB zijn daarom niet van toepassing. De werkgever kan de vergoeding wel aanwijzen als eindheffingsloon en onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling, mits wordt voldaan aan de gebruikelijkheidseis.
Dubbele huisvestingkosten/ET-kosten
KG:204:2022:39
Het standpunt gaat in op de situatie waarbij buitenlandse werknemers die werken voor Nederlandse zorginstellingen gratis huisvesting krijgen in Nederland. Normaliter is het vergoeden of verstrekken van huisvesting belast loon voor werknemers. Voor zover sprake is van dubbele huisvestingskosten voor buitenlandse werknemers gaat het om extraterritoriale kosten. Deze kosten zijn onder voorwaarden onbelast te vergoeden.
Vergoeding van materiële schade
KG:204:2022:37
Het recht op de vergoeding van materiële schade op grond van artikel 3.5 van de cao Gehandicaptenzorg 2021-2024 vormt belast loon en wordt het vrijgesteld van belastingheffing op basis van artikel 11, lid 1, onderdeel k Wet op de Loonbelasting voor zover sprake is van materiële schade aan of verlies van persoonlijke materiële zaken die het gevolg is van een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met de dienstbetrekking.
Inschrijving beroepsregister GGZ-agoog
KG:204:2022:43
De kosten voor inschrijving bij het beroepsregister voor een ggz-agoog vallen niet onder één van de gerichte vrijstellingen. De kosten kunnen wel aangewezen worden als eindheffingsloon en ten laste worden gebracht van de vrije ruimte als aan de gebruikelijkheidseis wordt voldaan.
Met dit overzicht wordt beoogd de praktijk een handzaam naslagwerk te bieden. Voor vragen of nadere bespreking van de gevolgen voor uw specifieke situatie kunt u contact opnemen met één van onze specialisten via de contactpagina.