De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Maatwerk of dealerafhankelijkheid? Over de uitdagingen bij implementatie van complexe software

Maatwerk of dealerafhankelijkheid? Over de uitdagingen bij implementatie van complexe software

Software kan diep ingrijpen in de processen van een onderneming. Wanneer die software dan ook nog eens, op zichzelf of dankzij de specifieke implementatie, niet eenvoudig te vervangen is, ontstaat een enorme afhankelijkheid van de leverancier. Afnemers zijn dan ook veelal beducht voor al te veel maatwerk of andere vormen van afhankelijkheid. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden laat echter zien dat het wel zaak is heel helder af te spreken wat nu precies onder die te voorkomen afhankelijkheid wordt verstaan. Ander trek je als afnemer toch aan het kortste eind.
Leestijd 
Auteur artikel Mark Jansen
Gepubliceerd 20 mei 2021
Laatst gewijzigd 20 mei 2021
 

Software kan diep ingrijpen in de processen van een onderneming. Wanneer die software dan ook nog eens, op zichzelf of dankzij de specifieke implementatie, niet eenvoudig te vervangen is, ontstaat een enorme afhankelijkheid van de leverancier. Afnemers zijn dan ook veelal beducht voor al te veel maatwerk of andere vormen van afhankelijkheid. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden laat echter zien dat het wel zaak is heel helder af te spreken wat nu precies onder die te voorkomen afhankelijkheid wordt verstaan. Ander trek je als afnemer toch aan het kortste eind.

Contract over SAP implementatie

De kwestie gaat over een geschil tussen De Vries Trappen (als afnemer) en SW Solutions als leverancier. Partijen komen met elkaar in contact over een mogelijk te leveren ERP-pakket. Het gaat hierbij om het pakket SAP Business One. DVT benadrukt in de offertefase dat ze absoluut niet wil dat er na implementatie een grote afhankelijkheid van een specifieke SAP-dealer ontstaat. SW Solutions benadrukt met standaard templates te werken die voldoen aan SAP-standaarden en waarin hooguit een eigen 'handtekening' van SW te zien is. Partijen sluiten uiteindelijk na nog wat correspondentie de overeenkomst. 

Moeizame implementatie

De overeengekomen datum voor Go-live was 27 augustus 2015. Die datum wordt echter niet gehaald. Op 2 september 2016 - dus ruim een jaar later - wordt een brief met openstaande punten gestuurd aan SW Solutions. Daarna volgt nog het nodige nadere overleg.

Op 30 september 2016 stelt SW Solutions dat er geleverd is conform de openstaande punten, maar dat wordt enkele dagen later door DVT bij e-mail betwist. 

Onderzoek door externe partijen

DVT schakelt daarop in oktober 2016 een externe deskundige in, die tevens SAP B1 partner is. Deze externe partij komt tot de conclusie dat de door SW gerealiseerde inrichting erg veel maatwerk kent en daarmee sterk afwijkt van de standaard SAP Businnes One inrichting. Deze expert waarschuwt er dan ook voor dat bij deze inrichting er in de toekomst veel kosten op DVT afkomen voor upgrades.

Een maand later wordt een tweede deskundige ingeschakeld. Deze deskundige komt tot de conclusie dat er sprake zou zijn van slecht projectmanagement door SW Solutions en dat er geen standaard SAP B1 functionaliteit is geleverd. 

Ontbinding overeenkomst

DVT gaat daarop over tot ontbinding van de overeenkomst. De ontbinding wordt gegrond op het argument dat er tekort zou zijn geschoten in projectmanagement, dat de implementatie niet tijdig was afgerond en dat er veel knelpunten waren. Ook zou er sprake zijn van te veel maatwerk. 

Kantonrechter wijst toe vanwege dealerafhankelijkheid

In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat de verwijten van DVT over het projectmanagement, het niet tijdig opleveren of de knelpunten niet opgaan, hetzij op inhoudelijke gronden, hetzij op meer juridisch-technische gronden. Wel was de kantonrechter van oordeel dat was overeengekomen dat geen grote dealerafhankelijkheid zou ontstaan, terwijl die afhankelijkheid nu juist wel is ontstaan in de opgeleverde implementatie. Aangezien correcte nakoming op dat punt blijvend onmogelijk was geworden, wees de kantonrechter de ontbinding toe. De bepaling in de algemene voorwaarden dat bij ontbinding geen geld terug komt schoof de kantonrechter terzijde, maar de bepaling dat de aansprakelijkheid (fors) beperkt is niet. In eerste aanleg kreeg DVT dus wel geld terug, maar geen schadevergoeding.

Hof: wat is er nu overeengekomen?

In hoger beroep zoomt het Hof wat preciezer in op wat partijen nu eigenlijk zijn overeengekomen.

Het Hof maakt duidelijk onderscheid tussen dealerafhankelijkheid enerzijds en maatwerk anderzijds. Uit de stukken blijkt duidelijk dat er naast SAP ook maatwerk zou worden opgeleverd (zoals diverse koppelingen aan andere pakketen die bij DVT in gebruik waren). Het Hof stelt vast dat onder die omstandigheden logischerwijs het bestaan van maatwerk niet aan SW kan worden verweten. 

De crux zit veel meer in de dealerafhankelijkheid. Duidelijk is dat DVT geen afhankelijkheid wilde van een specifieke SAP dealer en dat dit ook overeengekomen is. 

Hof: normale betekenis begrip naar spraakgebruik

Wat er precies onder die afhankelijkheid wordt verstaan, ligt niet duidelijk in de overeenkomst vast. Het Hof valt daarom terug op de betekenis van de term in het normale spraakgebruik. Het Hof stelt vast dat onder dealer-afhankelijkheid moet worden verstaan dat het softwaresysteem geen systeemtechnische beperking bevat die de afnemer belet om tegen normale condities naar een andere SAP-dealer over te gaan voor het in werking houden van dat systeem (vrij geparafraseerd naar r/o 5.6).

Vormen de rechten op maatwerk een beperking die overgang onder normale condities beletten?

De vraag is vervolgens of er beperkingen zijn die de overgang onder normale condities beletten.

Het Hof stelt allereerst vast dat het enkele feit dat het systeem maatwerk bevat nog geen dergelijke beperking is. In eerste aanleg was betoogd dat omdat de rechten op (de broncodes van) dit maatwerk bij SW Solutions bleven rusten, het niet - of niet tegen redelijke condities - mogelijk zou zijn om een andere SAP partner het onderhoud te laten verrichten.

In hoger beroep wordt echter betwist dat er überhaupt om overdracht van die rechten is gevraagd, wordt gesteld dat er zelfs bereidheid zou bestaan om de broncode kosteloos af te geven en de rechten te verkopen voor 10.000 euro.

Het Hof stelt vast dat de bewijslast dat vanwege die broncode er een beletsel zou zijn rust bij de eiser. DVT heeft dit echter niet nader onderbouwd. Daarbij weegt het Hof mee dat indien er 160k aan implementatiekosten is betaald, het overdragen van rechten tegen 10k op voorhand niet disproportioneel lijkt. Juist daar had DVT veel uitdrukkelijk op moeten reageren, hetgeen niet gebeurd is.

Is de grote hoeveelheid maatwerk dan een dergelijke beperking?

DVT wijst verder op de rapporten van de deskundigen, meer specifiek de vaststelling van de deskundigen dat er sprake is van veel maatwerk in de implementatie. Dit zou een beperking zijn die maakt dat sprake is van grote dealerafhankelijkheid. 

SWS verweert zich met de stelling dat al dit maatwerk in SAP is gemaakt dat juist als de rechten hierop worden overdragen (zie ook vorige punt), iedere andere SAP-partner dit maatwerk kan onderhouden. Deze stelling wordt onderschreven door maar liefst 3 verschillende externe SAP Partners, waarvan allemaal verklaringen in het geding zijn gebracht.

Het Hof stelt dat het aan DVT is om te onderbouwen dat het onderhoud door andere SAP Partners tot disproportionele kosten leidt. Het is onvoldoende om te stellen dat een overstap met kosten gemoeid zal gaan, want dat is nu eenmaal inherent aan een overstap. DVT had dus nader moeten onderbouwen dat die kosten dan disproportioneel zouden zijn, hetgeen kennelijk niet gebeurd is. 

Dat een van de geraadpleegde SAP dealers stelt dat zij voor een andere inrichting zou hebben gekozen maakt het voorgaande nog niet anders. SAP is immers op vele manieren in te richten. 

Andere tekortkomingen ook niet onderbouwd

Ook de andere verwijten van DVT zijn volgens het Hof onvoldoende onderbouwd. Zo is een lijst van tekortkomingen ingediend, maar is nagelaten te onderbouwen dat die tekortkomingen zich daadwerkelijk voordeden, terwijl SWS juist die verwijten gemotiveerd heeft betwist. Onder die omstandigheden had DVT de feiten (veel) verder moeten onderbouwen.

Algemene voorwaarden blijven overeind

Ook de poging om de algemene voorwaarden te vernietigen strandt. DVT had namelijk ten tijde van contractering al mee dan 50 werknemers in dient en komt zodoende op grond van de wet geen beroep toe op de ingeroepen vernietigingsgronden. Het beroep op de (algemene) beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid wordt verworpen omdat de vermeende tekortkomingen en verwijten daarvoor van onvoldoende gewicht zijn.

Geen verweer gevoerd tegen openstaande nota

De leverancier had nog betaling gevorderd van een openstaande nota. Dat is kennelijk niet betwist, zodat het (dus) wordt toegewezen. 

Conclusie: ontbinding mislukt, procedures verloren

Het voorgaande maakt dus dat DVT alsnog verliest, de kosten van beide procedures moet betalen en de openstaande nota alsnog moet voldoen. 

Slotopmerking

De procedure laat zien dat het bij IT-contracten van belang is om heel helder op te schrijven wat er precies bedoeld is. Maatwerk en dealerafhankelijkheid zijn verschillende zaken. DVT leek bevreesd voor een bepaalde situatie, maar heeft vervolgens niet contractueel strak opgeschreven wat die angst dan precies was en wat de gevolgen daarvan dan zouden zijn (althans niet blijkens de citaten uit het arrest). 

Ook dient goed voor ogen gehouden te worden dat het volgen van een bepaalde standaard dan wel juist het inrichten van een pakket op bepaalde bedrijfseigen keuzes min of meer communicerende vaten zijn: hoe meer de standaard wordt gevolgd, hoe minder ruimte voor bedrijfseigen keuzes (en vice versa). De citaten van de rapporten van de deskundigen zo lezend lijkt het erop alsof er toch wel heel sterk gewerkt is richting een bedrijfseigen inrichting. Mogelijk dat de leverancier nog nadrukkelijker had moeten waarschuwen voor de (gevolgen van) die keuzes (dus een beroep op de zorgplicht), maar dat verwijt lijkt nu juist weer niet aan SWS te zijn gemaakt. De vraag of de kwestie anders zou hebben uitgepakt indien dat wel was gebeurd.

Verder valt op dat een procedure gewonnen of juist verloren kan worden op stelplicht en bewijslast. Het lijkt erop alsof DVT moet hebben gedacht dat ze met twee rapporten van deskundigen er wel zou zijn. In hoger beroep echter verschuift de discussie zich meer van maatwerk naar dealerafhankelijkheid en daar leek DVT qua bewijsvoering minder op voorbereid (uitgaande althans van de passages in het arrest). Dit laat eens te meer zien dat het van belang is om voor 'alle ankers te gaan liggen' in de procedure. Discussies in de IT zijn veelal complex en dit vergt dat er op allerlei fronten (voorwaardelijk) verweer gevoerd wordt. 

Saillant detail is dan wel weer dat juist de rechtspraak limieten wil gaan stellen aan de omvang van processtukken.  Dat zou verweer in IT-kwesties kunnen bemoeilijken. Als mede-eiser in het kort geding daarover ben ik erg benieuwd hoe die discussie zich verder ontwikkelt. 

Vragen? Opmerkingen?

Heeft u vragen over IT-contracten? Zit u met een (potentieel) IT-geschil? Neem gerust contact op.