De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Media trekken verkeerde conclusie na advies Raad van State over vrije artsenkeuze

Media trekken verkeerde conclusie na advies Raad van State over vrije artsenkeuze

De Raad van State heeft zich recentelijk uitgelaten over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van het voorstel van minister Schippers. Dat de conclusies van de Raad van State lastig te interpreteren zijn blijkt wel uit de onjuiste berichtgeving daarover in de media.Minister Schippers wil zorgverzekeraars de mogelijkheid bieden om verzekerden met een naturapolis te verplichten zorg af te nemen van een zorgaanbieder die door de zorgverzekeraar gecontracteerd is. Indien de verzekerde met een derg...
Leestijd 
Auteur artikel Koen Mous
Gepubliceerd13 november 2014
Laatst gewijzigd16 april 2018
 
De Raad van State heeft zich recentelijk uitgelaten over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van het voorstel van minister Schippers. Dat de conclusies van de Raad van State lastig te interpreteren zijn blijkt wel uit de onjuiste berichtgeving daarover in de media.

Minister Schippers wil zorgverzekeraars de mogelijkheid bieden om verzekerden met een naturapolis te verplichten zorg af te nemen van een zorgaanbieder die door de zorgverzekeraar gecontracteerd is. Indien de verzekerde met een dergelijke polis dan toch naar een andere zorgaanbieders wil, moet hij de rekening zelf betalen. Het recht op vrije artsenkeuze wordt daarmee afgeschaft voor verzekerden met een naturapolis. De vraag is of dit wel strookt met de rechten die patiënten op grond van het Europese recht hebben. Buitenlandse zorgaanbieders hebben immers (meestal) geen contract met Nederlandse zorgverzekeraars. Het voorstel van minister Schippers zou betekenen dat veel behandelingen in het buitenland niet meer hoeven te worden vergoed. Dat lijkt in strijd met het vrije verkeer van diensten dat in EU-verband in acht genomen moet worden.

De Raad van State stelt in zijn eigen conclusie dat het voorstel “in grote lijnen” “lijkt” aan te sluiten bij het Europese recht. Volgens de Raad van State is wel “onduidelijk” hoe het voorstel zich verhoudt tot het Europese recht als het gaat om zogenaamde tweedelijns extramurale zorg. Hieronder valt bijvoorbeeld poliklinische ziekenhuiszorg als het verblijf minder dan 24 uur duurt. Door te spreken in termen van “onduidelijk” laat de Raad van State naar onze mening zelf al doorschemeren dat hij er niet geheel van overtuigd is dat het wetsvoorstel volledig in lijn is met het Europese recht.

Doordat de Raad van State de conclusies relatief vaag heeft gehouden, hebben diverse media ten onrechte uit het advies afgeleid dat voorstel in lijn zou zijn met het Europese recht. Zo schreef de Volkskrant op 24 oktober jl.: “Afschaffing van de zogenoemde vrije artsenkeuze is niet strijdig met het Europees recht” […] Dit concludeert de Raad van State in een advies aan de Eerste Kamer.” Deze conclusies zijn onjuist en laten zien dat de Raad van State in stelligere bewoordingen had moeten concluderen dat het voorstel van minister Schippers de Europeesrechtelijke toets niet kan doorstaan, in ieder geval als het gaat om extramurale zorg, een zeer omvangrijk deel van het totale zorgpalet. Er kan alleen maar gegist worden naar het antwoord op de vraag waarom de Raad van State haar conclusies zodanig vaag heeft geformuleerd dat de indruk gewekt wordt dat het voorstel van minister Schippers door de beugel kan.

Hopelijk heeft de Eerste Kamer oog voor deze belangrijke kanttekening bij de eerste berichten in de media over het advies van de Raad van State. Wat ons betreft zouden senatoren op basis van het advies niet gerustgesteld moeten zijn dat het wetsvoorstel van minister Schippers daadwerkelijk EU-proof is.

Om alle Europeesrechtelijke bezwaren te omzeilen zou minister Schippers ervoor kunnen kiezen om de nieuwe wetgeving enkel van toepassing te laten zijn op Nederlandse zorgaanbieders. In dat geval is er geen strijd met het vrij verkeer van diensten. De consequentie hiervan zou echter zijn dat Nederlandse zorgaanbieders achtergesteld zouden worden ten opzichte van buitenlandse zorgaanbieders. Laat dát in 2006 nu juist dé reden zijn reden geweest voor de introductie van het recht op vrije artsenkeuze in de Zorgverzekeringswet! Wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen.

mr. Koen Mous en mr. drs. Steef Verheijen
Advocaten gezondheidsrecht bij Dirkzwager advocaten en notarissen te Nijmegen