Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. MR funderend onderwijs toch instemmingsrecht op hoofdlijnen begroting

MR funderend onderwijs toch instemmingsrecht op hoofdlijnen begroting

Als het aan het kabinet Rutte-III ligt dan krijgen ook de medezeggenschapsraden in het primair en voortgezet onderwijs (tezamen ook wel aangeduid als het funderend onderwijs) straks instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Dat staat in het regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst‘ (pag. 10). Dit is opmerkelijk aangezien (voormalig) staatssecretaris Dekker in juli van dit jaar nog liet weten dat de regering het conceptwetsvoorstel dat voorziet in een dergelijk instemmings...
Auteur artikelMarieke van Dongen
Gepubliceerd03 november 2017
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Als het aan het kabinet Rutte-III ligt dan krijgen ook de medezeggenschapsraden in het primair en voortgezet onderwijs (tezamen ook wel aangeduid als het funderend onderwijs) straks instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Dat staat in het regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst‘ (pag. 10). Dit is opmerkelijk aangezien (voormalig) staatssecretaris Dekker in juli van dit jaar nog liet weten dat de regering het conceptwetsvoorstel dat voorziet in een dergelijk instemmingsrecht gaat heroverwegen.

In het hoger onderwijs heeft de medezeggenschap al wel instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. De op 1 januari van dit jaar inwerking getreden Wet versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen voorziet voor de mbo-sector eveneens in een instemmingsrecht op de hooflijnen van de begroting. De bevoegdheden van medezeggenschapsorganen in het funderend onderwijs met betrekking tot het financiële beleid van onderwijsinstellingen zijn momenteel nog beperkt tot een adviesrecht op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid. Dit adviesrecht is neergelegd in de WMS (Wet medezeggenschap op scholen).

Om de medezeggenschap in het funderend onderwijs een sterkere positie te geven bij het bepalen van het financiële beleid van scholen, is voorgesteld om het huidige adviesrecht op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid te vervangen door een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Er ligt een conceptwetsvoorstel dat voorziet in de wijziging van de WMS in verband met het verlenen van een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting in het funderend onderwijs. Omdat over het toekennen van een dergelijk instemmingsrecht eerst nog moest worden gesproken met de betrokkenen in het onderwijsveld, kon dit niet meer worden meegenomen in de op 1 januari van dit jaar in werking getreden Wet versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen en daarom is deze kwestie neergelegd in een apart (concept)wetsvoorstel.

Hoewel ik de noodzaak van betrokkenheid van de medezeggenschap bij het financiële beleid van de onderwijsinstelling onderschrijf, betwijfel ik of het toekennen van een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting daarvoor het juiste instrument is. In het door mij geschreven artikel “De Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen; de balans hersteld?” plaats ik een aantal kritische opmerkingen bij het toekennen van een dergelijke (vergaande) bevoegdheid aan de medezeggenschap in het funderend onderwijs.

In mei 2016 is het conceptwetsvoorstel ter internetconsultatie aangeboden. Uitkomst van de internetconsultatie is dat een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting niet goed toepasbaar lijkt in het funderend onderwijs. Als bezwaar wordt onder meer genoemd dat de medezeggenschapsraad door toekenning van een dergelijke bevoegdheid samen met de raad van toezicht een beslissende stem krijgt. Dit kan spanningsvelden oproepen in de rolverdeling tussen de medezeggenschapsraad, het bestuur en de raad van toezicht van onderwijsinstellingen. Ook wordt gewezen op het risico van focus op de korte termijn: belangrijke beleidskeuzes hebben evenwel een horizon die de jaarlijkse begroting overschrijdt.

Niet alleen de partijen in het veld, maar ook de Afdeling advisering van de Raad van State staat kritisch tegenover het voorstel om het bestaande adviesrecht op de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid van de medezeggenschapsraad in het funderend onderwijs te vervangen door een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. In haar advies van 2 december 2016 komt de Afdeling advisering van de Raad van State tot de conclusie dat dit voorstel prematuur is gelet op de voorgenomen vereenvoudiging van het bekostigingsstelsel dat niet voor 2020 wordt verwacht. Ook wijst de Afdeling advisering erop dat bij het overwegen van de invoering van nieuwe instrumenten eerst moet worden nagegaan of de gekozen doelstellingen kunnen worden bereikt door het (beter) gebruik van bestaande instrumenten. Tot slot merkt de Afdeling advisering op dat de omvang van het instemmingsrecht van de medezeggenschapsraad niet scherp is afgebakend. Zij adviseert daarom het wetsvoorstel te heroverwegen. Dit advies is voor de regering aanleiding om het wetsvoorstel te heroverwegen. Voormalig staatssecretaris Dekker laat in zijn brief van 11 juli jl. weten dat hij het, in navolging van het advies Afdeling advisering van de Raad van State, nuttig vindt om eerst een veldconsultatie uit te voeren waarbij nader onderzoek zal worden gedaan naar de werking in de praktijk van het voorgestelde instemmingsrecht en de afbakening van de reikwijdte daarvan, alsmede naar de werking van het huidige adviesrecht.

Is het volgens eerdere berichten dus nog maar de vraag of ook de medezeggenschap in het funderend onderwijs een instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting krijgt, blijkens het Regeerakkoord 2017-2021 ‘Vertrouwen in de toekomst‘ gaat dat instemmingsrecht er wel komen. Of het eerdere conceptwetsvoorstel in ongewijzigde vorm wordt aangeboden aan de Tweede Kamer is nog niet bekend. Het is te hopen dat de bezwaren van de partijen in het veld en de Afdeling advisering van de Raad van State over de inhoud van het eerdere conceptwetsvoorstel, in het bijzonder over het begrip ‘hoofdlijnen’, aanleiding zijn om het eerdere conceptwetsvoorstel verder aan te scherpen.