De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Nut en noodzaak van MSB’s: zijn MSB’s overbodig?

Nut en noodzaak van MSB’s: zijn MSB’s overbodig?

In de afgelopen weken zijn berichten in de media (o.a. Financieel Dagblad en Zorgvisie) verschenen waarin gesteld wordt dat de vorming van ‘medisch specialistische bedrijven’ (MSB’s) per 1 januari jl. overbodig was. Deze berichten hebben zelfs tot vragen geleid van CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot aan Minister Schippers van VWS. De antwoorden van de Minister laten zien dat medisch specialisten ook zonder de vorming van een MSB hun positie als fiscaal ondernemer hadden kunnen behouden. Daarmee i...
Leestijd 
Auteur artikel Koen Mous
Gepubliceerd10 juli 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
 
In de afgelopen weken zijn berichten in de media (o.a. Financieel Dagblad en Zorgvisie) verschenen waarin gesteld wordt dat de vorming van ‘medisch specialistische bedrijven’ (MSB’s) per 1 januari jl. overbodig was. Deze berichten hebben zelfs tot vragen geleid van CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot aan Minister Schippers van VWS. De antwoorden van de Minister laten zien dat medisch specialisten ook zonder de vorming van een MSB hun positie als fiscaal ondernemer hadden kunnen behouden. Daarmee is echter niet gezegd dat de oprichting van MSB’s zonder nut of noodzaak was.

Achtergrond

In vrijwel alle ziekenhuizen zijn eind 2014 één of meerdere MSB’s opgericht. Dit zijn zelfstandige bedrijven waarin alle (of een groot aantal) van de in een ziekenhuis werkzame vrijgevestigde medisch specialisten zijn verenigd. De vorming van MSB’s was het rechtstreekse gevolg van het vervallen van het zelfstandig declaratierecht van medisch specialisten. De NVZ en de Orde van Medisch Specialisten (inmiddels de Federatie van Medisch Specialisten) zijn er - op basis van informatie van VWS - vanuit gegaan dat het fiscaal ondernemerschap van de medisch specialist hierdoor zou komen te vervallen. Dit was reden voor de NVZ en de Orde om nieuwe organisatiemodellen voor te stellen, die zouden moeten leiden tot instandhouding van het fiscaal ondernemerschap. In een brief van 17 december 2013 hebben de NVZ en de Orde enkele concrete fiscaal transparante en niet-transparante modellen uitgewerkt.

De Staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding daarvan per brief van 18 december 2013 bevestigd dat het fiscaal ondernemerschap in beginsel komt te vervallen doordat medisch specialisten vanaf 1 januari 2015 geen zelfstandig declaratierecht meer hebben. De Staatssecretaris liet zich in de brief niet uit over de door de NVZ en de Orde gepresenteerde modellen. Daarmee was niet alleen onduidelijk of de door de NVZ en de Orde gepresenteerde modellen voldeden, maar ook of deze modellen - bij uitsluiting - nodig waren om het fiscaal ondernemerschap veilig te stellen. De Staatssecretaris liet zich bijvoorbeeld niet uit over de vraag of, en zo ja hoe,  medisch specialisten die gewoon deel bleven uitmaken van hun eigen maatschap (en dus géén onderdeel zouden gaan uitmaken van een groter MSB) hun fiscale positie zouden kunnen behouden.

Vreemd genoeg ging vrijwel iedereen er zondermeer van uit dat medisch specialisten die per 1 januari 2015 deel bleven uitmaken van de eigen maatschap hun positie als fiscaal ondernemer per definitie zouden kwijtraken. Om die reden hebben medisch specialisten massaal MSB’s opgericht. Het is opmerkelijk dat pas nu aandacht bestaat voor de vraag of de vorming van deze MSB’s wel nodig was. Al langer bestond namelijk de indruk dat medisch specialisten ook op andere wijze in fiscale zin ondernemer konden blijven.

Behoud van fiscaal ondernemerschap met of zonder MSB

Zoals opgemerkt, hebben de NVZ en de Orde enkele fiscaal transparante en niet-transparante modellen uitgewerkt. Het transparante model betrof een overkoepelende ‘supermaatschap’ waarbij alle bestaande (maatschappen van) medisch specialisten zich zouden aansluiten. Het verlies van het zelfstandig declaratierecht zou daarbij gecompenseerd moeten worden door het ‘laden’ van deze supermaatschap met allerlei ondernemersrisico’s. Daarbij kan worden gedacht aan het investeren in bedrijfsmiddelen (apparatuur), het in dienst nemen van personeel of het anderszins lopen van financiële risico’s. Volgens de NVZ en de Orde zou uit de overeenkomst die de supermaatschap sluit met het ziekenhuis moeten blijken dat deze maatschap voldoende ‘substantie’ heeft om de conclusie te rechtvaardigen dat sprake is van fiscaal ondernemerschap.

Indien een supermaatschap via het ‘laden’ van de onderneming met ondernemersrisico’s het fiscaal ondernemerschap kan veilig stellen, geldt dat - als vanzelfsprekend - óók voor een maatschap met een beperktere omvang. Medisch specialisten die gewoon in regulier maatschapsverband bleven samenwerken konden met andere woorden evenzeer in fiscale zin ondernemer blijven door het verlies van het zelfstandig declaratierecht te compenseren door anderszins ondernemersrisico’s te (gaan) lopen. Uiteraard dienen deze risico’s - conform bestaande jurisprudentie - wel reële en substantiële betekenis te hebben. Of en in hoeverre het verlies van het zelfstandig declaratierecht in een individueel geval daadwerkelijk gecompenseerd moet worden, hangt uiteraard af van de maatschap in kwestie. Zeer waarschijnlijk waren er ook vóór 1 januari 2015 al maatschappen die met relatief veel gemak voldeden aan de criteria die in de jurisprudentie waren neergelegd ten aanzien van het fiscaal ondernemerschap.

Overigens kan het fiscaal ondernemerschap van de vrijgevestigd medisch specialist óók voortvloeien uit artikel 3.5 Wet IB. Dit artikel bepaalt dat het zelfstandig uitgeoefend bedrijf als onderneming heeft te gelden en de beoefenaar van een zelfstandig beroep als ondernemer. Bij de beoordeling van de vraag of een medisch specialist heeft te gelden als beoefenaar van een zelfstandig beroep is onder andere relevant of de medisch specialist de werkzaamheden zelfstandig en voor eigen rekening verricht en daarbij ondernemersrisico’s loopt. Ook bij een beroep op dit artikel zal met andere worden relevant zijn in hoeverre de medisch specialist daadwerkelijk ondernemersrisico’s loopt.

Veel medisch specialisten zullen eind 2014 de indruk hebben gehad dat er een verplichting bestond om onderdeel te gaan uitmaken van een MSB. Dit is niet juist. Ongeacht de aard van de samenwerking die medisch specialisten met elkaar aangaan, kan voldaan worden aan de criteria van fiscaal ondernemerschap. Het is opmerkelijk dat dit signaal pas nu, na de oprichting van talloze MSB’s, publiekelijk doorkomt, terwijl daar ook in 2014 al aandacht voor gevraagd is.

Nut en noodzaak

Daarmee is echter niet gezegd dat de oprichting van MSB’s geen enkel doel diende. Voor het merendeel van de maatschappen betekende het verlies van het zelfstandig declaratierecht wel degelijk dat compenserende maatregelen nodig waren om het fiscaal ondernemerschap te behouden. Het geven van voldoende substantie aan het ondernemerschap is voor individuele maatschappen en medisch specialisten vaak lastiger dan voor een MSB. De vorming van MSB’s betekende met andere woorden dat het fiscaal ondernemerschap bereikbaar bleef voor een grote groep medisch specialisten. Uiteraard heeft de MSB-vorming ook anderszins positieve aspecten. De MSB-vorming stimuleert ondernemerschap en risico- en kostenbeheersing. Bovendien kan MSB-vorming leiden tot een verregaande gelijkschakeling van belangen van de voorheen in afzonderlijke maatschappen verenigde medisch specialisten. Dat dit laatste op dit moment niet (overal) de verf komt, is een realiteit. De vraag is echter of de oplossing hiervoor gezocht moet worden in ontmanteling van de bestaande MSB’s. Een verbetering van de interne organisatie van MSB’s lijkt een meer voor de hand liggende oplossing. MSB’s zijn jonge ondernemingen die een leerproces zullen moeten doormaken. De interne organisatie moet geprofessionaliseerd worden. MSB’s moeten bovendien (meer) vanuit één financieel en zorginhoudelijk belang gaan opereren. Ook in de relatie met het ziekenhuis kan nog een heleboel verbeterd worden. Er zal een proces van integratie van de MSB’s met de ziekenhuisorganisatie in gang gezet moeten worden. MSB’s worden nu nog te vaak gezien als opzichzelfstaande vehikels ‘die er nu eenmaal moeten zijn’, maar te weinig bijdragen aan de goede gang van zaken in het ziekenhuis. Daar zal spoedig verandering in moeten komen. Indien dit niet (snel) gebeurt, zal de roep om terugkeer naar de oude maatschapstructuur alleen maar luider worden. Dat deze terugkeer gevolgen kan hebben voor de fiscale positie van (in ieder geval) een deel van de medisch specialisten, is een feit. Bovendien zou een dergelijke ontwikkeling betekenen dat kansen die de MSB-vorming biedt onbenut blijven.

Conclusie

De MSB-vorming heeft plaatsgevonden vanuit de veronderstelling dat deze noodzakelijk was. Met de constatering dat die veronderstelling niet juist was, is niet gezegd dat de vorming van MSB’s ‘dus’ nutteloos en zelfs zinloos was. De MSB-vorming biedt kansen, maar die kansen moeten wel benut worden. Dit is enkel mogelijk door de MSB’s door te ontwikkelen tot intern goed georganiseerde ondernemingen, die een daadwerkelijke én zichtbare bijdrage leveren aan de ziekenhuisorganisatie.