Zoeken
  1. NZa monitor contractering ggz 2019: zorginkoop ggz moet beter

NZa monitor contractering ggz 2019: zorginkoop ggz moet beter

De Nederlandse Zorgautoriteit publiceerde op 27 mei jl. de eerste monitor contractering ggz. Met deze monitor controleert de NZa de afspraken die alle betrokken veldpartijen hebben gemaakt en vastgelegd in het Bestuurlijk akkoord geestelijke gezondheidszorg 2019 - 2022 (ook wel: hoofdlijnenakkoord). In de monitor inventariseert de NZa de ervaringen van zorgaanbieders en zorgverzekeraars met het proces van contractering (2019) en bijcontractering (2018). Zo goed als alle zorgverzekeraars en ruim 700 zorgaanbieders namen deel aan het enquêteonderzoek van de NZa die als basis dient voor de monitor. Hiermee geeft de monitor een realistische weergave van wat er speelt in de sector en hoe de zorgverzekeraars en zorgaanbieders het contracteringsproces ervaren. Omdat deze monitor de eerste is voor de ggz, betreft het een 0-meting. De conclusies uit de monitor liegen er evenwel niet om: de zorginkoop kan en moet beter. Hieronder zet ik de belangrijkste conclusies uit de monitor op een rijtje.
Auteur artikelStefan Donkelaar
Gepubliceerd28 mei 2019
Laatst gewijzigd28 mei 2019
Leestijd 

Toegankelijkheid ggz
De toegankelijkheid van de ggz staat nog altijd onder druk. Uit de monitor blijkt dat wachttijden, patiëntenstops, en het wat met name zorgaanbieders ervaren als het stroeve proces van bijcontractering hiervoor de belangrijkste oorzaken zijn. Een zorgelijke constatering is dat bijna twee derde van de vrijgevestigden en ruim één derde van de gecontracteerde instellingen als gevolg van beperkte capaciteit en het bereiken van omzetplafonds zich in 2018 genoodzaakt zag een patiëntenstop in te voeren. De patiëntenstops resulteren op hun beurt in een toename van wachttijden. Zorgbemiddeling loopt hierbij ook niet altijd even soepel. Zorgverzekeraars maken in de monitor kenbaar prioriteit te zullen geven aan de aanpak van wachttijden.

Bijcontractering
Een alternatief voor patiëntenstops is het verhogen van de reeds overeengekomen omzetplafonds (door middel van bijcontractering). Zorgaanbieders ervaren dit als een erg moeizaam proces. De verklaring hiervoor is het beleid dat zorgverzekeraars op dit punt voeren. Een eenduidig beleid ontbreekt vaak en soms ontbreekt beleid zelfs in het geheel, aldus de NZa. Reden waarom de NZa de zorgverzekeraars oproept beleid te maken ter facilitering van het bijcontracteringsproces. Dat beleid zouden de zorgverzekeraars tegelijkertijd moeten publiceren met hun inkoopbeleid in april van ieder jaar. Zorgverzekeraars moeten de communicatie met zorgaanbieders verbeteren en sneller reageren op verzoeken van zorgaanbieders. Ook moeten de zorgverzekeraars duidelijk kenbaar maken welke criteria gelden om in aanmerking te kunnen komen voor een plafondophoging.

Bevorderen contracteergraad
Een belangrijk speerpunt uit het hoofdlijnenakkoord is het bevorderen van de contracteergraad. Om dit te bewerkstelligen, moet het sluiten van een contract volgens de NZa gestimuleerd worden. Dat gebeurt nu nog onvoldoende. Zorgaanbieders die (deels) niet-gecontracteerd zijn, geven hiervoor als voornaamste redenen:

• te hoge administratieve lasten;
• te lage tarieven;
• te lage omzetplafonds;
• niet kunnen voldoen aan kwaliteitseisen;
• een te beperkt marktaandeel;
• geen kans als nieuwe zorgaanbieder;
• te veel bemoeienis door zorgverzekeraars;
• het niet respecteren van het recht op vrije artsenkeuze.

De NZa merkt op dat zij het beleid dat de zorgverzekeraars voeren om de contracteergraad te bevorderen nauwlettend zal volgen en het effect daarvan in de volgende monitor zal onderzoeken.

Andere verbeterpunten moeten volgens de NZa gezocht worden in het bevorderen van de transparantie van informatie aan verzekerden en zorgaanbieders en het verbeteren van de bereikbaarheid van zorgverzekeraars tijdens het contracteerproces. Ten slotte staan onderwerpen als het terugdringen van administratieve lasten, uniformering en een betere samenwerking op de agenda.

Slotopmerking
De monitor contractering ggz 2019 maakt duidelijk dat er voor alle betrokken partijen in het veld nog een hoop werk aan de winkel is. De vaststellingen uit de monitor wijzen mogelijk op een (te) krappe zorginkoop. De zorgverzekeraars zijn wat mij betreft daarom als eerste aan zet. Zij zullen een beter (bij)contracteringsbeleid moeten voeren en zich in de contractsonderhandelingen met zorgaanbieders meer moeten opstellen als een gelijkwaardige, transparante en toegankelijke contractspartij. Het aanbieden van passende omzetplafonds speelt daarbij ook een belangrijke rol. Gelet op de conclusies uit de monitor ligt het dan voor de hand dat de contracteergraad daadwerkelijk zal toenemen. Zorgverzekeraars leggen de nadruk nu nog te veel op het onaantrekkelijk maken van niet-gecontracteerde zorg door het opwerpen van administratieve barrières als het cessieverbod en het intensiveren van het machtigingsvereiste en akkoordverklaringen. Volgens mij, en de conclusies uit de monitor beamen dat, zou de oplossing juist meer gezocht moeten worden in het daadwerkelijk aantrekkelijk maken van een contract. De mogelijkheden hiertoe zijn eindeloos. Dit zou de toegankelijkheid, betaalbaarheid en doelmatigheid van de ggz alleen maar ten goede komen.