Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. NZa publiceert nieuwe beleidsregel Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

NZa publiceert nieuwe beleidsregel Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg

Op 1 december 2015 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de NZa op de vingers getikt: in de beleidsregel Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ) van 2015 was opgenomen dat bepaalde prestaties alleen geleverd mochten worden door huisartsen die daarvoor een contract met een zorgverzekeraar hadden afgesloten. Het CBb oordeelde dat het ook voor een huisarts zonder contract mogelijk moest zijn alle huisartsenzorg te leveren aan zijn patiënten en hiervoor een redelijke v...
Auteur artikelLieske de Jongh (uit dienst)
Gepubliceerd08 maart 2016
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Op 1 december 2015 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de NZa op de vingers getikt: in de beleidsregel Huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg (MDZ) van 2015 was opgenomen dat bepaalde prestaties alleen geleverd mochten worden door huisartsen die daarvoor een contract met een zorgverzekeraar hadden afgesloten. Het CBb oordeelde dat het ook voor een huisarts zonder contract mogelijk moest zijn alle huisartsenzorg te leveren aan zijn patiënten en hiervoor een redelijke vergoeding te ontvangen. Hoewel de NZa meende dat dit al mogelijk was op basis van de vastgestelde beleidsregel, zag het CBb dit anders en eiste van de NZa dat zij de beleidsregel zou aanpassen.

 Na hier een aantal maanden over te hebben nagedacht heeft de NZa besloten de beleidsregel voor 2015 te wijzigingen en ook de nieuwe beleidsregel voor 2016 aan te passen. De beleidsregel voor 2016 was inmiddels namelijk al in werking getreden en was vergelijkbaar met de oude versie van 2015. De nieuwe beleidsregels zijn gepubliceerd op 2 maart jl.

 Declaraties huisartsenzorg

De belangrijkste wijziging van de beleidsregel is, in het verlengde van de uitspraak van het CBb, dat een huisarts allezorghandelingen (huisartsenzorg) aan zijn patiënten mag leveren, ook als de zorgverzekeraar de huisarts niet (overal voor) heeft gecontracteerd.

 Niet alle prestaties zijn overigens zonder contract in rekening te brengen. Prestaties die géén zorghandeling inhouden, maar die aanvullende vergoedingsmogelijkheden beschrijven, zoals de beloning bij innovaties of bij het behalen van bepaalde resultaten zijn alleen te declareren als de huisarts daarvoor een overeenkomst met een zorgverzekeraar heeft gesloten.

 Declaraties MDZ

Ook prestaties voor MDZ zijn alleen op basis van een overeenkomst met een zorgverzekeraar in rekening te brengen. De NZa ziet op dit moment namelijk nog onvoldoende mogelijkheden om de declaratie van deze prestaties ook zonder onderliggend contract met een zorgverzekeraar mogelijk te maken zonder dat hierbij de betaalbaarheid of kwaliteit van de zorg verloren gaat. Op termijn zal het echter wellicht wel mogelijk worden ook MDZ zonder contract in rekening te brengen.

 Nadere omschrijving prestaties

Een ander gevolg van de uitspraak is dat de NZa de prestatiebeschrijvingen heeft aangescherpt. De nadere invulling van de prestatiebeschrijvingen werd eerder aan de zorgverzekeraar en de gecontracteerde huisarts overgelaten. Nu prestaties ook zonder contract geleverd kunnen worden, heeft de NZa ervoor gekozen de prestatiebeschrijvingen zelf nader in te vullen. Dit kan uiteraard nare gevolgen hebben voor de afspraken die al gemaakt zijn tussen zorgverzekeraars en huisartsen voor het lopende jaar. De NZa heeft daarom haar best gedaan om eisen die in de overeenkomsten werden gesteld zo veel mogelijk over te nemen.

 Continuïteit van zorg

Een andere aanscherping betreft de aanvullende bepaling waarin expliciet is opgenomen dat een huisarts verantwoordelijk is voor de continuïteit van de zorg (24 uur per dag en 7 dagen per week) voor de bij hem ingeschreven patiënten. Het inschrijftarief kan nu enkel nog gedeclareerd worden als de huisarts aan deze eis voldoet. Een eis die voorheen in de overeenkomsten was opgenomen (en overigens ook reeds in de tariefbeschikking stond).

 Praktische uitwerking

Zorgaanbieders en zorgverzekeraars krijgen een overgangstermijn van een maand, tot 1 april a.s., om hun systemen aan te passen aan de nieuwe beleidsregel. Niet-gecontracteerde aanbieders kunnen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari jl. de geleverde prestaties in rekening brengen. Overigens zullen deze aanbieders (uiteraard) ook op basis van de nieuwe beleidsregel niet dezelfde vergoeding krijgen als de gecontracteerde aanbieders. Zoals dat bij alle vormen van zorg op grond van de Zorgverzekeringswet geldt, hebben niet-gecontracteerde aanbieders slechts aanspraak op 80-75% van het gecontracteerde tarief. Een percentage dat momenteel geacht wordt geen feitelijke hinderpaal op te werpen aan verzekerden om zorg te betrekken bij een niet-gecontracteerde aanbieder. Of dit bij huisartsenzorg net zo werkt als bij andere zorgvormen is overigens de vraag. Het eigen risico wordt immers, juist om iedere mogelijke drempel tegen te gaan, niet aangesproken bij kosten voor een bezoek aan de huisarts. Als een patiënt vervolgens voor bepaalde zorghandelingen toch een deel van de kosten zelf moet dragen, is het zeer te vraag of de patiënt daarvoor zal kiezen. De enige mogelijkheid voor huisartsen zonder overeenkomst om de betreffende zorg toch aan hun patiënten te kunnen bieden is om in voorkomende gevallen zelf het verschil bij te leggen. De wijziging van de beleidsregel opent dus waarschijnlijk slechts in theorie de mogelijkheid voor niet-gecontracteerde huisartsen om bepaalde vormen van zorg te verlenen en daarvoor daadwerkelijk volledig betaald te worden.