Dat een inschrijver na inschrijving niet alsnog met succes kan klagen over duidelijke aanbestedingsvoorwaarden, is vaste rechtspraak. Van ondernemers wordt verwacht dat zij bezwaren zo vroeg mogelijk aan de orde stellen, zodat eventuele gebreken in de procedure nog kunnen worden hersteld en de aanbesteding niet onnodig wordt vertraagd. Minder vaak komt de vraag aan de orde of hetzelfde geldt bij de intrekking van een aanbesteding. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft zich hierover op 5 juni 2026 uitgesproken (ECLI:NL:RBNHO:2026:6348). In deze zaak stond centraal of een inschrijver te laat had geklaagd over een intrekkingsbeslissing en daarmee zijn rechten had verwerkt.
Driemaal is scheepsrecht?
De gemeente Heiloo organiseert een meervoudig onderhandse aanbesteding voor het publiceren van gemeentenieuws in een lokale krant. Twee marktpartijen, Rodi Media en Uitkijkpost, schrijven op uitnodiging in. Over de aanbesteding ontstaat een geschil dat leidt tot een vonnis dat de gemeente dwingt de aanbesteding in te trekken.
Later dat jaar kondigt de gemeente voor de tweede keer dezelfde onderhandse aanbesteding aan. Net als bij de eerste aanbesteding nodigt de gemeente Rodi Media en Uitkijkpost uit. Beide schrijven opnieuw in. Na de vragenrondes trekt de gemeente de aanbesteding weer in. Zij deelt daarbij mee dat een nieuwe aanbesteding volgt.
Dat gebeurt ook: acht dagen later schrijft de gemeente een derde aanbesteding uit waarvoor zij Rodi Media en Uitkijkpost uitnodigt. Uiteindelijk maakt de gemeente bekend dat zij van plan is om de opdracht te gunnen aan Rodi Media.
Met dat voornemen is Uitkijkpost het niet eens. Zij spant een procedure aan, waarin zij betoogt dat de gemeente de tweede aanbesteding niet had mogen intrekken. Volgens Uitkijkpost is geen sprake van een van de in de rechtspraak genoemde aanleidingen voor intrekking. Daarnaast stelt Uitkijkpost dat de intrekkingsbeslissing geen bezwaartermijn bevatte. De gemeente brengt hiertegen in dat Uitkijkpost haar rechten heeft verwerkt, omdat zij te laat heeft geklaagd over de intrekkingsbeslissing.
De intrekkingsbeslissing en rechtsverwerking
De gemeente wordt in het gelijk gesteld. De voorzieningenrechter herhaalt het uitgangspunt ontleend aan het klassieke Europese Grossmann-arrest: van inschrijvers mag een proactieve houding worden verwacht. Daarmee wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd. Een ander doel is dat eventuele omissies in een procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Een inschrijver die te laat klaagt, vist daarom achter het net. Hij heeft zijn rechten verwerkt.
Dit gevolg van rechtsverwerking treft in de regel de inschrijver die bezwaren heeft tegen voorwaarden van de aanbesteding, die zonder klagen inschrijft en die – na verlies – op de bezwaren wil terugkomen.
De voorzieningenrechter past het leerstuk rechtsverwerking nu ook toe op deze zaak. Een ontevreden inschrijver moet ook bij een intrekkingsbeslissing tijdig actie ondernemen. Wat wel en niet (meer) tijdig is, hangt af van de omstandigheden van het geval, aldus de rechter. De klacht van Uitkijkpost, na bekendmaking van het gunningsvoornemen in de derde aanbesteding, is te laat. Dat in de intrekkingsbeslissing geen bezwaartermijn is opgenomen, doet daar niet aan af.
Conclusie
De verplichting voor inschrijvers om zich proactief op te stellen geldt dus ook bij de intrekking van een aanbesteding. Wij kunnen dat goed volgen. Het staat marktpartijen vrij om te klagen over een intrekkingsbeslissing, maar zij moeten er wel op bedacht zijn dit binnen bekwame tijd te doen. Dat is in het algemeen het geval en dat geldt temeer bij een opvolgende aanbestedingsprocedure.