Zoeken
  1. Ook overgangsrecht Wlz in kannen en kruiken?

Ook overgangsrecht Wlz in kannen en kruiken?

Nadat de Wet langdurige zorg (Wlz) op 25 september jl. door de Tweede Kamer werd aangenomen en daarmee de doelgroep van de wet eindelijk lijkt vast te staan (hierover een eerder artikel) lijkt er nu ook overeenstemming te zijn over de manier waarop de overgang van zittende AWBZ-cliënten naar de Wlz en de overige nieuwe wettelijke kaders zal plaatsvinden.In hoofdstuk 11 van de Wlz zijn hierover verschillende artikelen opgenomen. Kort gezegd bepalen deze artikelen dat ‘zware’ AWBZ-indicaties di...
Auteur artikelLieske de Jongh (uit dienst)
Gepubliceerd13 oktober 2014
Laatst gewijzigd13 oktober 2014
Leestijd 
Nadat de Wet langdurige zorg (Wlz) op 25 september jl. door de Tweede Kamer werd aangenomen en daarmee de doelgroep van de wet eindelijk lijkt vast te staan (hierover een eerder artikel) lijkt er nu ook overeenstemming te zijn over de manier waarop de overgang van zittende AWBZ-cliënten naar de Wlz en de overige nieuwe wettelijke kaders zal plaatsvinden.

In hoofdstuk 11 van de Wlz zijn hierover verschillende artikelen opgenomen. Kort gezegd bepalen deze artikelen dat ‘zware’ AWBZ-indicaties die recht geven op zorg inclusief verblijf vanaf 1 januari 2015 gelden als een Wlz-indicatie. Personen met een ‘lichte’ AWBZ-indicatie die in een instelling verblijven, ontvangen een Wlz-indicatie, zolang zij dit verblijf voortzetten. De wetgever heeft namelijk als uitgangspunt genomen dat verzekerden door de wetswijziging niet verplicht mogen worden weg te verhuizen uit een instelling. Ook mensen die in een kleinschalig wooninitiatief verblijven en dit bekostigen met een persoonsgebonden budget op grond van de AWBZ mogen na 1 januari 2015 in het wooninitiatief blijven wonen op grond van een Wlz-indicatie (en persoonsgebonden budget).

Ook ‘lichte’ AWBZ-indicaties met verblijf van mensen die niet in een instelling wonen kunnen naar een Wlz-indicatie omgezet worden. Anders dan bij personen die al in een instelling verblijven (met zware of lichte indicatie) behouden zij de Wlz-indicatie enkel als zij voor het einde van duur van de afgegeven AWBZ-indicatie en in ieder geval vóór 1 januari 2016 naar een instelling zijn verhuisd. Als ze eenmaal verhuisd zijn, behouden zij ook na afloop van hun AWBZ-indicatie dan wel na 1 januari 2016 hun recht op Wlz-zorg. Verhuizen zij niet op tijd, dan kunnen zij na afloop van hun indicatie een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) aanvragen.

Mensen met een recht op ADL-assistentie houden dit recht zolang zij in een ADL-woning blijven wonen.

Verzekerden die op grond van de AWBZ recht hebben op verblijf in een instelling hebben de mogelijkheid hun zorgzwaartepakket om te laten zetten in functies en klassen van zorg die zij thuis kunnen ontvangen. Deze verzekerden behouden, als zij dit wensen, na intrekking van de AWBZ recht op deze zorg op grond van een modulair pakket thuis. Dit is een pakket dat bestaat uit één of meer losse vormen van zorg. Ontvangt een verzekerde zorg in functies en klassen op grond van de AWBZ in afwachting van een plaats in een instelling waar hij wil gaan wonen en ontvangt hij daardoor méér zorg dan verzekerden die niet wachten op een plek in een instelling, dan behoudt hij dit recht op extra zorg ook onder het regime van de Wlz totdat opname heeft plaatsgevonden.

Kortom: AWBZ-indicaties met verblijf worden op basis van het overgangsrecht omgezet naar Wlz-indicaties.

Naast verblijfsindicaties kunnen verzekerden ook AWBZ-voor indicaties zonder verblijf (extramurale indicatie) krijgen. Deze indicaties worden niet omgezet naar een Wlz-indicatie. Het recht op zorg dat verzekerden tot 1 januari 2015 aan deze indicaties kunnen ontlenen, blijft ook na die datum bestaan, maar dan als aanspraak op zorg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ten opzichte van de gemeente. Jeugdigen met een extramurale indicatie hebben na 1 januari 2015 recht op zorg gefinancierd door de gemeente op basis van de nieuwe Jeugdwet. De achterliggende gedachte bij dit overgangsregime is dat de AWBZ-verzekerden hun indicatie behouden maar dan gefinancierd vanuit het nieuwe wettelijk kader waaraan zij, als zij een nieuwe aanvraag zouden doen, een recht op zorg kunnen ontlenen.

Er blijkt volgens de staatssecretaris echter een groep van circa 14.000 mensen te zijn die hoewel zij beschikken over een extramurale AWBZ-indicatie, naar alle waarschijnlijkheid toch zullen voldoen aan de ingangscriteria van de Wlz. Deze mensen zijn met andere woorden aangewezen op zware en langdurige zorg. Op basis van de algemene regels van het overgangsrecht hebben zij echter vanaf 1 januari a.s. een aanspraak op Wmo-zorg, zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Jeugdwet. In zijn brief van 9 september heeft de staatssecretaris voorgesteld een deel van deze groep, ruim 4.000 kinderen die thuis verzorgd worden en waarvan “vrij zeker” is dat zij zullen voldoen aan de toetsingscriteria uit de Wlz hun zorg vanuit de Wlz te laten ontvangen. De overige 10.000 personen zouden hun indicatie en budget gedurende het hele jaar 2015 binnen de Wmo en de Zvw (en de Jeugdwet) ontvangen.

Na onder andere indiening van een motie door het kaderlid Leijten op 11 september, nader overleg met cliëntenorganisaties en een Kamerdebat op 23 september jl. over de hervorming van de langdurige zorg heeft de staatssecretaris in zijn brief van 9 oktober 2014 bekend gemaakt dat hij van oordeel is dat de totale groep van 14.000 personen niet met onnodige veranderingen belast moet worden. Een verandering van financieringsregime van de AWBZ naar de Wmo 2015, Zvw of Jeugdwet naar de Wlz vindt hij te belastend. De staatssecretaris heeft daarom besloten het overgangsrecht ook op deze groep van toepassing te verklaren, zodat de extramurale AWBZ-indicatie van deze verzekerden per 1 januari 2015 gelijkgesteld wordt met een Wlz-indicatie. Deze personen krijgen hierover, net als de 4.000 kinderen die de staatssecretaris in zijn eerdere brief al directe toegang tot de Wlz had toegezegd, een brief van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) waarmee ze, volgens de minister “rechtstreeks kunnen instromen in de Wlz”. Indien de verzekerde dit wenst wordt de huidige indicatie vervolgens omgezet in een Wlz-indicatie.

Wie weet is met deze laatste aanpassing dan eindelijk écht duidelijk wie er per 1 januari 2015 in de Wlz komen. Niet alleen voor nieuwe cliënten, maar ook voor de huidige AWBZ-verzekerden. Of dit het geval is, zal de tijd leren. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) kan zich in ieder geval alvast niet vinden in deze wijziging.