Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Reparatievoorstellen nieuwe Woningwet

Reparatievoorstellen nieuwe Woningwet

 Op 1 juli 2015 zijn de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (de “Herzieningswet”) en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (“BTIV”) in werking getreden. Gebleken is dat een aantal technische wijzigingen noodzakelijk is met betrekking tot de uitvoering. Deze wijzigingen zijn door het ministerie van BKZ neergelegd in het Ontwerp besluit tot wijziging van de BTIV en de Veegwet Wonen. Beide voorstellen zijn ter consultatie voorgelegd. Tot 25 december 2015 kan er...
Auteur artikelMarieke van Dongen
Gepubliceerd14 december 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 


 Op 1 juli 2015 zijn de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (de “Herzieningswet”) en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (“BTIV”) in werking getreden. Gebleken is dat een aantal technische wijzigingen noodzakelijk is met betrekking tot de uitvoering. Deze wijzigingen zijn door het ministerie van BKZ neergelegd in het Ontwerp besluit tot wijziging van de BTIV en de Veegwet Wonen. Beide voorstellen zijn ter consultatie voorgelegd. Tot 25 december 2015 kan er worden gereageerd op de voorstellen.

De voorgestelde wijzigingen betreffen correctie van onjuiste verwijzingen, redactionele fouten, verheldering van bepalingen die onduidelijkheid opleveren en aanvulling of toevoeging van delegatiebepalingen. Daarnaast wordt er een aantal technische wijzigingen en wijzigingen met beperkte beleidsmatige gevolgen aangebracht in andere wetten op het gebied van wonen, zoals de Huisvestingswet en de Wet op de huurtoeslag.

Wijzigingen interne organisatie

De Veegwet Wonen bevat twee wijzigingen met betrekking tot de interne organisatie van woningcorporaties. De eerste wijziging ziet op de ‘fit-and-proper’-test voor bestuurders. Artikel 20 BTIV verplicht de rijksbelastingdienst om aan de minister op zijn verzoek de gegevens te verstrekken die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn om ten aanzien van de beoogde bestuurder of commissaris te kunnen beoordelen of er sprake is van een fiscaal-bestuurlijk antecedent. Deze verplichting wordt verhuisd naar de nieuwe Woningwet.

Daarnaast wordt voorgesteld om artikel 30 lid 9 van de nieuwe Woningwet te wijzigen. Artikel 30 lid 9 sub a schrijft voor dat de statuten van de woningcorporatie moeten bepalen dat de huurdersorganisaties het recht hebben een bindende voordracht te doen voor twee of meer commissarissen, indien de raad van toezicht uit vijf of meer commissarissen bestaat, dan wel voor één commissaris, indien de raad van toezicht uit drie of vier commissarissen bestaat. Artikel 30 lid 10 van de nieuwe Woningwet bepaalt dat het aantal door de huurdersorganisaties voorgedragen commissarissen zodanig moet zijn dat zij tezamen ten minste een derde deel en niet de meerderheid van de raad van toezicht moeten kunnen uitmaken. Bij een voordracht van slechts één lid bij een raad van toezicht die uit vier leden bestaat, kan aan het door lid 10 gestelde vereiste van een/derde niet worden voldaan. Door te bepalen dat de huurdersorganisaties het recht hebben een bindende voordracht te doen voor twee of meer commissarissen, indien de raad van toezicht uit vier of meer commissarissen bestaat (in plaats van vijf of meer), wordt de discrepantie tussen het huidige artikel 30 lid 9 sub a en lid 10 opgeheven.