Supermarkt vestigen op gronden met functieaanduiding ‘tuincentrum’

6 november 2019

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft zich in uitspraken van 27 februari 2019 (casus 1) en 28 augustus 2019 (casus 2) gebogen over de vraag of een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de vestiging van een supermarkt op gronden bestemd voor 'Detailhandel' met de nadere (functie)aanduiding 'tuincentrum'. In beide uitspraken komt de Afdeling tot een andere conclusie.

Bart de Haan
Bart de Haan
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

Planregels letterlijk uitleggen

De Afdeling oordeelt dat de functieaanduiding ‘tuincentrum’ op zichzelf beschouwd niet uitsluit dat ook andersoortige detailhandel op het perceel is toegestaan. Volgens vaste jurisprudentie zijn de op een plankaart aangegeven bestemming en de daarbij behorende planregels bepalend voor de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De toelichting bij het bestemmingsplan heeft in zoverre slechts betekenis dat deze over de bedoeling van de planwetgever meer inzicht kan geven, indien het bestemmingsplan en de bijbehorende planregels op zichzelf en in samenhang bezien onduidelijk zijn. De planregels dienen aldus letterlijk uitgelegd te worden.

Gelet op het bovenstaande is van belang hoe de planregels geformuleerd zijn. In casus 1 luidden de planregels als volgt:

“Artikel 7.1 De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’(…)”

En in casus 2:

“Artikel 8.1 De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', een parkeergarage; c. ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt', een supermarkt; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum', een tuincentrum; (…)”

De plaats van het woord ‘uitsluitend’

De Afdeling oordeelt dat de plaats van het woord ‘uitsluitend’ in beginsel bepalend is voor de vraag of ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’ een supermarkt is toegestaan. In casus 1 oordeelde de Afdeling dat het woord uitsluitend betrekking heeft op de toegestane locatie en niet op het toegestane gebruik. Uit artikel 7.1 kon dan ook niet anders worden begrepen dan dat een tuincentrum uitsluitend is toegestaan bij de functieaanduiding “tuincentrum” en dat daarnaast ook andersoortige detailhandel is toegestaan op dat perceel. De bedoeling van de planwetgever is niet relevant, nu het bestemmingsplan en de bijbehorende planregels voldoende duidelijk zijn.

De Afdeling kwam in casus 2 tot een ander oordeel. Hoewel, gelet op de plaats van het woord ‘uitsluitend’, dit woord slechts betrekking heeft op de toegestane locatie en niet op het toegestane gebruik, komt de Afdeling tot de conclusie dat andersoortige detailhandel op het perceel met de functieaanduiding ‘tuincentrum’ niet is toegestaan. Dit komt omdat in de planregels van casus 2, in tegenstelling tot casus 1, expliciet is bepaald dat een supermarkt is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’ (zie artikel 8.1 aanhef en onder c). In zoverre zijn de planregels in samenhang bezien onduidelijk: is een supermarkt ook toegestaan op een perceel met de functieaanduiding ‘tuincentrum’? Vanwege deze onduidelijkheid is de toelichting bij het bestemmingsplan van betekenis. Uit deze toelichting volgt dat de bedoeling van de planwetgever kennelijk was om een supermarkt alleen toe te staan op een perceel met de functieaanduiding ‘supermarkt’.

Conclusie

Planregels bij een bestemmingsplan dienen letterlijk uitgelegd te worden. Wanneer de planregels op zichzelf noch in samenhang bezien duidelijkheid bieden, dient de toelichting bij het bestemmingsplan geraadpleegd te worden teneinde meer inzicht te bieden in de bedoeling van de planwetgever.

Gerelateerd

Tweede bekrachtigingsuitspraak Raad van State: onteigening onder de Omgevingswet verder ingevuld

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 8 juli 2026 een tweede bekrachtigingsuitspraak gedaan over de onteigening voor het project...

Maatregelenpakket stikstof: wat betekent dit voor uw project?

Afgelopen vrijdag, op 26 juni 2026, presenteerde het kabinet het langverwachte Maatregelenpakket stikstof. Dit pakket beoogt de al jaren vastgelopen...

Bekrachtigingsuitspraak Palace Wyck: onteigeningsbelang en algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Bij uitspraak van 24 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg de onteigeningsbeschikking van de raad van Maastricht bekrachtigd voor de onteigening van een woning...

Onrechtmatige handhaving op verontreinigde grond: overheid aansprakelijk voor geleden schade?

Bij handhaving op het gebruik van verontreinigde grond kunnen besluiten van gemeente en provincie verstrekkende (financiële) gevolgen hebben voor betrokken...
Integrale controles gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Integrale controles door gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Op 12 mei 2026 heeft Advocaat-Generaal (A-G) Paridaens bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak die voor gemeenten van praktisch belang is. De zaak...

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...
No posts found