De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Tevergeefs beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij multicausale klachten

Tevergeefs beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij multicausale klachten

In de praktijk wordt regelmatig tevergeefs een beroep gedaan op toepassing van de zogeheten arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Zo oordeelde het hof Den Haag in een arrest van 20 mei 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:899), dat ik hierna zal bespreken, dat een beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet kon slagen. Wat houdt de arbeidsrechtelijke omkeringsregel ook alweer in en in welke gevallen kan er (g)een beroep op worden gedaan?
Auteur artikelDieuwertje Bouchier
Gepubliceerd16 juni 2020
Laatst gewijzigd16 juni 2020
Leestijd 

Algemeen kader

Een werknemer die een beroep doet op artikel 7:658 lid 2 BW zal moeten stellen en zo nodig moeten bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Wordt aan dit vereiste voldaan, dan is de werkgever in beginsel voor die schade aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat causaal verband ontbreekt, hij zijn zorgplicht is nagekomen of aantoont dat de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel

Voor de gevallen waarin een werknemer stelt in de uitoefening van zijn werkzaamheden te zijn blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden waardoor hij (gezondheids)schade heeft geleden, heeft de Hoge Raad in enkele arresten, waaronder in het welbekende arrest Unilever Dikmans van 17 november 2001 (ECLI:NL:HR:2000:AA8369), de zogeheten arbeidsrechtelijke omkeringsregel in het leven geroepen.

Voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel is het nodig dat de werknemer stelt en zo nodig bewijst dat hij zijn werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid en stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat hij lijdt aan gezondheidsklachten die daardoor kunnen zijn veroorzaakt. Indien het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is, zal voor het vermoeden geen plaats zijn en is de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing (o.a. HR 23 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW6166 (Havermans/Luyckx), HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1721 (Lansink/Ritsma), HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 (SVB/Van de Wege)).

Wordt echter aan deze voorwaarden voldaan, dan drukt de arbeidsrechtelijke omkeringsregel het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze de werkzaamheden heeft verricht. Het door de werknemer te bewijzen causaal verband tussen de werkzaamheden en de gezondheidsschade zal in die gevallen worden aangenomen, tenzij de werkgever tegenbewijs kan leveren. Lukt dat niet, dan kan de werkgever nog aan aansprakelijkheid ontkomen als hij erin slaagt aan te tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

Tevergeefs beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel

Een treffend voorbeeld waarin tevergeefs een beroep werd gedaan op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel is een recent arrest van het hof Den Haag van 20 mei 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:899). In die zaak ging het om een als oproepkracht aangenomen werknemer die stelt op enig moment onder andere een carpaletunnelsyndroom en nekklachten te hebben opgelopen als gevolg van langdurig te zware belasting. Het hof overweegt dat onbekend is gebleven, zelfs bij benadering, hoe vaak eiser de gestelde zware werkzaamheden heeft verricht en op welke wijze. Eiser heeft daarom niet voldaan aan zijn stelplicht en onvoldoende bewezen dat hij de gestelde schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden.

In het verlengde daarvan verwerpt het hof het beroep van eiser op de zogenoemde omkeringsregel. Het hof acht het van algemene bekendheid dat de gestelde klachten aan nek en pols ook voorkomen zonder dat daarbij een relatie met werkomstandigheden bestaat. Het is niet aannemelijk dat de klachten van eiser een werkgerelateerde oorzaak hebben. Ook de medische gegevens geven het hof daartoe onvoldoende aanknopingspunten. Een verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden is te onzeker en te onbepaald, aldus het hof.

Ook het hof ’s-Hertogenbosch kwam in een arrest van 12 mei 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:1534)
tot een soortgelijk oordeel. Er was geen ruimte voor toepassing van de omkeringsregel omdat eiser niet had voldaan aan de stelplicht dat sprake was van een causaal verband tussen de gestelde (lage) rugklachten, arbeidsongeschiktheid en de werkomstandigheden. Het hof sloot aan bij een in het kader van een voorlopig deskundigenbericht opgesteld deskundigenrapport waaruit kort gezegd volgt dat (met name) sprake is van lage rugklachten passend bij de leeftijd van eiser.

Het hof volgt de deskundige in diens overweging dat in de bestaande vakliteratuur geen sterke aanwijzing is te vinden voor een eenduidige relatie tussen belasting tijdens het werk en het ontstaan van symptomatische rugpijn. Noch door eiser, noch door de deskundige is op enige wijze voldoende concreet aangegeven welke vorm van overbelasting heeft plaatsgevonden en wat de specifieke gevolgen daarvan zijn voor de gestelde rug- en nekklachten. Omdat dergelijke rugklachten veelvuldig voorkomen in de samenleving, is voor toepassing van de omkeringsregel geen plaats, aldus het hof. Het verband tussen de gezondheidsschade en de omstandigheden waaronder de werkzaamheden zijn verricht zijn te onzeker en te onbepaald.

Overigens oordeelt het hof daarnaast dat er ook geen grond is om uit te gaan van proportionele aansprakelijkheid van de werkgever aangezien de aard van de normschending door de werknemer onvoldoende concreet is toegelicht en de deskundige de kans dat de gestelde klachten een gevolg zijn van de overbelasting niet in een percentage kan uitdrukken.

Conclusie

Kortom, in beide zaken komt het hof tot het oordeel dat er geen ruimte is voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. In beide zaken was het verband tussen de gestelde opgelopen gezondheidsschade en de omstandigheden waaronder de werkzaamheden zijn verricht te onzeker en te onbepaald omdat sprake was van multicausale klachten, waarvan de oorzaak ook buiten de werkzaamheden kan zijn gelegen.

Beoordeel dit artikel