De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Verplichte inspraak bij natuurvergunningen

Verplichte inspraak bij natuurvergunningen

In een uitspraak van 14 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1507) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) bepaald dat overheden voortaan inspraak moeten bieden voordat zij beslissen op een aanvraag voor een natuurvergunning.
Leestijd 
Auteur artikel Joyce de Bruijn
Gepubliceerd 15 juli 2021
Laatst gewijzigd 15 juli 2021
 

Natuurvergunning

Op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Met de ecologische voortoets kan worden beoordeeld of significant negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten. In dat geval is geen natuurvergunning vereist. Kunnen significant negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten, dan dient er een passende beoordeling te worden gemaakt. De natuurvergunningplicht in de Wnb is een implementatie van artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn. Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn luidt: 

Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo’n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.

 

LZ II-arrest

Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn bepaalt dat de bevoegde nationale autoriteiten, alvorens hun toestemming te geven voor een project of een plan als bedoeld in deze bepaling, in voorkomend geval inspraakmogelijkheden moeten bieden. In het LZ II-arrest van 8 december 2016 (ECLI:EU:C:2016:838) overwoog het Hof van Justitie dat deze bepaling moet worden gelezen in samenhang met artikel 6 lid 1 van het Verdrag van Aarhus. In artikel 6 van het Verdrag van Aarhus is het recht op inspraak geregeld bij de voorbereiding van besluiten over het al dan niet toestaan van bepaalde milieubelastende activiteiten.

Verplichte inspraak

De ABRvS leidt uit het LZ II-arrest af dat toestemmingsbesluiten die de bevoegde autoriteiten in het kader van artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn nemen, onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 van het Verdrag van Aarhus vallen. Er dienen dus inspraakmogelijkheden te worden geboden bij de voorbereiding van besluiten in het kader van de Habitatrichtlijn. In de Wnb  en de voorheen geldende Natuurbeschermingsweg 1998 is niet voorgeschreven dat bij de totstandkoming van de natuurvergunning inspraak moet worden geboden. Daarom is artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn niet correct geïmplementeerd. De ABRvS oordeelt daarom dat gedeputeerde staten opnieuw op de aanvraag moeten beslissen. De natuurvergunning is verleend op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 op basis van interne saldering. Deze interne saldering lijkt de toets der kritiek te doorstaan. Het is opmerkelijk dat een nieuw besluit moet worden genomen nu voor interne saldering geen natuurvergunningplicht meer geldt sinds de uitspraak “Logtsebaan”.

Uitwerking in de praktijk

De ABRvS oordeelt dat gelet op het beginsel van Unietrouw gedeputeerde staten met toepassing van artikel 3:10 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht moeten besluiten dat die afdeling op de voorbereiding van het besluit van toepassing is. Dit betekent concreet dat er een ontwerpbesluit voor een natuurvergunning ter inzage wordt gelegd waartegen belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen. De gevolgen van het “Varkens in Nood”-arrest voor de bestuursrechtspraak, waarover wij in een eerdere bijdrage schreven, doen zich nu ook rechtstreeks gevoelen in de natuurvergunningprocedure. Dat wil zeggen: geen zienswijze, toch beroep (i), en wel een zienswijze, geen belanghebbende, toch beroep (ii).

Omgevingswet

Onder de Omgevingswet is inspraak al wel verplicht gesteld. Zoals blijkt uit de nota van toelichting bij het Omgevingsbesluit (Staatsblad 2018, 290) heeft wetgever onderkend dat de Habitatrichtlijn vereist dat inspraak wordt geboden. Artikel 16.65 lid 1 onder a Omgevingswet in samenhang met artikel 10.24 lid 1 onder j Omgevingsbesluit verklaren daarom op de voorbereiding van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing.