De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Voorstel VWS: Verschaf huisartsenpost en SEH sneller inzage in medische gegevens van coronapatiënten via het elektronisch uitwisselingssysteem

Voorstel VWS: Verschaf huisartsenpost en SEH sneller inzage in medische gegevens van coronapatiënten via het elektronisch uitwisselingssysteem

Het ministerie van VWS werkt aan een tijdelijke regeling waarin is geregeld dat zorgverleners op de spoedeisende hulp en de huisartsenpost sneller inzage in medische gegevens van (vermoedelijke) coronapatiënten kunnen krijgen. Dit voornemen is voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De AP heeft bij brief laten weten hier geen bezwaren tegen te hebben, mits aan strenge voorwaarden is voldaan. Zo benadrukt de AP dat ook in deze tijdelijke regeling het toestemmingsvereiste voor raadpleging leidend blijft, tenzij een patiënt niet meer in staat is om zijn wil te uiten. In dit blog lichten wij de voorgestelde tijdelijke regeling en de reactie van de AP hierop nader toe.
Auteur artikel Marloes Roetert Steenbruggen-Hulshof
Gepubliceerd 03 april 2020
Laatst gewijzigd 03 april 2020
Leestijd 

Het verlenen van goede, veilige en snelle zorg is van groot belang in deze coronacrisis. Om dit te bewerkstelligen is het belangrijk dat een zorgverlener beschikt over actuele gezondheidsinformatie van de patiënt. Als patiënten zich bij hun eigen huisarts melden, zal dit doorgaans geen problemen opleveren, omdat de huisarts toegang heeft tot het medisch dossier van zijn patiënt. Indien een patiënt zich echter bij een andere huisarts, een huisartsenpost of de spoedeisende hulp (hierna: ‘SEH’) meldt, is dit niet het geval. Zonder toestemming van de patiënt is het voor deze zorgverleners niet mogelijk om toegang te krijgen tot informatie over de patiënt. In de huidige coronapandemie levert dit problemen op.

Juist nu komen (vermoedelijke) coronapatiënten immers vaker bij een andere zorgverlener dan hun reguliere (huis)arts terecht, die dan vaak geen inzage heeft in het medisch dossier van de patiënt. Dit terwijl deze inzage wel nodig is om te beoordelen of een patiënt tot een risicogroep behoort, bijvoorbeeld vanwege diabetes, hartproblemen of bepaald medicijngebruik. Patiënten kunnen dit zelf namelijk lang niet altijd vertellen, omdat zij bij hevige klachten niet meer goed in staat zijn om vragen hierover te beantwoorden. Dit alles bemoeilijkt de zogeheten ‘triage’: de afweging of een patiënt naar het ziekenhuis moet worden doorgestuurd of thuis moet uitzieken. Een onwenselijke situatie.

Om aan dit probleem tegemoet te komen werken de ministers voor Medische Zorg en Volksgezondheid, Welzijn en Sport op dit moment aan een tijdelijke regeling waarin inzage in het bij de huisarts liggende medisch dossier van de patiënt (het huisartsendossier) voor andere zorgverleners dan de eigen huisarts wordt vergemakkelijkt. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: ‘AP’) heeft zich inmiddels over deze voorgenomen tijdelijke regeling uitgesproken. In dit blog gaan wij nader in op deze tijdelijke regeling en het standpunt van de AP.

Hoe werkt het ‘normaal’?

In beginsel heeft alleen de behandelend huisarts inzage in het medisch dossier (het huisartsendossier) van zijn patiënt. Via een elektronisch uitwisselingssysteem is het (onder strikte voorwaarden) mogelijk dat onder andere de huisarts, de huisartsenpost, de apotheek en medisch specialisten in het ziekenhuis (bijvoorbeeld op de SEH) de belangrijkste medische gegevens van de patiënt delen. Via dit systeem kunnen zij (met een beveiligde pas en een wachtwoord) medische gegevens over patiënten in elkaars systemen raadplegen. Een elektronisch uitwisselingssysteem is dus geen database waarin medische gegevens van een patiënt worden opgeslagen. De medische gegevens van de patiënt blijven namelijk in het dossier van (bijvoorbeeld) de huisarts of de apotheek staan. Via het uitwisselingssysteem kunnen andere zorgverleners (bijvoorbeeld de SEH-arts) als het ware via een ‘doorkijkluik’ de belangrijkste medische informatie van de patiënt in dit dossier bekijken. Het bekendste (landelijk) elektronisch uitwisselingssysteem is het Landelijk Schakelpunt [deeplink].

Voor het delen van medische gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem is op grond van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (hierna: ‘Wabvpz’) vereist dat een patiënt daarvoor toestemming heeft gegeven. In artikel 15a Wabvpz is geregeld dat de zorgaanbieder slechts gegevens van de patiënt (in de wet genoemd: cliënt) beschikbaar stelt via het elektronisch uitwisselingssysteem (dus: raadpleegbaar maakt), voor zover de zorgaanbieder heeft vastgesteld dat de patiënt daartoe uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Uitdrukkelijk betekent voor de praktijk dat de patiënt deze toestemming schriftelijk moet hebben gegeven. Ook zonder toestemming zet de zorgaanbieder vervolgens een "virtueel poortje" open, die het mogelijk maakt dat een andere zorgaanbieder (de belangrijkste) gegevens over de patiënt kan bekijken op het moment dat deze met deze patiënt een behandelrelatie heeft. 

Op dit moment hebben ongeveer acht miljoen patiënten toestemming gegeven voor het beschikbaar stellen van gegevens via het Landelijk Schakelpunt. Ook hebben één miljoen patiënten expliciet aangegeven géén toestemming te geven. De rest van de patiënten (een groot deel van de Nederlanders dus) heeft niets aangegeven.

Voorgestelde versoepeling van de privacyregels door een tijdelijke regeling

In zijn brief van 27 maart 2020 heeft minister Van Rijn de AP geïnformeerd over een voorstel van het ministerie van VWS om het toestemmingsvereiste van artikel 15a Wabvpz tijdelijk buiten toepassing te laten bij de zorgverlening aan (vermoedelijke) coronapatiënten. Dit zou bewerkstelligd moeten worden door het creëren van een technische mogelijkheid om zonder uitdrukkelijke toestemming van patiënten informatie uit het medisch dossier van de huisarts door middel van elektronisch uitwisselingssysteem beschikbaar te stellen voor zorgverleners bij de huisartsenposten en de SEH. Ook zonder toestemming wordt dan dus een ‘poortje’ opengezet in het systeem van de huisarts, zodat zorgverleners op de huisartsenpost of de SEH  de (belangrijkste) medische informatie van een (vermoedelijke) coronapatiënt kunnen bekijken op het moment dat zij met deze patiënt een behandelrelatie hebben.

Belangrijk is dat deze voorgestelde maatregel alleen betrekking heeft op de groep patiënten die op dit moment geen toestemmingskeuze kenbaar heeft gemaakt ten aanzien van het beschikbaar stellen van medische gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem (zoals het Landelijk Schakelpunt). Voor de patiënten die eerder kenbaar hebben gemaakt dat zij géén toestemming geven voor het beschikbaar stellen van hun medische gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem, blijft dus gelden dat hun gegevens niet voor raadpleging door andere zorgverleners vatbaar zijn.

Reactie van de AP op het voorstel: toestemmingsvereiste blijft leidend voor inzage

In reactie op het voorstel van VWS laat de AP weten [deeplink] dat zij in deze coronatijden een dergelijke (technische) ingreep om raadpleging van noodzakelijke patiëntgegevens op de huisartsenpost of spoedeisende hulp mogelijk te maken in beginsel niet bezwaarlijk acht. De AP benadrukt wel dat het toestemmingsvereiste voor raadpleging óók in deze tijdelijke constructie leidend zal moeten blijven, tenzij een patiënt niet meer in staat is om zijn wil te uiten. Verder acht de AP het van belang dat de andere belangrijke beginselen die in acht moeten worden genomen ten aanzien van het medisch beroepsgeheim en de vertrouwelijke gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onverminderd van kracht blijven.

Concreet zal dit volgens de AP het volgende moeten betekenen:

  1. Voor patiënten die in een eerder stadium kenbaar hebben gemaakt uitdrukkelijk toestemming te geven voor raadpleging van hun (huisartsen)gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem verandert er niets. Hun gegevens blijven raadpleegbaar.
  2. Voor patiënten die in een eerder stadium kenbaar hebben gemaakt dat zij géén toestemming geven voor raadpleging van hun (huisartsen)gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem verandert er door de maatregel ook niets. Hun gegevens blijven niet raadpleegbaar.
  3. Voor patiënten die in een eerder stadium niets kenbaar hebben gemaakt over de raadpleging van hun (huisartsen)gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem wordt het door de (voorgestelde) maatregel technisch mogelijk gemaakt dat er gegevens kunnen worden beschikbaar gesteld (het ‘poortje’ wordt dus in het systeem van de huisarts opengezet) zonder dat zij hiervoor toestemming hebben gegeven.

Aanvullende voorwaarden

De AP stelt drie aanvullende voorwaarden voor de daadwerkelijke raadpleging (dus: inzage) van medische gegevens voor de groep patiënten die niet kenbaar hebben gemaakt of zij al dan niet toestemming geven voor raadpleging van hun gegevens via een elektronisch uitwisselingssysteem (‘groep 3’):

  1. Het moet voor iedere zorgverlener duidelijk zijn dat voor deze groep patiënten een technische mogelijkheid voor uitwisseling van gegevens is gecreëerd zonder toestemming van de patiënt.
  2. Het zijn alléén de bij de behandeling betrokken zorgverleners die werkzaam zijn op de huisartsenpost of SEH die gebruik mogen maken van deze technische mogelijkheid (dus: gegevens mogen inzien), én alleen indien dat noodzakelijk is voor de triage of behandeling van (vermoedelijke) coronapatiënten. Andere zorgverleners mogen dit niet.
  3. Het uitgangspunt is en blijft toestemming. Omdat er voor deze groep patiënten een technische mogelijkheid is gecreëerd om gegevens raadpleegbaar te maken zonder dat daarvoor toestemming is gegeven, stelt de AP als voorwaarde dat de zorgverleners van de huisartsenpost of spoedeisende hulp deze patiënten om toestemming dienen te vragen voor het raadplegen (inzien) van de medische (dus het gebruik maken van het ’doorkijkluikje’), tenzij de patiënt niet meer in is om zijn wil te uiten. In dit laatste geval mag een zorgverlener zonder toestemming huisartseninformatie raadplegen, voor zover dit noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de patiënt. Toestemming kan zowel mondeling als schriftelijk door de patiënt worden gegeven, aldus de AP.

Verder benadrukt de AP vast dat de voorgestelde regeling van tijdelijke aard zal moeten zijn en voor een beperkte duur, waarna men terugkeert naar de “normaaltoestand”.

Beschouwing en conclusie

Samengevat heeft de AP via haar brief dus laten weten dat zij geen bezwaren heeft tegen de door het ministerie van VWS voorgestelde regeling, mits deze regeling voldoet aan de door de AP genoemde voorwaarden. Het is nu afwachten of het ministerie van VWS de genoemde voorwaarden van de AP gaat overnemen in de door haar op te stellen regeling. Wij zullen u uiteraard zo spoedig mogelijk nader informeren wanneer de regeling bekend wordt gemaakt.

Al met al juichen wij een tijdelijke regeling voor het (onder strikte en duidelijke voorwaarden) buiten toepassing laten van het toestemmingsvereiste van artikel 15a Wabvpz toe. In deze crisistijd is de bestrijding van het coronavirus en het redden van mensenlevens immers topprioriteit. Tegelijk blijft het ook dan van groot belang dat de privacy van patiënten goed beschermd is. Dit betekent dat alle zorgaanbieders ook in tijden van corona verantwoordelijk én aanspreekbaar blijven voor de wijze waarop zij omgaan met de medische gegevens van patiënten. Ook blijven de uitgangspunten van het medische beroepsgeheim onverminderd van kracht.

Een zorgverlener zal zich er dus van bewust moeten zijn dat de voorgestelde tijdelijke regeling alléén ziet op het beoordelen van de gezondheidstoestand en het behandelen van (vermoedelijke) coronapatiënten op de huisartsenpost én de SEH. Voor alle andere situaties blijft artikel 15a Wabvpz onverminderd van kracht, en zal voor de vraag of medische gegevens van een patiënt via een elektrisch uitwisselingssysteem mogen worden geraadpleegd leidend zijn of een patiënt wel of geen toestemming heeft gegeven voor raadpleging van zijn gegevens in een elektronisch uitwisselingssysteem. In alle andere gevallen mag een zorgverlener géén gebruik maken van de regeling. Doet zij dit wel, dan handelt zij onrechtmatig en kan zij hiervoor bovendien strafrechtelijk vervolgd worden (zie immers artikel 15i Wabvpz).

De AP heeft hierover tot slot nog opgemerkt dat, om eventueel misbruik van de voorgestelde tijdelijke regeling vast te stellen, het van (nog groter) belang is dat zorgaanbieders alle gegevensuitwisselingen (dat wil zeggen: wie, waar, wanneer data heeft ingevoerd, gemuteerd en ingezien) blijven vastleggen en controleren. Dit wordt logging genoemd. Wij raden zorgaanbieders dan ook aan om de komende tijd de logging goed te blijven vastleggen en te controleren op onbevoegde raadpleging van patiëntgegevens.
 
Heeft u vragen over (de implicaties van) deze maatregel? Neemt u dan gerust contact op met Marloes Hulshof of Myrthe Feenstra. Wij helpen u graag verder. Via ons kennisportal kunt u meer lezen over de juridische gevolgen van corona.