Vrijstelling verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds vanwege eigen pensioenregeling

19 oktober 2012
Een groot aantal werkgevers is verplicht al hun werknemers aan te melden bij een bedrijfstakpensioenfonds, namelijk indien de bedrijfsactiviteiten vallen onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds. Sommige werkgevers hebben echter al een eigen pensioenregeling, op het moment dat de verplichte deelneming van toepassing wordt. Deze werkgevers kunnen - onder bepaalde voorwaarden - in aanmerking komen voor de vrijstelling “in verband met een bestaande pensioenvoorziening” (artikel 2...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
Een groot aantal werkgevers is verplicht al hun werknemers aan te melden bij een bedrijfstakpensioenfonds, namelijk indien de bedrijfsactiviteiten vallen onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds. Sommige werkgevers hebben echter al een eigen pensioenregeling, op het moment dat de verplichte deelneming van toepassing wordt. Deze werkgevers kunnen - onder bepaalde voorwaarden - in aanmerking komen voor de vrijstelling “in verband met een bestaande pensioenvoorziening” (artikel 2 Vrijstellingsbesluit Wet Bpf). Maar zijn er nog meer situaties denkbaar waaronder een werkgever een beroep op deze vrijstellingsgrond kan doen? De Rechtbank Rotterdam heeft zich recent over dit vraagstuk uitgelaten.

Vrijstellingsbesluit

Het ministerie van SZW kan op verzoek van de sociale partners een verplichtstellingsbesluit nemen, waardoor voor werkgevers in een bepaalde bedrijfstak een verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds geldt. Zo zijn veel zorginstellingen bijvoorbeeld verplicht deelnemer in het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en geldt voor een groot aantal werkgevers in de Metalelektro een verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalelektro. Is sprake van een verplichte deelneming, dan is de werkgever verplicht om in beginsel al haar werknemers bij het bedrijfstakpensioenfonds aan te melden en de premies af te dragen.

Onder bepaalde voorwaarden kan een werkgever echter een vrijstellingsverzoek indienen, zodat niet langer de verplichte pensioendeelneming voor de werknemers van deze werkgever geldt. Eén van deze vrijstellingsgronden staat verwoord in artikel 2 van het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf. Deze vrijstellingsgrond wordt ook wel de vrijstelling “in verband met een bestaande pensioenvoorziening” genoemd. Dit artikel regelt een vrijstelling in twee verschillende situaties:

  1. De vrijstelling als gevolg van de invoering van de verplichtstelling. In de literatuur wordt betoogd dat hieronder ook wordt verstaan de wijziging van de verplichtstelling waardoor de werkingssfeer wordt uitgebreid. Ter illustratie: werkgever X heeft een eigen pensioenregeling sinds januari 2006. In november 2006 wordt door sociale partners een verzoek bij het ministerie SZW ingediend tot verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds, waarbij werkgever onder deze bedrijfstak valt. Of: in november 2006 wordt een aanvraag ingediend tot wijziging van de verplichtstelling, waardoor de werkgever alsnog onder de bedrijfstak (en dus: de verplichte deelneming) komt te vallen.

  2. De vrijstelling als gevolg van een wijziging van de bedrijfsactiviteiten. Er zijn situaties denkbaar waarin de werkgever aanvankelijk niet onder het verplichtstellingsbesluit valt, maar door een wijziging van de bedrijfsactiviteiten wèl.


Essentieel bij de beoordeling of een beroep kan worden gedaan op deze vrijstelling, is de zogenoemde tijdigheidseis. Voor het vrijstellingsverzoek van punt 1 betekent dit dat de eigen pensioenregeling minimaal zes maanden moet gelden vóór de aanvraag van sociale partners tot verplichtstelling. Voor het vrijstellingsverzoek van punt 2 betekent dit dat de eigen pensioenregeling al moet gelden minimaal zes maanden vóórdat de verplichte deelneming van toepassing wordt.

Daarnaast geldt voor beide situaties (punten 1 en 2) de aanvullende eis dat de eigen pensioenregeling ten minste actuarieel en financieel gelijkwaardig is aan de regeling van het betreffende bedrijfstakpensioenfonds.

Uitspraak

De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is allereerst interessant, omdat hierin het aantal situaties waaronder een beroep kan worden gedaan op het vrijstellingsverzoek in de zin van punt 1, min of meer wordt uitgebreid. Zo wordt overwogen dat ook een ingrijpende wijziging in het pensioenreglement van het bedrijfstakpensioenfonds als een nieuw wijzigingsbesluit inzake verplichtstelling tot deelneming kan worden aangemerkt. Gevolg: heeft de werkgever zes maanden vóór de aanvraag van het ingrijpend gewijzigde pensioenreglement al een eigen pensioenregeling, dan kan een beroep worden gedaan op de vrijstellingsmogelijkheid. Welke ingrijpende wijziging van het pensioenreglement deed zich in de kwestie die bij de rechtbank Rotterdam voorlag, voor? De omzetting van een pensioenfonds voor prepensioen (PreTEX) naar een pensioenfonds voor ouderdomspensioen (Bpf TEX).

Daarnaast is de uitspraak leerzaam, omdat hierin nader wordt ingegaan op de gelijkwaardigheidseis. Overwogen wordt dat de gelijkwaardigheid (pas) aanwezig moet zijn op het moment van indiening van het vrijstellingsverzoek.

Tot slot

Een verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is voor een aantal werkgevers een onderbelicht item. Niet altijd wordt stilgestaan bij een eventuele verplichte deelneming. De werkgever gaat er van uit dat er geen verplichte pensioenregeling is en biedt een “eigen” pensioenregeling aan haar werknemers aan. Zowel bij de start van de bedrijfsactiviteiten, bij een wijziging van de bedrijfsactiviteiten als bij een wijziging van het personeelsbestand (bijvoorbeeld als gevolg van fusies/overnames) doet een werkgever er verstandig aan zich de vraag te stellen of sprake is van een verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Geen enkele werkgever wil geconfronteerd worden met de toepasselijkheid van twee verschillende pensioenregelingen. Nog los van de onvoorziene premielast die daarmee gemoeid is, ontstaan er namelijk forse fiscale problemen. Vandaar dat het goed is om een zogenoemde “Bpf-check” door de pensioenadvocaten van Dirkzwager te laten uitvoeren.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen