Bescherming van een octrooi
Octrooirechten zijn intellectuele eigendomsrechten (IE-rechten), die rusten op producten net als merkrechten, modelrechten en auteursrechten. Octrooirechten dienen ter bescherming van technische uitvindingen.
Een octrooi geeft de houder het exclusieve recht om de zogenaamde 'voorbehouden handelingen' te verrichten met betrekking tot producten (of werkwijzen) die onder het octrooi vallen. Wat wel en niet onder een octrooi valt wordt beoordeeld aan de hand van de 'beschermingsomvang' van een octrooi. Die beschermingsomvang wordt met name bepaald door de bewoording van de zogenaamde 'conclusies' van een octrooi.
De voorbehouden handelingen zijn opgesomd in artikel 53 Rijksoctrooiwet 1995. Het gaat om het vervaardigen, aanbieden, in het verkeer brengen of gebruiken van een product. Ook het invoeren in Nederland of het in voorraad hebben van dergelijke producten (met het doel om een van de voornoemde handelingen te gaan verrichten) is aan de octrooihouder voorbehouden.
Bewijsvergaring
In een juridische procedure over octrooirechten (kort geding of bodemprocedure) speelt het bewijsmateriaal altijd een belangrijke rol (zie ook hierna). Niet altijd is direct voldoende bewijs voorhanden dat een product inbreuk maakt op een octrooi. Het kan zijn dat de technische eigenschappen van een product bijvoorbeeld niet vast te stellen zonder nader technisch onderzoek aan het product.
De octrooihouder heeft verschillende mogelijkheden om bewijs te verzamelen. Zo kan hij, al dan niet na voorafgaande toestemming van een rechter, beslag leggen op producten of documenten of samples (laten) nemen om die te onderzoeken.
Handhaving bij octrooi inbreuk
Meent de octrooihouder dat er inderdaad sprake is van inbreuk, dan kan hij besluiten over te gaan tot handhaving. Afhankelijk van het type octrooi kan de octrooihouder daarvoor een procedure aanhangig maken bij de rechtbank Den Haag of bij de Europese octrooirechtbank, het Unified Patent Court (UPC).
Bij beide instanties kan de octrooihouder kiezen tussen een kort geding of een bodemprocedure. Een kort geding verloopt sneller (zo'n 2 tot 5 maanden), maar leidt hooguit tot tijdelijke maatregelen. Ook kan bijvoorbeeld schadevergoeding niet worden gevorderd in een kort geding. Een bodemprocedure duurt langer (ongeveer 1 tot 1,5 jaar), maar levert een definitieve beslissing op (al staat er wel hoger beroep open tegen de beslissing).
Verweren tegen octrooi inbreuk
De partij die verweten wordt inbreuk te maken op een octrooi kan zich op verschillende manieren verweren.
In de eerste plaats is niet altijd helder of een concreet product of werkwijze werkelijk onder de beschermingsomvang van het octrooi valt. Over die vraag is regelmatig discussie mogelijk.
Daarnaast kan de vraag worden opgeworpen of het octrooi wel verleend had moeten worden, bijvoorbeeld omdat de beschreven uitvinding al bestond of onvoldoende toevoegt aan wat er al bekend was, om een octrooi te rechtvaardigen.
De rechter zal uiteindelijk in diens vonnis een oordeel moeten geven over zulke verweren tegen octrooi-inbreuk.
Vernietiging van het octrooi
Het argument dat het octrooi niet verleend had mogen worden, kan als verweer worden gevoerd tegen de stelling dat sprake is van inbreuk. Een partij kan echter ook zonder dat er sprake is van (beweerdelijke) inbreuk aan de rechter vragen om een octrooi te vernietigen. Als een rechter een octrooi vernietigt, wordt het geacht nooit te hebben bestaan: de vernietiging werkt terug tot aan het moment van verlening (terugwerkende kracht).
Tot slot
Of u nu overweegt om tegen inbreuk op octrooirechten op te treden of juist een sommatie heeft ontvangen: een tijdige en zorgvuldige beoordeling van uw positie is essentieel.
Heeft u vragen over octrooi-inbreuk, handhaving of de mogelijkheden om een octrooi aan te vallen? Neem gerust contact met ons op.