Zonneparken niet MER-(beoordelings)plichtig

29 augustus 2019

Op 14 augustus 2019 deed de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak over een vergunning voor een zonnepark in Rouveen (ECLI:NL:RVS:2019:2770). In die uitspraak heeft de Afdeling duidelijk gemaakt dat de aanleg van een zonnepark niet is aan te merken als een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit MER.

Bart de Haan
Bart de Haan
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

Wat was de casus?

Solarfields heeft voor de bouw van een tijdelijk zonnepark voor de duur van 10 jaar een omgevingsvergunning gekregen op grond van de zogenaamde kruimelgevallenregeling (artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II bij het Bor).

In art. 5 lid 6 van bijlage II bij het Bor is echter vermeld dat artikel 4 onderdeel 9 en 11 van bijlage II bij het Bor niet kan worden toegepast, indien de activiteit waarvoor een omgevingsvergunning wordt verleend tevens een activiteit is als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (het Besluit MER).

Groenrecycling Rouveen heeft zich toegelegd op het recyclen van groenafval op een terrein vlak bij de beoogde locatie van het zonnepark. Zij vreest dat de vestiging van het zonnepark leidt tot beperkingen voor haar bedrijfsvoering. Om die reden is zij tegen de omgevingsvergunning opgekomen en stelt zij zich op het standpunt dat de aanleg van een zonnepark een activiteit is als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit MER en dat om die reden ten onrechte gebruik is gemaakt van de kruimelgevallenregeling.

Solarfields gaat bij de stelling dat de aanleg van een zonnepark een MER-(beoordelings)plichtig besluit is voor drie ankers liggen namelijk dat een zonnepark een landinrichtingsproject is, een stedelijk ontwikkelingsproject dan wel de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water.

Beoordeling Afdeling

De Afdeling gaat na of de aanleg van een zonnepark onder de genoemde categorieën uit het Besluit MER valt.

Landinrichtingsproject

 

Waar het gaat om de stelling dat de aanleg van het zonnepark een landinrichtingsproject is overweegt de Afdeling:

“De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet elke ontwikkeling in het buitengebied een landinrichtingsproject betreft. De thans voorgestelde tijdelijke functiewijziging van 4,3 ha heeft onvoldoende substantieel karakter om aangemerkt te kunnen worden als een landinrichtingsproject als bedoeld in het Besluit MER.”

Stedelijk ontwikkelingsproject

Ten aanzien van de stelling dat de aanleg van een zonnepark een stedelijke ontwikkeling is overweegt de Afdeling:

“Wat een stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen. Met de wijziging van het begrip stadsproject naar stedelijk ontwikkelingsproject is derhalve niet beoogd een andere uitleg te geven aan deze categorie. Uit de voormelde voorbeelden en de in de bijlage bij de richtlijn gekozen term stadsproject kan worden afgeleid dat daarbij wordt gedacht aan een verstening of urbanisering van het gebied. Het realiseren van het onderhavige zonnepark kan, naar het oordeel van de Afdeling, gelet ook op de in de nota van toelichting genoemde voorbeelden, niet gelijk worden gesteld met dergelijke ontwikkelingen. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de gevolgen voor het milieu in dit zonnepark in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en maatschappelijke aantasting.”

Industriële installatie

De Afdeling beantwoordt tenslotte de vraag of het zonnepark aangemerkt kan worden als een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water als bedoeld in categorie D 22.1 van de bijlage bij het Besluit MER. De Afdeling overweegt:

“Daargelaten of de rechtbank terecht heeft overwogen dat elektriciteit, stoom en warm water uit de categorie D 22.1 van de bijlage bij het Besluit MER cumulatief moet worden uitgelegd, is de Afdeling van oordeel dat het onderhavige zonnepark niet kan worden aangemerkt als zo’n industriële installatie. Daarbij acht de Afdeling van belang dat uit de nota van toelichting bij de wijziging van het Besluit MER kan worden opgemaakt dat het bij deze activiteit gaat om centrales waarbij een brandstof, bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, wordt ingezet om elektriciteit op te wekken.”

Conclusie

De conclusie is dat de aanleg van een zonnepark niet valt onder een van de activiteiten als bedoeld in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit MER en dat art. 5 lid 6 van bijlage II bij het Bor niet in de weg staat aan de toepassing van art. 4, onderdeel 11 van bijlage II bij het Bor. Dat betekent dat burgemeester en wethouders bij de verlening van de omgevingsvergunning gebruik konden maken van de kruimelgevallenregeling.

Gerelateerd

Watervergunning mag ook niet-waterstaatkundige belangen dienen

Mag het dagelijks bestuur van een waterschap bij het verlenen van een watervergunning alleen rekening houden met waterstaatkundige belangen of is de...

Afwijken van de eigen Omgevingsvisie: Easy peasy

In een uitspraak van 2 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5165) oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) onder andere over de vraag...

Afdeling kritisch op bevoegdheden gegevensvergaring openbare orde

Op 2 september 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State advies uitgebracht over het wetsvoorstel Wet gegevensvergaring openbare orde. In dit...

Bodemverontreiniging onvoldoende onderzocht? Besluit houdt geen stand

In een recente uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een besluit van de gemeente over de ernst en spoedeisendheid van de...

Tijdelijke commissie zet vraagtekens bij verwijderbevel voor online opruiende berichten

Op 2 juli 2026 bracht de tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele Toetsing advies uit over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...

Sociale huurpercentages in het omgevingsplan en de Dienstenrichtlijn

Kan een gemeente 40% sociale huur eisen in een omgevingsplan? En wat heeft dat te maken met de Europese richtlijn die over de vrije markt voor diensten gaat?...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.