Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Zorgplicht (tand)arts: informatieverstrekking over vergoeding

Zorgplicht (tand)arts: informatieverstrekking over vergoeding

Zorgaanbieders - waaronder tandartsen - zijn verplicht om de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen, zo volgt uit artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’).  Deze zorgplicht moet gelet op de definitie van het begrip ‘handelingen’ in artikel 7:446 lid 2 onder a BW ruim worden opgevat. In een recent vonnis van de Rechtbank Rotterdam komt de vraag aan de orde welke zorgplicht een (tand)arts heeft bij het verstrekken van informatie over de vergoeding van de zorg door de zorgverzeke...
Auteur artikelStefan Donkelaar
Gepubliceerd29 november 2017
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Zorgaanbieders - waaronder tandartsen - zijn verplicht om de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen, zo volgt uit artikel 7:453 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’).  Deze zorgplicht moet gelet op de definitie van het begrip ‘handelingen’ in artikel 7:446 lid 2 onder a BW ruim worden opgevat. In een recent vonnis van de Rechtbank Rotterdam komt de vraag aan de orde welke zorgplicht een (tand)arts heeft bij het verstrekken van informatie over de vergoeding van de zorg door de zorgverzekeraar.

De uitspraak

Een Rotterdamse tandartsenpraktijk maakte op 2 september 2015 een begroting van de kosten voor het herstel van het gebit van haar patiënt. De begroting bestond uit twee delen en bedroeg in totaal een kleine € 10.000,-. Het eerste deel betrof zowel het trekken van de tanden als het plaatsen van een noodgebit, terwijl het tweede deel van de behandeling zag op het plaatsen van een permanent gebit in de boven- en onderkaak.

Nadat de tandartsenpraktijk contact had opgenomen met de zorgverzekeraar van de patiënt, schreef de praktijk in een e-mail aan haar patiënt dat de voorgestelde behandeling volledig vergoed zou worden onder het verzekerde basispakket. Waarom de tandartsenpraktijk dit verklaarde, wordt in de uitspraak niet duidelijk. Opmerkelijk is het wel. Kennelijk had de zorgverzekeraar namelijk (juist) aan de tandartsenpraktijk laten weten dat het trekken van tanden en kiezen niet gedekt was door de basisverzekering en alleen de techniekkosten tot een maximum van € 320,- vergoed zouden worden. Van een recht op volledige vergoeding was derhalve geenszins sprake. Toen het eerste deel van de behandeling reeds was uitgevoerd, werd duidelijk dat de behandeling grotendeels niet voor vergoeding in aanmerking kwam. De patiënt vorderde voor recht te verklaren dat de tandartsenpraktijk toerekenbaar te kort was geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst.

De kantonrechter oordeelde dat de tandartsenpraktijk haar zorgplicht niet naar behoren was nagekomen. De kantonrechter stelde voorop dat het de verantwoordelijkheid van de patiënt zelf is om na te gaan of een bepaalde behandeling voor vergoeding in aanmerking komt. De tandartsenpraktijk kon zich in dit geval echter niet aan aansprakelijkheid onttrekken, nu zij zich - door de begroting voor te leggen aan de zorgverzekeraar - actief had bezig gehouden met de vraag of de behandeling voor vergoeding in aanmerking kwam. Bovendien wist de tandartsenpraktijk dat de patiënt de gebitsbehandeling alleen zou ondergaan indien deze volledig vergoed zou worden door zijn zorgverzekeraar, zo blijkt uit de uitspraak. De kantonrechter oordeelt daarom:

“Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het in beginsel niet de taak is van een hulpverlener om zich bezig te houden met de vraag of een bepaalde behandeling vergoed wordt door een zorgverzekeraar, maar als zij zich er dan wél mee bemoeit (…) moet zij dit wel goed doen en de patiënt daarover gedegen informeren.”

Toch komt de door de patiënt begrote schade van circa € 8.000,- niet voor volledige vergoeding in aanmerking. Een deel van de schade is naar het oordeel van de kantonrechter aan de eigen schuld van de patiënt wijten als bedoeld in artikel 6:101 BW. Ondanks het feit dat de tandartsenpraktijk een verwijt te maken valt, had de patiënt volgens de kantonrechter niet blind mogen varen op de mededelingen van de tandartsenpraktijk. Op de patiënt rust immers de verplichting om ook zelf onderzoek te doen naar de vergoeding van een behandeling. Om die reden dient de helft van de schade voor rekening te komen van de patiënt, aldus de kantonrechter.

Conclusie

Het oordeel van de Rotterdamse kantonrechter laat zien dat het risicovol kan zijn voor een zorgaanbieder om zich te bemoeien met de vraag of een bepaalde behandeling voor vergoeding in aanmerking komt. Wordt er verkeerde informatie verstrekt, dan loopt de zorgaanbieder het risico om voor een deel van de kosten op te draaien.