Zoeken
  1. Zorgvastgoed tussen publiek belang en privaat kapitaal

Zorgvastgoed tussen publiek belang en privaat kapitaal

Van wie is het ziekenhuisvermogen? Achter deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag ligt één van de ingewikkeldste maatschappelijke vraagstukken van deze tijd verborgen. In alle politieke discussies van de afgelopen jaren is de bescherming van vermogen van zorginstellingen dat met publieke middelen is opgebouwd een terugkerend thema. Uit een recente brief van de minister blijkt dat de zij voornemens is de overheidsbemoeienis met vastgoedtransacties (toch) te schrappen. Tegelijk wil zij een investe...
Auteur artikelFabian Keijzer (uit dienst)
Gepubliceerd05 april 2016
Laatst gewijzigd05 april 2016
Leestijd 
Van wie is het ziekenhuisvermogen? Achter deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag ligt één van de ingewikkeldste maatschappelijke vraagstukken van deze tijd verborgen. In alle politieke discussies van de afgelopen jaren is de bescherming van vermogen van zorginstellingen dat met publieke middelen is opgebouwd een terugkerend thema. Uit een recente brief van de minister blijkt dat de zij voornemens is de overheidsbemoeienis met vastgoedtransacties (toch) te schrappen. Tegelijk wil zij een investeringsmodel stimuleren waarbij de belangen van ziekenhuis en medisch specialisten zoveel mogelijk parallel lopen.

Zorginstellingen hebben -kort gezegd- steeds meer verantwoordelijkheid gekregen voor hun financiële huishouding. Het zogenaamde bouwregime is afgeschaft en zorgaanbieders dragen zelf het risico voor investeringsbeslissingen. De kosten voor financiering (kapitaallasten dus, zoals te betalen rente over een lening) worden niet meer afzonderlijk door de overheid vergoed. Met het wetsvoorstel voor de Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg (ook wel: Wet privaat kapitaal) wordt het voor zorginstellingen mogelijk om privaat kapitaal aan te trekken. Een van de mogelijke investeringsmodellen is het zogenaamde participatiemodel, waarbij medisch specialisten investeren in het ziekenhuis waar zij actief zijn.

Onder het huidige wettelijke regime hebben zorgaanbieders de plicht om een melding te doen bij het College sanering zorginstellingen (het CSZ) als zij van plan zijn om zorgvastgoed aan de zorg te onttrekken. Het CSZ kan de transactie vervolgens aan zijn goedkeuring onderwerpen en eventueel bepalen dat een deel van de ‘meeropbrengst’ in een fonds gestort moet worden. Dit is geregeld in art. 18 WTZi. In eerste instantie voorzag het wetsvoorstel Wet privaat kapitaal het schrappen van dit artikel. De Tweede Kamer nam echter een amendement aan dat art. 18 WTZi liet terugkeren, maar wel in een gewijzigde vorm, met een ander doel en een bredere reikwijdte.

Op verzoek van de minister heeft de Raad van State zijn kritisch licht laten schijnen over het amendement dat ziet op de ‘revival’ van art. 18 WTZi. Op 9 maart 2016 heeft de minister het advies van de Raad van State aan de Tweede Kamer gestuurd: het advies is negatief over de rechtsonzekerheid die het amendement meebrengt, de onduidelijkheid over de doelstellingen en de te ruime reikwijdte en de gespannen verhouding tot het Europese recht. De Raad van State is dermate kritisch dat de minister heeft besloten om art. 18 WTZi alsnog te schrappen. Dat zal zij doen met behulp van een ‘novelle’, dat is een soort aanvullend ‘bezemwetje’ dat achter het eigenlijke wetsvoorstel aankomt.

De minister kondigt in haar brief niet alleen de schrapping van art. 18 WTZi aan. Zij laat ook weten dat zij studeert op stimulansen voor een investeringsmodel waarbij sprake is van ‘gelijkgerichtheid binnen ziekenhuizen’. Daarmee doelt zij op een model waarin specialisten investeren in hun eigen ziekenhuis, en wel op zo’n manier dat het ook in hun belang is dat het ziekenhuis op een goede manier invulling geeft aan zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg. Het achterliggende idee is dat in een model waarbij de belangen van ziekenhuis en specialist parallel lopen, uiteindelijk ook de patiënt er beter van wordt. Van wie het ziekenhuisvermogen is, blijft namelijk een lastige vraag, maar ten behoeve van wie het ingezet moet worden, staat niet ter discussie!