Zorgvuldigheid vereist met pensioenafspraken in beëindigingsregeling

25 april 2012
Steeds vaker maken pensioenafspraken onderdeel uit van een vaststellingsovereenkomst, waarin werkgever en werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden overeenkomen. Deze pensioenafspraken leiden echter tot een toenemend aantal gerechtelijke procedures, omdat deze afspraken op meerdere manieren kunnen worden uitgelegd. Eventuele onduidelijkheden komen in de regel voor rekening van de werkgever. Afspraak is afspraak, zelfs als iets anders door de werkgever bedo...
Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel
Steeds vaker maken pensioenafspraken onderdeel uit van een vaststellingsovereenkomst, waarin werkgever en werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden overeenkomen. Deze pensioenafspraken leiden echter tot een toenemend aantal gerechtelijke procedures, omdat deze afspraken op meerdere manieren kunnen worden uitgelegd. Eventuele onduidelijkheden komen in de regel voor rekening van de werkgever. Afspraak is afspraak, zelfs als iets anders door de werkgever bedoeld is en nakoming van deze afspraak bovendien op gespannen voet staat met het pensioenreglement en/of de wet- en regelgeving. Dat heeft de kantonrechter Wageningen op 22 juni 2011 in een belangwekkende uitspraak bevestigd.

Algemeen

Met name voor oudere medewerkers heeft een beëindiging van de arbeidsovereenkomst grote financiële gevolgen, waaronder pensioengevolgen. In beginsel stopt de pensioenopbouw na uitdiensttreding, behoudens de eventuele mogelijkheid van een vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. In beginsel komt de volledige pensioenpremie in dat geval voor rekening van de (ex-)werknemer.

De pensioengevolgen kunnen op verschillende manieren worden gecompenseerd. De meest voor de hand liggende compensatie is toekenning van een beëindigingsvergoeding. Nadeel hiervan is echter dat er in beginsel inhoudingen op de vergoeding verricht moeten worden. Bovendien kan deze compensatie onder omstandigheden als een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) worden aangemerkt. In dat geval wordt de werkgever met een fiscale strafheffing van maarliefst 52% geconfronteerd. Juist tegen deze achtergrond kan het zinvol zijn een andersoortig op maat gesneden compensatie te bieden, bijvoorbeeld door storting van een bedrag ineens in eventuele beschikbare fiscale pensioenruimte. Een ander veelvoorkomend alternatief is toezegging van het (blijven) voldoen van (het werkgeversdeel van) de pensioenpremie door de werkgever.

Bij de formulering van dergelijke specifieke bepalingen is het cruciaal dat niet méér wordt toegezegd dan strikt genomen mogelijk is. Het is bijvoorbeeld niet verstandig voldoening van de pensioenpremie toe te zeggen als vrijwillige voortzetting niet eens mogelijk is. Dat blijkt uit de uitspraak van de kantonrechter Wageningen.

Uitspraak

In de kwestie waarover de kantonrechter Wageningen zich boog had de werkgever een beëindigingsovereenkomst gesloten met de navolgende clausule:

“Uw pensioen en excedentpremie zullen tot de leeftijd van 65 jaar jaarlijks door Struik Foods worden voldaan, rekening houdend met (eventuele) jaarlijkse CAO-stijgingen, zolang u nog in leven bent. (…)”

De werkgever had dus voldoening van de pensioenpremie tot 65-jarige leeftijd toegezegd. Het probleem was echter dat de pensioenopbouw voor de (basis)pensioenregeling volgens het pensioenreglement van het bedrijfstakpensioenfonds slechts tot 60 jaar mogelijk was. Alleen de pensioenopbouw voor de excedentpensioenregeling kon tot 65-jarige leeftijd blijven voortduren. De werknemer stelt in de procedure dat partijen - in afwijking van het pensioenreglement - zijn overeengekomen dat de opbouw van ouderdomspensioen is toegezegd tot de 65-jarige leeftijd.

De kantonrechter is vervolgens tot uitleg van de pensioenclausule in de beëindigingsovereenkomst overgegaan. De kantonrechter stelt voorop dat op grond van de tekst van de overeenkomst de werknemer mocht aannemen dat de werkgever de pensioenpremie tot 65 jaar zou doorbetalen. Het verweer van de werkgever dat in de bepaling uitsluitend verwezen wordt naar de excedentpensioenpremie, wordt dus verworpen. Daarnaast speelt ook de partijbedoeling bij de uitleg een rol. In dit kader voert de werkgever aan dat het nooit de bedoeling van partijen is geweest de werknemer in een betere positie te brengen dan in de situatie dat hij bij de werkgever was blijven werken. De kantonrechter concludeert echter dat deze omstandigheid geen grond biedt om uit te gaan van de uitleg zoals die door de werkgever wordt gegeven, mede in het licht van eerdere correspondentie die tussen partijen gevoerd is. Tot slot voert de werkgever aan dat de werknemer diende te begrijpen dat de tekst van de brief niet aldus moest worden opgevat dat de pensioenpremie ook na de 60-jarige leeftijd zou worden doorbetaald, omdat deze bepaling in strijd was met het bij de werknemer bekende pensioenreglement. Ook in dit betoog gaat de kantonrechter, in het licht van de specifieke omstandigheden, echter niet mee. In dit verband merkt de kantonrechter nog op dat het van groot belang is dat (pensioen)afspraken nauwkeurig worden vastgelegd. Volgens de kantonrechter is de werkgever de meest gerede partij om bij de formulering van de afspraken expliciet aandacht te besteden aan de in het pensioenreglement vervatte onmogelijkheid tot voortzetting van de pensioenopbouw na 60-jarige leeftijd.

Kortom

De uitspraak van de kantonrechter illustreert dat het van belang is dat de pensioenafspraken helder en eenduidig worden geformuleerd. Werkgevers doen er verstandig aan vóóraf door een pensioenjurist te laten beoordelen of de beoogde pensioenafspraak (fiscaal)juridisch is toegestaan en past binnen de uitgangspunten in het pensioenreglement. Overleg met de pensioenuitvoerder en/of de fiscus kan hierin behulpzaam zijn. Niet iedere afspraak kan immers door de pensioenuitvoerder worden uitgevoerd en heeft de goedkeuring van de fiscus.

Gerelateerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...

Stappenplan pensioentransitie: van analyse naar implementatie vóór 2028

De pensioentransitie vraagt om een gestructureerde aanpak. Werkgevers en sociale partners hebben tot 1 januari 2028 de tijd om hun pensioenregelingen in lijn...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen