De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Beperking aftrekbaarheid liquidatieverliezen: aangepast voorstel

Beperking aftrekbaarheid liquidatieverliezen: aangepast voorstel

Op 16 april 2019 is door een drietal oppositiepartijen een concept wetsvoorstel ter consultatie neergelegd waarin wordt voorgesteld de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen (deelnemingen) en stakingsverliezen (vaste inrichtingen) drastisch te beperken. Op Prinsjesdag heeft het kabinet aangegeven dit voorstel te willen overnemen. Inmiddels is op 17 oktober 2019 een aangepast voorstel gepubliceerd.
Auteur artikelRobert de Vries
Gepubliceerd01 mei 2019
Laatst gewijzigd18 oktober 2019
Leestijd 

Op 16 april 2019 is door een drietal oppositiepartijen een concept wetsvoorstel  ter consultatie neergelegd waarin wordt voorgesteld de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen (deelnemingen) en stakingsverliezen (vaste inrichtingen) drastisch te beperken. Naar aanleiding van ontvangen reacties is dit voorstel aangepast en is op 17 oktober 2019 een aangepast voorstel gepubliceerd. Nu ook het kabinet het voorstel heeft omarmd is het waarschijnlijk dat dit voorstel een Kamermeerderheid zal verwerven. De beoogde ingangsdatum van dit wetsvoorstel is 1 januari 2021.  

Ten aanzien van de aftrekbaarheid van liquidatieverliezen wordt voorzien in een drietal nieuwe beperkingen:

1. Er dient sprake te zijn van een beleidsbepalend belang, waarmee een zodanige invloed op besluiten van een lichaam kan worden uitgeoefend dat de activiteiten ervan kunnen worden bepaald (in de regel: meer dan 50%). In het concept werd nog uitgegaan van een lager percentage (25%);
2. De geliquideerde deelneming dient te zijn gevestigd in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie (EU)  of een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER);
3. Een liquidatieverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de vereffening uiterlijk wordt voltooid drie jaar na de staking van activiteiten of het besluit daartoe. De belastingplichtige kan op een later moment een liquidatieverlies claimen als zij aannemelijk kan maken dat zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan deze langere termijn.

Indien de deelneming voldoet aan de onder 1. en 2. genoemde voorwaarden is sprake van een kwalificerende deelneming. De deelneming dient gedurende de gehele bezitsperiode aan de onder  1. en 2. genoemde voorwaarden te voldoen om het volledige verlies in aftrek te kunnen brengen. Voor zover een kwalificerende deelneming op haar beurt (direct of indirect) belangen houdt in niet kwalificerende deelnemingen  wordt het liquidatieverlies, voor zover deze is toe te rekenen aan deze belangen, in aftrek beperkt.

Voor het volledig kunnen claimen van een stakingsverlies bij de beëindiging van een buitenlandse vaste inrichting gaan vergelijkbare voorwaarden gelden:

1. Een stakingsverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de belastingplichtige uiterlijk drie jaar na de staking van activiteiten of het besluit daartoe ophoudt winst uit die vaste inrichting te genieten. De belastingplichtige kan op een later moment een stakingsverlies claimen als zij aannemelijk kan maken dat zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan deze langere termijn;
2. Een stakingsverlies wordt slechts in aanmerking genomen als de belastingplichtige een vaste inrichting heeft in een andere lidstaat van de EU  of een lidstaat van de EER.

Een uitzondering op het bovenstaande geldt voor zover sprake is van een in het buitenland gelegen onroerende zaak die als belegging wordt aangehouden als belegging aangehouden winstrechten in een onderneming in landen waarmee een belastingverdrag met een informatieuitwisselingsbepaling is gesloten.

Voor zover een liquidatieverlies of stakingsverlies niet tijdig wordt genomen kan in het geheel geen aftrek meer plaatsvinden.

Een  liquidatieverlies of stakingsverlies ter zake van een niet kwalificerende deelneming (dus ook voor deelnemingen in non-EU/EER landen) wordt beperkt tot een maximumbedrag van € 5.000.000 (eerder was voorgesteld: € 1.000.000).

Er is voorzien in een beperkte overgangsregeling voor latentie liquidatie- en stakingsverliezen. Ten aanzien van een latent liquidatie- of stakingsverlies (dat wil zeggen een situatie waarin de onderneming geheel of nagenoeg geheel is gestaakt op het beoogde inwerkingtredingstijdstip van 1 januari 2021) wordt de temporele beperking van drie jaar in zoverre versoepeld dat deze driejaarsperiode pas gaat lopen op 1 januari 2021. Voor niet-EU deelnemingen en niet kwalificerende belangen (50% of minder) geldt geen overgangsrecht als de lopende liquidatie na 31 december 2020 wordt afgerond. Voor belastingplichtigen met dergelijke belangen is het derhalve van belang om haast te maken en de vereffening waar mogelijk vóór 1 januari 2021 af te ronden.

Voor internationaal opererende  ondernemingen kunnen deze voorstellen een grote financiële impact hebben. Bij het opzetten van de concernstructuur zal rekening moeten worden gehouden met de uitwerking van deze regeling. Ook de timing van het proces van afwikkeling zal goed moeten worden gemonitord, waarbij ook alternatieve methoden voor afwikkeling in de afweging  zullen moeten worden betrokken.
 

 

Beoordeel dit artikel