1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. bij herhaling weigeren van een gesprek met werkgever luidt ontslag op staande voet in

Arbeidsrecht en Transport (3): taxichauffeur weigert herhaaldelijk een gesprek met werkgever, ontslag op staande voet terecht?

Arbeidsrecht en de transportsector is en blijft een intrigerende en interessante combinatie: het ‘leeft’ in de sector. Laatstelijk werd een taxichauffeur op staande voet ontslagen wegens het meermaals weigeren van een gesprek en het (vermeende) onjuist inlichten van de bedrijfsarts. Wat was er aan de hand?
Leestijd 
Auteur artikel Stefan Kleijer
Gepubliceerd 22 december 2021
Laatst gewijzigd 22 december 2021
 

Feiten

De zaak ging over een taxichauffeur die sinds 1 juli 2009 in dienst was bij werkgever. Werknemer had een oproepovereenkomst waarop de cao Taxi van toepassing was. Het werk van werknemer betrof het vervoeren van schoolkinderen. Begin 2020 heeft werknemer werkgever verzocht hem een arbeidsovereenkomst met vaste arbeidsomvang aan te bieden. Op 10 maart 2020 deed werkgever werknemer een aanbod voor een vaste arbeidsomvang van 34 uur per maand. Dit aanbod is niet aanvaard.

Op 1 april 2021 meldt werknemer zich ziek vanwege acute Pancreatitis (hevige pijn). De bedrijfsarts heeft werknemer gezien en laatstelijk op 28 juni 2021 vastgesteld dat werknemer niet belastbaar was voor werk. Werkgever heeft werknemer gedurende zijn ziekte meermaals verzocht om in overleg te treden over een arbeidsovereenkomst met vaste arbeidsomvang, een melding van vermeend kindermisbruik en het opstellen van een plan van aanpak. Steeds tevergeefs.

Wat verder van belang is, is dat de bedrijfsarts in een later stadium de woorden ‘Cliënt is wel in staat om een gesprek te voeren met de werkgever’ aan het verslag van het consult van 28 mei 2021 heeft toegevoegd, omdat werkgever later had gevraagd hier een specifiek oordeel over te vellen. Hier is ten tijde van het consult niet over gesproken. Wel is dit ter sprake gekomen tijdens het laatste consult van 28 juni 2021.

Op 1 juli 2021 heeft werkgever werknemer in de ochtend een uitnodiging gestuurd voor een gesprek dat die namiddag plaats zou moeten vinden. Een collega van de gemachtigde van werknemer heeft hierop gereageerd en aangegeven dat werknemer niet naar het gesprek kon komen, omdat de gemachtigde haar pols had gebroken. Werkgever besluit hierop werknemer op staande voet te ontslaan, omdat werknemer bij herhaling zou hebben geweigerd om met werkgever te spreken en hij op 30 juni 2021 met de auto bij een klant is geweest, terwijl hij de bedrijfsarts heeft verteld dat hij geen auto kon rijden.

Werknemer verzoekt een veroordeling tot betaling van een billijke vergoeding, de transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en achterstallig salaris.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat niet kan worden aangenomen dat werknemer tijdens het laatste consult onjuiste informatie zou hebben gegeven aan de bedrijfsarts. De bedrijfsarts kon zich niet herinneren of er gesproken is over het al dan niet stoppen met de medicatie waardoor werknemer weer auto zou kunnen rijden. Dat het medicijngebruik (in combinatie met het autorijden) niet duidelijk naar voren is gekomen tijdens het consult kan werknemer niet worden aangerekend.

Verder acht de kantonrechter de beslissing om werknemer op staande voet te ontslaan onbegrijpelijk, nu de reden daarvan is gelegen in het bij herhaling tevergeefs aandringen op een gesprek met werknemer en het feit dat werknemer niet naar het gesprek van 1 juli 2021 is gegaan. Ten aanzien van het gesprek op 1 juli 2021 was er immers sprake van een zeer korte termijn en een duidelijke uitleg waarom het niet ging lukken. Werkgever had moeten begrijpen dat vanwege de aard en omvang van de tussen partijen ontstane problematiek, waaronder de melding over het vermeende kindermisbruik, niet verwacht mocht worden dat werknemer zonder gemachtigde bij werkgever op gesprek zou komen.

Het ontslag op staande voet is aldus onterecht gegeven waardoor werknemer recht heeft op een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding. Omdat werknemer niet voldoende heeft betwist dat hij in 2019 gedurende 34 uur per maand heeft gewerkt, wordt hiervan uitgegaan bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen.

Afsluitend

Het bleek een kansloze exercitie van werkgever. De onderhavige uitspraak laat eens te meer zien dat in ontslag op staande voet dossiers een zekere mate van geduld (maar met de nodige onverwijldheid) en dossieropbouw wenselijk is. Werkgever besloot hier vrij abrupt, na (opnieuw) een mededeling van werknemer dat hij niet kon komen, over te gaan tot een ontslag op staande voet. Alleen had werknemer (in ieder geval) deze keer een legitieme reden om niet te komen. Waar ik overigens wat meer over had willen lezen (of waar meer de aandacht op had mogen liggen) is het latere toevoegen van een zinssnede aan het verslag van het consult bij de bedrijfsarts, op aandragen van werkgever.