De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. De NOW-regeling; een uitgebreidere toelichting vanuit arbeidsrechtelijk en fiscaal perspectief

De NOW-regeling; een uitgebreidere toelichting vanuit arbeidsrechtelijk en fiscaal perspectief

Op 31 maart 2020 is de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (de “NOW”) bekendgemaakt. Deze tijdelijke maatregel vervangt de regeling Werktijdverkorting (wtv).
Auteur artikelMaaike de Jonge
Gepubliceerd03 april 2020
Laatst gewijzigd03 april 2020
Leestijd 

Op 31 maart 2020 is de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (de “NOW”) bekendgemaakt. Deze tijdelijke maatregel vervangt de regeling Werktijdverkorting (wtv). De ministeriele regeling inclusief de toelichting daarop is gepubliceerd en ook de lijst met veel gestelde vragen van de Rijksoverheid is aangevuld. In een eerder artikel hebben wij de belangrijkste highlights uit de regeling kort voor u genoemd. In dit artikel geven wij een uitgebreidere toelichting op de NOW vanuit arbeidsrechtelijk en fiscaal perspectief.

De regeling

De NOW biedt iedere werkgever de mogelijkheid op een loonkostensubsidie van maximaal 90% van de totale loonsom over de periode maart tot en met mei 2020, waarbij de hoogte van de definitieve subsidie afhangt van de mate van omzetdaling.

De subsidie voor loonkosten geldt voor werkgevers die geconfronteerd worden met een omzetdaling van tenminste 20% per maand. De NOW is bedoeld om de gevolgen van de maatregelen tegen de verspreiding van het Corona-virus (COVID-19) te compenseren, maar de werkgever wordt niet verplicht om aan te tonen dat de omzetdaling daadwerkelijk wordt veroorzaakt door deze maatregelen.

De werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening.

Voorwaarden en verplichtingen
Om in aanmerking te komen voor de NOW, gelden de navolgende voorwaarden:

  • De werkgever verwacht ten minste 20% omzetverlies per maand
  • Het gaat om omzetverlies na 1 maart 2020.

De subsidie

De subsidie wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

A x B x 3 x 1,3 x 0,9

In de opgemelde formule staat de A voor het percentage van de omzetdaling en de B voor de loonsom.

De omzetdaling

In het licht van de vaststelling van factor A in de zojuist genoemde formule, namelijk het percentage van de omzetdaling, wordt aangesloten bij de definitie van omzet in het jaarrekeningenrecht. Om de referentie-omzet te berekenen, wordt de omzet over het jaar 2019 gedeeld door vier. Deze referentie-omzet moet worden afgezet tegen de omzet die wordt verwacht in een aangesloten driemaandsperiode, die gelegen is in de periode maart tot en met juli 2020. De startdatum voor de driemaandsperiode kan dus worden aangepast aan de maand waarin de omzetdaling voor het eerst zichtbaar is. Een eenmaal gekozen driemaandsperiode kan later niet meer worden herzien.

In de situatie dat de onderneming nog niet gedurende geheel 2019 bestond, dient de referte-omzet te worden afgeleid uit de periode van aanvang onderneming tot en met 29 februari 2020.

Indien de werkgever deel uitmaakt van een groep, dan dient de gehele omzet van de groep of het concern (als gedefinieerd in artikel 2:24b BW) als uitgangspunt te worden genomen bij de bepaling van het percentage aan (verwachte) omzetdaling. Van belang daarbij is dat ook buitenlandse rechtspersonen in aanmerking kunnen worden genomen, mits er sprake is van loonbetaling aan in Nederland sociaal verzekerde werknemers. Deelnemingen worden eveneens geacht bij de groep te horen mits meer dan 50% van de stemrechten in de deelneming kan worden uitgeoefend.

De loonsom

Voor de vaststelling van de loonsom, sluit de NOW aan bij het sociale verzekeringsloon van alle werknemers uit tegenwoordige dienstbetrekking. Dit betekent dat ook aanvullende lasten en kosten, zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan het pensioen en de vakantietoeslag in de subsidie worden meegenomen. Omwille van de uitvoerbaarheid is gekozen voor een forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten in plaats van het in aanmerking nemen van de precieze werkgeverslasten in individuele situaties. Ingeleend personeel wordt niet meegenomen in de vaststelling van de loonsom en voor hen wordt dan ook geen subsidie toegekend.

Het UWV baseert de loonsom op de polisadministratie, waarbij de loonsom over de maand januari 2020 als referte-loonsom wordt genomen. Indien deze informatie niet beschikbaar is, dan wordt aangesloten bij de loonsom van november 2019. Is ook deze informatie niet beschikbaar, dan is het niet mogelijk om aanspraak te maken op de NOW. De loonsom voor vrijwillig verzekerden telt niet mee bij de vaststelling van de loonsom.

De subsidie is beperkt tot een bedrag van maximaal twee keer het maximumdagloon per maand, gelijk aan een bedrag van € 9.538,-- bruto per maand per werknemer. Het gedeelte van de maandelijkse beloning boven dit bedrag, komt niet voor de subsidie in aanmerking.

Een correctie van de loonsom vindt plaats bij de definitieve vaststelling van de subsidie. Op dat moment wordt gekeken naar de daadwerkelijke loonkosten in de maanden maart, april en mei 2020. Dit staat los van de referte-periode die door de werkgever wordt gehanteerd voor de bepaling van de omzetdaling. Indien de loonsom in deze maanden lager is dan de referte-loonsom van de maand januari 2020, dan wordt de subsidie naar beneden bijgesteld.
Een andere correctie is dat uitkeringen die kwalificeren als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zoals ZW-uitkeringen voor no-risk polissen en Wazo uitkeringen in mindering worden gebracht op de loonsom.

Een van de verplichtingen die de NOW aan de werkgever stelt is dat de werkgever het loon van haar werknemers onverminderd doorbetaald. Daarnaast is de werkgever verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor de betaling van de loonkosten.

Geen bedrijfseconomisch ontslag

Hoewel eerder de voorwaarde werd genoemd dat het niet zou zijn toegestaan om ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen te laten plaatsvinden, is dit niet als voorwaarde aan de toekenning van de NOW gekoppeld. In de NOW is gekozen voor een boetebepaling indien de werkgever in de periode van 18 maart 2020 tot 31 mei 2020 een ontslagaanvraag heeft ingediend bij het UWV om de arbeidsovereenkomst te beëindigen vanwege bedrijfseconomische redenen. Doet de werkgever dit wél, dan wordt het loon dat de werknemer genoten heeft in het aangifte-vak van drie maanden vermenigvuldigd met 50%. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de loonsom. De consequentie hiervan is dat de werkgever een subsidie over 150% van het loon van deze werknemer mist. Het is niet relevant of de ontslagaanvraag wordt toegekend. Het indienen van de aanvraag is voldoende voor het toepassen van de boete bepaling. Het staat werkgevers dus wel vrij om proeftijdontslag te verlenen, arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet te verlengen, de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen, de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen en het UWV om een ontslagvergunning wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Tip: Heeft u als werkgever reeds ontslagaanvragen ingediend bij het UWV én wilt u aanspraak maken op de NOW, dan wordt aan u de gelegenheid geboden om deze binnen vijf dagen na inwerkingtreding (2 april 2020) zonder consequenties in te trekken.

De aanvraag en het voorschot

Aanvragen kunnen in ieder geval vanaf 14 april 2020 worden ingediend, maar het is de verwachting dat het loket al op 6 april aanstaande wordt opengesteld. Deze aanvraag dient in principe elektronisch te worden gedaan via het formulier dat door het UWV beschikbaar wordt gesteld.


Na ontvangst van de volledige aanvraag beslist het UWV of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Als dat zo is, verstrekt het UWV een voorschot van 80% van de aangevraagde subsidie. In principe bedraagt de beslistermijn van het UWV voor de toekenning circa 13 weken. Het voorschot wordt in drie termijnen uitgekeerd, waarbij het streven van het UWV is om de eerste termijn binnen twee tot vier weken na de beslissing op de aanvraag te betalen.

De aanvraag dient digitaal te worden ingediend bij het UWV, aan de hand van het loonheffingennummer. Indien de werkgever meerdere loonheffingennummers heeft, zal de werkgever per loonheffingennummer een aanvraag moeten indienen. Bij iedere aanvraag dient in dat geval dezelfde omzetdaling en dezelfde driemaandsperiode te worden genoemd.

TIP: De beslistermijn van het UWV gaat pas lopen vanaf het moment dat het UWV een volledige aanvraag heeft ontvangen. Zorg er als werkgever dan ook voor dat de aanvraag zo compleet mogelijk is en alle financiële gegevens tijdig beschikbaar zijn.

De definitieve vaststelling

Na het verstrijken van de periode waarover de subsidie wordt ontvangen zal de definitieve subsidie aan de hand van de feitelijke situatie worden vastgesteld en vindt een eindafrekening (nabetaling of terugvordering) plaats. Daarbij worden wijzigingen in de loonsom (bijvoorbeeld als gevolg van mutaties in het personeelsbestand) betrokken.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de subsidie is ontvangen, dient de werkgever de definitieve vaststelling aan te vragen. De werkgever doet via een daartoe bestemd formulier én een accountantsverklaring (de grens wanneer een accountantsverklaring noodzakelijk is, wordt later bekend gemaakt) opgave van de relevante loongegevens en omzetcijfers.

Vanzelfsprekend wordt op de definitieve vaststelling van de subsidie, het reeds betaalde voorschot in mindering gebracht. De vaststelling kan daardoor resulteren in een nabetaling, omdat het voorschot 80% van de subsidie bedraagt. De vaststelling kan echter ook resulteren in een terugbetalingsverplichting voor de werkgever, omdat minder omzetverlies is geleden dan werd verwacht. Daarnaast kan een terugbetalingsverplichting ontstaan omdat bijvoorbeeld de loonsom is gedaald (arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn geëindigd of oproepkrachten niet zijn doorbetaald) of de werkgever een ontslagaanvraag bij het UWV heeft ingediend en aan de werkgever een sanctie wordt opgelegd.

Indien de loonsom in de maanden maart tot en met mei 2020 inderdaad lager is dan de referte-loonsom, dan vindt aldus een verrekening plaats. Hoe deze verrekening zal plaatsvinden is op dit moment nog onduidelijk omdat de toelichting op de NOW-regeling enkele tegenstrijdigheden bevat. Zodra hier meer over bekend is, zullen wij u uiteraard nader informeren.

Om de hoogte van de definitieve subsidie te berekenen wordt de loonsom over de maanden maart tot en met mei 2020 berekend. Indien deze loonsom lager is dan de loonsom zoals gebruikt voor het voorschot, wordt met de lagere daadwerkelijke loonsom gerekend. Indien de loonsom over de maanden maart tot en met mei 2020 hoger is dan de loonsom gebruikt voor de berekening van het voorschot, wordt alsnog met de loonsom zoals gebruikt voor het voorschot gerekend.

Handhaving

Ten behoeve van de handhaving van de NOW, dient de werkgever de informatie in een controleerbaar systeem vast te leggen. Desgevraagd verleent de werkgever tot vijf jaar na de datum van definitieve vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie.

Indien er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet aan de voorwaarden van de NOW wordt voldaan óf indien de melding van de werkgever daartoe aanleiding geeft, schort het UWV de betaling van het voorschot op.

Ten behoeve van de handhaving wisselen het UWV en de Belastingdienst gegevens uit om te voorkomen dat ten onrechte subsidie wordt geclaimd.

Tot slot zal het UWV ook gebruikmaken van data analyse om bijvoorbeeld te controleren of personeel van de ene naar de andere vennootschap is verschoven.

Heeft u vragen en/of opmerkingen over de NOW of over dit artikel, bel dan gerust met ons Corona-team.

Beoordeel dit artikel