Zoeken
  1. Foutje, bedankt: ABP vordert te veel betaald pensioen terug

Foutje, bedankt: ABP vordert te veel betaald pensioen terug

De afgelopen periode kregen meer dan 700 mensen een brief op hun mat van het ABP, waarin werd aangekondigd dat hun pensioenuitkering naar beneden wordt bijgesteld en een gedeelte van het eerder te veel betaalde pensioen moet worden terugbetaald.
Artikel | 08 maart 2019 | Jaleesa van den Hof

De afgelopen periode kregen meer dan 700 mensen een brief op hun mat van het ABP, waarin werd aangekondigd dat hun pensioenuitkering naar beneden wordt bijgesteld en een gedeelte van het eerder te veel betaalde pensioen moet worden terugbetaald. Deze manier van handelen heeft voor veel ophef gezorgd en is ook aan de kaak gesteld tijdens het vragenuurtje van minister Koolmees.

De situatie

Wat  is er precies aan de hand? Als enig pensioenfonds in Nederland vult het ABP een onvolledige AOW-partnertoeslag aan. Om te bepalen of het partnerpensioen aangevuld moet worden en zo ja voor hoeveel, ontvangt het ABP (althans haar uitvoerder APG) gegevens van de Sociale Verzekeringsbank. In het najaar van 2018 bleek dat in de periode december 2013 tot en met mei 2015 een fout is gemaakt door de Sociale Verzekeringsbank, waardoor het ABP aan 300 deelnemers te weinig pensioen heeft betaald en 700 deelnemers te veel pensioen hebben ontvangen. Het teveel uitgekeerde pensioen is ten koste gegaan van het pensioenvermogen van het ABP en haar deelnemers. Om reden van evenwichtigheid en verantwoordelijkheid naar al haar deelnemers ziet het ABP zich genoodzaakt de te veel betaalde uitkeringen terug te vorderen. De 700 deelnemers die teveel pensioen hebben ontvangen hebben een brief gekregen waarin het ABP aankondigt de pensioenen naar beneden bij te stellen en het teveel betaalde terug te vorderen. Bij enkele deelnemers is de korting (naar nu blijkt per abuis) ook al doorgevoerd in februari 2019.

De handelswijze van het ABP heeft voor veel commotie gezorgd in pensioenland. Inmiddels heeft het ABP haar excuses hiervoor aangeboden. Op haar website noemt het ABP dat zij zich realiseert dat de terugbetaling voor deelnemers vervelend is en dat zij coulant zal zijn met het maken van afspraken hierover. In februari 2019 had nog geen korting doorgevoerd mogen worden en het ABP zal hierover contact opnemen met de deelnemers. Daarnaast biedt het ABP de mogelijkheid om de terugbetalingsregeling te verlengen van 60 naar 72 maanden. Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt heeft hierover vragen gesteld aan minister Koolmees. Minister Koolmees is van oordeel dat de onderhavige kwestie moet worden opgelost en wil zich daarvoor inzetten, hij wil het ABP vragen coulance te betrachten bij het terugvorderen van deze bedragen.

Mag het ABP het teveel betaalde terugvorderen?

Vraag die voorligt is of het ABP het teveel betaalde pensioen, mede in het licht van de toegezonden Uniforme Pensioenoverzichten, wel mag terugvorderen. Een vraag die ook Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt aan minister Koolmees stelde. 

Het ABP stelt zich op het standpunt dat onterecht uitgekeerde bedragen volgens het pensioenreglement teruggestort moeten worden om te voorkomen dat de andere deelnemers hierdoor worden benadeeld. Het is correct dat het ABP ook een verantwoordelijkheid heeft jegens haar overige deelnemers, gelet op de wettelijke norm van de evenwichtige belangenbehartiging (artikel 105 Pensioenwet).

Voorgaande laat echter onverlet dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is, waardoor enige aansluiting bij het arbeidsrecht mijns inziens voor de hand ligt. In het arbeidsrecht speelt bij de terugvordering van bijvoorbeeld teveel betaald loon het vertrouwensbeginsel een rol. Heeft de werknemer gerechtvaardigd op de loonbetaling door de werkgever kunnen vertrouwen omdat er bijvoorbeeld geen sprake was van een evidente fout, dan kan een werkgever niet (altijd) tot terugvordering overgaan. De vraag is echter of dit vertrouwensbeginsel een op een kan worden toegepast in de relatie pensioenuitvoerder-deelnemer, zeker omdat pensioenaanspraken jegens een bedrijfstakpensioenfonds zoals het ABP voortvloeien uit het pensioenreglement dat dwingrechtelijk (via de wet) geldt. Specifiek ten aanzien van pensioen zijn rechters (mogelijk daarom) kritisch ten aanzien van een beroep op het vertrouwensbeginsel in vergelijking tot de situatie waarin werkgever teveel betaald loon terugvordert. De rechtspraak neigt, wat betreft onjuiste informatie versus de werkelijk reglementaire pensioenaanspraken, meer richting de pensioenuitvoerder (in dit geval ABP) dan de deelnemer (zie bijvoorbeeld het op 29 januari 2019 gewezen arrest door het Gerechtshof Den Haag). Deelnemers kunnen gezien deze rechtspraak in de regel niet gerechtvaardigd vertrouwen op onjuiste informatie verstrekt door de pensioenuitvoerder, zeker niet als in die informatie het voorbehoud is opgenomen dat een deelnemer alleen rechten kan ontlenen aan het pensioenreglement.

Blijft een deelnemer dan altijd met lege handen staan? Een pensioenuitvoerder moet op grond van artikel 48 Pensioenwet correcte, duidelijke en evenwichtige informatie verstrekken. Het verstrekken van onjuiste informatie is in strijd zijn met artikel 48 Pensioenwet en kan om die reden onrechtmatig zijn. Als een deelnemer schade lijdt door onjuiste informatieverstrekking en deze schade vergoed wil zien, zal in rechte moeten worden bewezen dat er sprake is van schade en van een causaal verband tussen de schade en de onjuiste informatieverstrekking. Uit de rechtspraak blijkt echter dat dit in de praktijk erg lastig kan zijn.

Conclusie

Naar mijn oordeel is de lijn in de rechtspraak merkwaardig, deelnemers die jaren wellicht gewoon vertrouwd hebben op het door het ABP uitgekeerde pensioen moeten nu vijf jaar later het teveel betaalde alsnog terugbetalen. Ik begrijp dat het ABP een verantwoordelijkheid heeft jegens àl haar deelnemers en daarmee voor een dilemma staat, maar de terugvordering van het teveel betaalde is wrang voor de 700 deelnemers. Met mij is Tweede Kamerlid Omtzigt van oordeel dat deze situatie wringt, hij heeft dan ook een motie ingediend die tot meer zekerheid van pensioenoverzichten moet leiden: deelnemers zouden van hun pensioenfonds een opgave van rechten moeten krijgen die daadwerkelijk rechtszekerheid biedt over de opgebouwde rechten (inclusief de hardheid en mogelijkheid tot kortingen). Ik ben benieuwd hoe een dergelijke harde regel vormgegeven zal worden en welke omstandigheden betrokken zullen worden bij het bepalen of al dan niet gerechtvaardigd vertrouwd mag worden op onjuiste informatieverstrekking in een Uniform Pensioenoverzicht. Zodra er meer nieuws in dit dossier is zullen wij u hierover informeren.