Gedoogplicht Waterwet ten onrechte opgelegd; onteigening noodzakelijk

7 augustus 2013

In haar uitspraak van 24 juli 2013 oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het waterschap Brabantse Delta voor de herinrichting van een waterloop in dit geval geen gedoogplicht ex art. 5:24 Waterwet had mogen opleggen.

Hanna Zeilmaker
Hanna Zeilmaker
Advocaat - Partner
In dit artikel

 

Gedoogplicht art. 5.24 Waterwet

Artikel 5.24, eerste lid, van de Waterwet bepaalt dat de beheerder, voor zover dat voor de vervulling van zijn taken redelijkerwijs nodig is, rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken de verplichting kan opleggen om de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk en daarmee verband houdende werkzaamheden te gedogen, wanneer naar zijn oordeel de belangen van die rechthebbenden onteigening niet vorderen.

Feitelijke situatie

Het perceel waarop de waterloop is gelegen is 558 m lang en gemiddeld 5 m breed. De waterloop had een gemiddelde breedte van 2,5 meter en liep over de gehele lengte van het perceel. Het voor de herinrichting van de waterloop benodigde deel betrof 16,7 % van het perceel.

Uitspraak rechtbank: gedoogplicht terecht

De rechtbank had geoordeeld dat de belangen van de perceeleigenaar onteigening niet vorderen. Volgens de rechtbank omvat het perceel niet meer dan de waterloop met aan weerszijden een strook grond, en wordt het perceel een enkele keer gebruikt om te vissen. Voor het overige doet het perceel uitsluitend dienst als waterloop. Weliswaar ontstaat als gevolg van de vergravingen een bredere waterloop waardoor de grens met de aangrenzende percelen niet waarneembaar is, maar de bestaande functies van het perceel blijven behouden en het perceel zal ook bij hoog water bereikbaar blijven via de aangrenzende percelen.

Afdeling: onteigening noodzakelijk

De Afdeling oordeelt anders. De Afdeling stelt voorop dat artikel 5.24 van de Waterwet bepaalt dat de gedoogplicht slechts mag worden opgelegd wanneer de belangen van rechthebbenden onteigening niet vorderen. Met verwijzing naar haar recente uitspraak van 19 juni 2013 (zie mijn bespreking daarvan) overweegt de Afdeling dat voor het antwoord op de vraag of de belangen van een rechthebbende onteigening vorderen, de voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk benodigde grondoppervlakte in verhouding tot het totale grondoppervlak van de rechthebbende van belang is. Ook zijn bijzondere omstandigheden van belang, zoals de vermindering van de bruikbaarheid van de rest van een perceel (dus niet van het door de gedoogplicht geraakte gedeelte!) als gevolg van de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk.

De Afdeling stelt vast dat in het kader van de herinrichting langs ongeveer 40% van de waterloop, het noordelijke deel, aan weerszijden grond is vergraven. Door de herinrichting zijn het noordelijke deel van het perceel en daaraan grenzende percelen onder water komen te staan, terwijl bij hoog water mogelijk ook het zuidelijke deel van het perceel en daaraan grenzende percelen onder water kunnen komen te staan.

16,7 % niet gering

De Afdeling is van oordeel dat het benodigde gedeelte van 16,7 % van het perceel niet als gering kan worden beschouwd. De herinrichting heeft bovendien aanmerkelijke gevolgen voor de bruikbaarheid van het perceel. Hoewel de gebruiksmogelijkheden van het perceel al beperkt waren, nu het perceel slechts de waterloop met aan weerszijden een oever omvatte, heeft de herinrichting niettemin geleid tot een aanmerkelijke verdere vermindering van de gebruiksmogelijkheden. De herinrichting heeft er immers toe geleid dat op het noordelijke deel van het perceel de oever geheel is verdwenen, terwijl bij hoog water ook het zuidelijke deel van het perceel volledig onder water kan komen te staan. De toezegging van de eigenaar van de aangrenzende percelen dat de getroffen eigenaar van deze percelen gebruik mag maken om haar perceel te bereiken, doet aan het voorgaande niet af.

De rechtbank is dan ook ten onrechte tot het oordeel gekomen dat de belangen van [appellante] onteigening van haar perceel niet vorderen.

Heeft u vragen over de gedoogplichten op grond van de Waterwet? Belt of e-mailt u met mr. Hanna Zeilmaker, onteigeningsadvocaat

Gerelateerd

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
Afdeling bestuursrechtspraak bekrachtigt onteigeningsbeschikking onder de Omgevingswet in hoger beroep

Raad van State: eerste uitspraak in hoger beroep bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling voor het eerst in hoger beroep uitspraak gedaan in een procedure tot bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking onder...

Gerechtshof Den Haag: Veevoerproducenten hebben geen recht op nadeelcompensatie voor omzetderving door uitkoop veehouderijen

In zijn arrest van 27 januari 2026 heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld dat twee veevoerproducenten geen recht hebben op nadeelcompensatie voor...

Novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting: aanpassing regeling voorkeursrecht Omgevingswet

Op 13 januari 2026 heeft de regering een novelle bij het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) ingediend bij de Tweede Kamer. De novelle...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen