Gemeente op grond van art. 6:258 BW bevoegd tot wijziging van overeenkomst ter voorkoming van onteigening

16 mei 2017

Op 22 maart 2017 besliste de Rechtbank Oost-Brabant dat de door de gemeente Boxmeer ingestelde vordering tot wijziging van de overeenkomst (ex. art. 6:258 BW) kon worden toegewezen. Reden voor (het vorderen van) deze wijziging waren de onvoorziene omstandigheden dat geen vergunning kan worden verkregen voor een alternatieve bedrijfslocatie enerzijds en de beëindiging van bedrijfsactiviteiten van de contractant anderzijds.

Hanna Zeilmaker
Hanna Zeilmaker
Advocaat - Partner
In dit artikel

Op 22 maart 2017 besliste de Rechtbank Oost-Brabant dat de door de gemeente Boxmeer ingestelde vordering tot wijziging van de overeenkomst (ex. art. 6:258 BW) kon worden toegewezen. Reden voor (het vorderen van) deze wijziging waren de onvoorziene omstandigheden dat geen vergunning kan worden verkregen voor een alternatieve bedrijfslocatie enerzijds en de beëindiging van bedrijfsactiviteiten van de contractant anderzijds.

Wat was er aan de hand?

De gemeente Boxmeer sloot met een varkensboer een overeenkomst. Kort gezegd hield deze overeenkomst in dat de boer, ter voorkoming van de door de gemeente geplande onteigening, zijn bedrijf zou verplaatsen en de gemeente diens grond ten behoeve van de ontwikkeling van een bedrijventerrein voor een bedrag van 3,6 miljoen gulden zou verkrijgen. De levering van het perceel vond plaats onder de voorwaarde dat de gemeente het gekochte pas feitelijk geleverd zou krijgen anderhalf jaar na de verlening van een bouw- en hinderwetvergunning voor realisering van een varkenshouderij op een vervangende locatie. De gemeente verleende de vergunning maar de Afdeling gooide roet in het eten en vernietigde de vergunning. Een alternatieve locatie voor de varkenshouderij werd niet gevonden. Ondertussen stopte de varkenshouder met zijn bedrijf en vroeg zijn zoon een vergunning aan voor een varkenshouderij op een andere locatie. Deze vergunning werd door de gemeente geweigerd.

De gemeente vorderde in deze procedure wijziging van de overeenkomst (aldus dat het gebruik opzegbaar zou zijn op een termijn van drie maanden) wegens onvoorziene omstandigheden, en ontruiming van het verkochte perceel. De gemeente voerde hiertoe aan dat de zoon de percelen moest ontruimen, omdat hij daarop zonder recht of titel verbleef en de gemeente met hem geen enkele afspraak over het gebruik van de percelen had gemaakt (en ook overigens geen medewerking had verleend aan de overdracht van afspraken die de gemeente met de oorspronkelijke varkenshouder had). Verder betoogde de gemeente dat de oorspronkelijke varkenshouder het voortgezet gebruik van de percelen pas hoefde te staken, op het moment dat anderhalf jaar verstreken is na de datum waarop de vergunning voor de alternatieve locatie onherroepelijk zou zijn geworden. Omdat dit nooit meer zou gebeuren, zou hij gerechtigd zijn het gebruik van de percelen tot in de lengte van dagen voort te zetten, terwijl dit nooit de bedoeling van partijen zou zijn geweest. Immers, de bedoeling was dat een nieuw bedrijventerrein op het perceel van de varkenshouder zou worden ontwikkeld. De gemeente stelde zich dan ook op het standpunt dat de afspraken over het voortgezet gebruik op grond van onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW) buiten toepassing moesten blijven.

De varkenshouder en zijn zoon (gedaagden in deze procedure) meenden daarentegen dat het voortzetten van het varkensbedrijf als uitgangspunt van de koopovereenkomst gold. De door de zoon voorgedragen alternatieve locaties waren door de gemeente (ten onrechte) afgewezen. Bovendien, zo stelde de zoon, zou het – gelet op diverse nalatigheden en stilzitten aan de zijde van de gemeente – aan de gemeente te wijten zijn dat geen invulling c.q. uitvoering kon worden gegeven aan de uitdrukkelijke voorwaarde zoals opgenomen in de koopovereenkomst en akte. Op grond van het Haviltexcriterium diende dan ook ten minste een alternatieve locatie gevonden te worden en diende het gebruiksrecht – in afwachting daarvan – door te lopen. Als geen alternatieve locatie gevonden zou worden, moest de overeenkomst in de opvatting van gedaagden (partieel) worden ontbonden, zodat de zoon de exploitatie op het perceel kon voortzetten.

Oordeel Rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de oorspronkelijke varkenshouder geen zelfstandig belang (meer) heeft bij het ongewijzigd handhaven van het voortgezet gebruik van de percelen; hij woont namelijk al lang niet meer op het perceel. De zoon heeft echter wel een zwaarwegend belang bij ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst. Dit gegeven staat echter niet in de weg aan een geslaagd beroep door de gemeente op onvoorziene omstandigheden. De achterliggende redenering is dat de zoon geen partij is bij de overeenkomst met de gemeente, en er bovendien geen contractsovername heeft plaatsgevonden in de zin van art 6:159 BW, nu de daartoe wettelijk vereiste medewerking van de gemeente ontbreekt. Er bestaat dus geen zelfstandige rechtsbetrekking tussen de gemeente en de zoon op grond waarvan de gemeente jegens de zoon verbonden is tot het ongewijzigd laten voortzetten van het gebruik van de percelen.

De Rechtbank overweegt verder dat de overeenkomst er niet aan in de weg staat dat de oorspronkelijke varkenshouder zijn perceel liet gebruiken door zijn zoon zolang de vergunning voor de alternatieve locatie niet was verleend. De zoon verbleef dus niet zonder recht of titel op het perceel. Ook dit neemt naar het oordeel van de Rechtbank echter niet weg dat de gemeente een beroep op onvoorziene omstandigheden kan doen om te komen tot wijziging van de overeenkomst. Verder roept het feit dat de gemeente op de hoogte was van de bedoeling dat de zoon het bedrijf zou voortzetten, geen verbintenis in het leven op grond waarvan de gemeente gehouden zou zijn om de zoon het bedrijf te laten voortzetten op het verkochte perceel.

Kortom, de gemeente kan de overeenkomst wijzigen wegens de onvoorziene omstandigheden dat geen vergunning kan worden verkregen voor de alternatieve bedrijfslocatie en de oorspronkelijke varkenshouder bovendien geen bedrijfsactiviteiten meer op het perceel ontplooit.

Heeft u naar aanleiding van het bovenstaande nog vragen of wilt u meer weten over onteigening, afspraken over bedrijfsverplaatsing en vergunningverlening? Neem dan contact op met Hanna Zeilmaker, Joske Hagelaars of Roos Molendijk, advocaten bij Dirkzwager.

Gerelateerd

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
Afdeling bestuursrechtspraak bekrachtigt onteigeningsbeschikking onder de Omgevingswet in hoger beroep

Raad van State: eerste uitspraak in hoger beroep bekrachtiging onteigeningsbeschikking

Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling voor het eerst in hoger beroep uitspraak gedaan in een procedure tot bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking onder...

Gerechtshof Den Haag: Veevoerproducenten hebben geen recht op nadeelcompensatie voor omzetderving door uitkoop veehouderijen

In zijn arrest van 27 januari 2026 heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld dat twee veevoerproducenten geen recht hebben op nadeelcompensatie voor...

Novelle bij de Wet versterking regie volkshuisvesting: aanpassing regeling voorkeursrecht Omgevingswet

Op 13 januari 2026 heeft de regering een novelle bij het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) ingediend bij de Tweede Kamer. De novelle...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

21
april
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Kwaliteitsregistraties: nieuwe verplichtingen, aandachtspunten en kansen sinds 1 januari 2026

De Wkz verandert de manier waarop kwaliteitsregistraties in de zorg worden gebruikt om de kwaliteit van zorg te kunnen verbeteren. Een kwaliteitsregistratie verzamelt patiëntgegevens bij verschillende zorgaanbieders om de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld bij een bepaalde aandoening, te meten en te verbeteren. Deze wet introduceert een wettelijke plicht voor zorgaanbieders om patiëntgegevens aan te leveren aan de kwaliteitsregistratie. Dat biedt kansen: toestemming van de patiënt is niet langer het uitgangspunt, maar vraagt tegelijkertijd om herziening van het interne beleid, waarbij aandacht moet zijn voor de privacyrechtelijke implicaties van de wet (waaronder de inrichting van een opt-out).

Online
10.00 - 11.30
07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen