De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Hoogte salaris heeft ideologische, politieke lading gekregen

Hoogte salaris heeft ideologische, politieke lading gekregen

“Er komt een moment dat de wal het schip keert.” Henk Hoving is gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Deze maanden heeft hij in zijn praktijk de handen vol aan allerlei juridische complicaties die het gevolg zijn van WNT-2. Per 1 januari 2015 is deze wet van kracht geworden. “Ooit komt het inzicht dat de WNT zijn doel voorbij schiet.”Het verhaal over de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) begint bij de parlementaire commissie Dijkstal. Deze kwam in 2004 met het rapp...
Auteur artikelHenk Hoving
Gepubliceerd28 april 2015
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
“Er komt een moment dat de wal het schip keert.” Henk Hoving is gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Deze maanden heeft hij in zijn praktijk de handen vol aan allerlei juridische complicaties die het gevolg zijn van WNT-2. Per 1 januari 2015 is deze wet van kracht geworden. “Ooit komt het inzicht dat de WNT zijn doel voorbij schiet.”

Het verhaal over de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) begint bij de parlementaire commissie Dijkstal. Deze kwam in 2004 met het rapport ‘Over dienen en verdienen’, over de salariëring in de (semi)publieke sector. “Met drie belangrijke bevindingen en aanbevelingen,” vertelt Hoving. “Ten eerste dat de marktsector geen ijkpunt maar wel een referentiepunt is voor de verdiensten in de publieke sector. Ten tweede dat het ministerssalaris de top van het loongebouw moet vormen. Alle bezoldigingen zijn daarvan afgeleid. Ten derde dat het inkomen van de minister circa 30% achterliep op de ambtelijke laag daaronder en nog eens 20% op de marktsector.”
In de jaren die volgden, durfde geen enkel kabinet de drastische, maar gerechtvaardigde loonsverhoging door te voeren. Eind 2011 nam de politiek wél een wet aan om de maximale beloning in de (semi)publieke sector te normeren tot 130% van dat ministersalaris. Deze eerste WNT trad 1 januari 2013 in werking.

Naar de letter
WNT-1 respecteert een overgangsrecht van in totaal zeven jaar voor arbeidsvoorwaardelijke afspraken die voor het besluit van de Tweede Kamer, 6 december 2011, waren gemaakt. Maar de inkt van de wet was nog niet droog, of WNT-2 volgde. Deze is dit jaar ingegaan, als uitvloeisel van het regeerakkoord. Met als kern dat de ministerssalarissen niet worden verhoogd en niettemin als maximum dienen voor de bezoldiging in de (semi)publieke sector. In plaats van dat bewindslieden meer gaan verdienen, moet de beloning van topfunctionarissen 30% omlaag. De zorg- en woningcorporaties blijven uitgezonderd tot 1 januari 2016. Zij vallen nog onder WNT-1.
“WNT-2 geeft talrijke complicaties,” constateert Hoving. “Stel dat je van functie verandert. Staat het overgangsrecht dan op het spel? Het ministerie toetst dit. Maar het doet dit strikt naar de letter en niet naar de geest van de wet. Als je bijvoorbeeld afscheid van een topfunctionaris wilt nemen, kan het financieel aantrekkelijk zijn voor beide partijen om het door te betalen salaris af te kopen. Maar dat mag niet van het ministerie, want een afkoop is gemaximeerd tot € 75.000.”

Aderlating
Een actueel probleem bij WNT-2 is de combinatie met de afgetopte pensioengrondslag tot € 100.000,- bruto jaarsalaris. Daarboven kun je niet meer fiscaal aftrekbaar pensioen opbouwen. Iemand die € 150.000,- verdient, bouwt dus nog maar over € 100.000,- pensioen op. Dit betekent een behoorlijke aderlating. Vraag is of je die pensioenderving mag compenseren in de arbeidsovereenkomst. Ja, zeggen veel arbeidsjuristen op basis van WNT-2. Maar het antwoord luidt vaak nee, stelt Hoving. “Er is een arbeidsrechtelijk beginsel dat je niet zomaar eenzijdig mag morrelen aan de arbeidsvoorwaarden. Maar pensioen bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds (bijvoorbeeld PFZW en ABP) vormt daarop een uitzondering. Hier werken de nieuwe pensioenregels door in de arbeidsovereenkomst. Dus valt er niks te compenseren. Daar ontstaan met de betrokkenen behoorlijke juridische gevechten over. De interne toezichthouders moeten deze discussie beslechten met hun raden van bestuur. Maar onder dat niveau zitten legio mensen die ook meer dan een ton verdienen. Die vallen meestal onder een cao. Daarover gaan de sociale partners. Het is zeer de vraag of de cao’s gaan voorzien in genoemde compensatie. Maar als de toezichthouder die wél geeft en de mensen eronder krijgen niets, dan is dat vreemd. Dat is een van de dingen die ik onder de aandacht breng van toezichthouders.”

Ideologische lading
Hoving vraagt zich af of de (semi)publieke sector straks nog wel goede, gekwalificeerde mensen kan blijven aantrekken door genoemde versoberingen in salariëring. Mogelijk gaat een deel naar andere branches of naar het buitenland. “Vaak betreft dat de betere mensen. Dat is ook de zorg die je hoort bij onder meer universiteiten en academische ziekenhuizen. Neem de gezondheidszorg met haar marktwerking. Daar zul je moeten opschuiven naar marktconforme beloning. Naar mijn mening moet je ‘dienen en verdienen’ beter op waarde schatten. Maar de gehele discussie heeft een ideologische, politieke lading gekregen. Namelijk dat de verdiensten per definitie te hoog zijn. Mondjesmaat komt er wel kritiek op de WNT. Maar iedereen vindt het lastig om zijn nek uit te steken. Want je krijgt onmiddellijk pek en veren over je heen omdat je als bestuurder alleen maar een hoop salaris zou willen verdienen.”
“Door die maatschappelijke tucht, gevoed door incidenten, ontstaat er een soort vluchtgedrag in nog meer precieze juridische regels. Inmiddels zijn er boekwerken over verschenen. Het systeem is dusdanig fijnmazig opgetuigd dat het oplossingen conform de strekking van de wet belemmert omdat ze formeel niet zouden kunnen. Anderzijds leidt dat ertoe dat alles mag wat niet geregeld is.”
Henk Hoving heeft het druk met alle vraagstukken die voortvloeien uit de WNT-2. “Maar daar is de wet niet voor bedoeld,” zegt hij droogjes. “Er wordt al jaren gezegd dat de wetgeving eenvoudiger en duidelijker moet. En minder voor specialisten. De praktijk wordt echter alleen maar gedetailleerder. De WNT is daar een treffend voorbeeld van.”

Onvoldoende doordacht
Inmiddels staat WNT-3 voor de deur, eveneens conform het regeerakkoord. Vanaf 2017 normeert WNT-3 alle inkomens in de (semi)publieke sector, dus alle medewerkers onder de raad van bestuur. Medische specialisten in loondienst vallen voorlopig (tot eind 2017) niet onder de WNT. Inmiddels dienen diverse nieuwe problemen zich aan. Zo kan de normering gaan conflicteren met het cao-loongebouw. De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten waar de salarissen op bancair niveau liggen, vallen ook onder de WNT. Hoe gaat dit uitpakken? Personen en instellingen kunnen met ministeriële toestemming wel ontheffing krijgen. Maar dan komen ze met naam en toenaam in de Staatscourant. Dat wil natuurlijk niemand. Nee, de WNT is onvoldoende doordacht. Tegen de wetgever zou ik zeggen: bezin je nog eens een keer.”

Voor meer informatie over deze materie kunt u het e-Book Pensioen en WNT downloaden.