Wet langdurige zorg (Wlz)
Centrale Raad van Beroep 15-04-2026 (datum publicatie: 20-04-2026) ECLI:NL:CRVB:2026:424
Afwijzing aanvraag Wlz-zorg. Appellant, geboren in 2009, is bekend met lichamelijke problematiek en een verstandelijke beperking. Het CIZ heeft de aanvraag afgewezen omdat de blijvendheid van de noodzaak voor 24-uurszorg niet kon worden vastgesteld. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank.
Kernpunt: Appellant is op grond van de grondslag verstandelijke handicap momenteel aangewezen op 24-uurszorg in de nabijheid, maar gelet op zijn jonge leeftijd en de nog te verwachten ontwikkeling van het brein kan de blijvendheid van die zorgbehoefte niet worden vastgesteld.
Rechtbank Overijssel 13-04-2026 (datum publicatie: 17-04-2026) ECLI:NL:RBOVE:2026:2010
Tussenuitspraak Wlz. Eiser, bekend met (complexe) PTSS en een periodiek explosieve stoornis, heeft een Wlz-aanvraag ingediend. Het CIZ heeft de aanvraag afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het CIZ onvoldoende heeft onderzocht waarom eiser geen 24-uurszorg in de nabijheid nodig heeft en stelt het CIZ in de gelegenheid het gebrek te herstellen.
Kernpunt: Het CIZ heeft onvoldoende onderzocht en gemotiveerd waarom eiser geen 24-uurszorg in de nabijheid nodig heeft, nu onduidelijk is gebleven wat er gebeurt wanneer eiser hulp inroept en deze niet onmiddellijk kan worden ingezet, de bevindingen van de medisch adviseur niet inzichtelijk zijn gemaakt en de medisch adviseur eiser niet zelf heeft gezien of gesproken.
Centrale Raad van Beroep 26-03-2026 (datum publicatie: 09-04-2026) ECLI:NL:CRVB:2026:387
Afwijzing aanvraag Wlz-zorg. Appellante functioneert op licht verstandelijk beperkt niveau. De grondslag verstandelijke handicap kan niet worden vastgesteld. De grondslag psychische stoornis is wel aan de orde, maar van een blijvende behoefte aan 24-uurszorg in de nabijheid is geen sprake.
Kernpunt: Er zijn nog behandelingen die appellante kan volgen en die kunnen leiden tot de situatie dat zij niet langer behoefte heeft aan 24-uurszorg in de nabijheid. Het motiveringsgebrek is met toepassing van artikel 6:22 Awb gepasseerd.
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
Parket bij de Hoge Raad 24-04-2026 (datum publicatie: 30-04-2026) ECLI:NL:PHR:2026:436
Aansluitende zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden aan betrokkene met een psychotische stoornis en PTSS. In cassatie wordt geklaagd dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd bij het vaststellen van de psychische stoornis. De A-G concludeert tot verwerping.
Kernpunt: Het criterium dat de psychische stoornis het gevaarlijk gedrag overwegend moet beheersen, geldt uitsluitend in verslavingszaken en niet als algemene maatstaf onder de Wvggz.
Rechtbank Amsterdam 03-04-2026 (datum publicatie: 23-04-2026) ECLI:NL:RBAMS:2026:4022
Zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden aan betrokkene met een borderline persoonlijkheidsstoornis, PTSS, OCD en FNS. Betrokkene heeft geen bezwaar, mits de machtiging het euthanasietraject niet in de weg staat. De psychiater heeft bevestigd dat dit niet het geval is.
Kernpunt: Een zorgmachtiging staat een euthanasietraject niet in de weg en kan zo nodig worden ingetrokken.
Rechtbank Rotterdam 25-03-2026 (datum publicatie: 23-04-2026) ECLI:NL:RBROT:2026:3883
Zorgmachtiging verleend aan betrokkene bij wie kenmerken worden gezien van een autismespectrumstoornis en het vermoeden bestaat van een schizofreniforme ontwikkeling. De rechtbank verwerpt het verweer dat onvoldoende duidelijkheid over de psychiatrische diagnose aan verlening in de weg staat.
Kernpunt: Onduidelijkheid over de precieze psychiatrische diagnose, de oorzaken en de behandeling hoeft verlening van een zorgmachtiging niet in de weg te staan.
Parket bij de Hoge Raad 17-04-2026 (datum publicatie: 23-04-2026) ECLI:NL:PHR:2026:415
Zorgmachtiging verleend voor zes maanden. In cassatie wordt geklaagd dat de medische verklaring, ruim vijf maanden oud, niet meer actueel was en niet kon worden geactualiseerd door de behandelend psychiater, die niet voldoet aan de onafhankelijkheidseisen van artikel 5:7 Wvggz. De A-G concludeert tot verwerping: de rechtbank heeft geoordeeld dat de verklaring voldoende actueel was, zodat actualisering niet nodig was.
Kernpunt: De wet kent geen houdbaarheidstermijn voor de medische verklaring; bepalend is of de rechter zijn oordeel over de actuele gezondheidstoestand daarop kan baseren.
Rechtbank Amsterdam 30-03-2026 (datum publicatie: 21-04-2026) ECLI:NL:RBAMS:2026:3882
Beroep tegen de beslissing van de klachtencommissie over de hoogte van de schadevergoeding (artikel 10:11 jo. 10:7 Wvggz). De klachtencommissie had de klacht over het aanzeggen van verplichte zorg gegrond verklaard en een schadevergoeding van € 25,= toegekend. De verplichte zorg is na de klacht opgeschort en niet daadwerkelijk ingezet. De rechtbank acht de schadevergoeding te laag en stelt deze naar billijkheid vast op € 325,=.
Kernpunt: Aan het bewijs van schade in de schadevergoedingsregeling van de Wvggz worden geen al te hoge eisen gesteld; de ernst van de normschending is bepalend.
Rechtbank Midden-Nederland 17-03-2026 (datum publicatie: 20-04-2026) ECLI:NL:RBMNE:2026:1574
Zorgmachtiging afgewezen. Betrokkene verblijft op grond van een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel bij een kliniek. De rechtbank oordeelt dat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de medicamenteuze behandeling, zodat niet is voldaan aan de criteria van verplichte zorg.
Kernpunt: Een zorgmachtiging uitsluitend inzetten om omzetting naar tbs met verpleging te voorkomen is oneigenlijk gebruik dat op gespannen voet staat met de vrijwillige opname.
Rechtbank Midden-Nederland 20-03-2026 (datum publicatie: 20-04-2026) ECLI:NL:RBMNE:2026:1646
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken. De rechtbank geeft op verzoek van partijen duiding aan de zorgvorm 'uitoefenen van toezicht op betrokkene' als bedoeld in artikel 3:2 lid 2 sub d Wvggz. De verzochte zorgvorm wordt in dit geval afgewezen.
Kernpunt: De zorgvorm 'uitoefenen van toezicht' omvat ook het continu observeren van betrokkene tijdens opname, hetgeen een vergaande inbreuk op de privacy vormt.
Hoge Raad 17-04-2026 (datum publicatie: 17-04-2026) ECLI:NL:HR:2026:663
Art. 81 lid 1 RO. Cassatieberoep verworpen. In cassatie werd geklaagd over de relatieve bevoegdheid van de rechtbank en over de hoorplicht. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot vernietiging kunnen leiden.
Kernpunt: De klachten over relatieve bevoegdheid en de hoorplicht kunnen niet leiden tot vernietiging; nadere motivering is niet vereist (art. 81 RO).
Wet zorg en dwang (Wzd)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-03-2026 (datum publicatie: 17-04-2026) ECLI:NL:RBZWB:2026:2617
Eerste rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend voor zes maanden op grond van de Wzd. Betrokkene is gediagnosticeerd met een psychotische stoornis NAO. De rechtbank stelt de stoornis op grond van artikel 24 lid 4 Wzd gelijk met een psychogeriatrische aandoening, nu de benodigde zorg daarmee vergelijkbaar is.
Kernpunt: De psychotische stoornis NAO wordt via de gelijkstellingsroute van artikel 24 lid 4 Wzd onder de reikwijdte van de Wzd gebracht wanneer een psychogeriatrische aandoening niet kan worden uitgesloten.
Hoge Raad 10-04-2026 (datum publicatie: 10-04-2026) ECLI:NL:HR:2026:578
Cassatie. Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling op grond van de Wzd. De Hoge Raad oordeelt dat een psychiater kan worden aangemerkt als ter zake kundige arts in de zin van artikel 26 lid 6, onder d, Wzd. De beschikking wordt vernietigd omdat de medische verklaring onvoldoende inzicht verschaft in de actuele situatie van betrokkene.
Kernpunt: Een psychiater is bevoegd een medische verklaring op te stellen bij een verstandelijke beperking, maar deze moet inzicht verschaffen in de actuele situatie van betrokkene.
Privacy en tuchtrechtspraak
Centraal Tuchtcollege 20-04-2026 (datum publicatie: 23-04-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:84
Hoger beroep. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij bij een liplift te veel weefsel heeft verwijderd. Het Regionaal Tuchtcollege had een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over het verwijderen van te veel weefsel alsnog gegrond en legt de zwaardere maatregel van berisping op.
Kernpunt: Het ontbreken van documentatie over de hoeveelheid verwijderd weefsel sluit niet uit dat op basis van foto's en correspondentie kan worden vastgesteld dat te veel huid is verwijderd.
Regionaal Tuchtcollege 's-Hertogenbosch 22-04-2026 (datum publicatie: 22-04-2026) ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71
Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij is afgeweken van de kwaliteitsstandaard BgZ door te volstaan met het inscannen van een brief in het medisch dossier. Het college verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel (artikel 51 Wet BIG). De kern van de klacht is gelijk aan een eerder onherroepelijk beoordeeld klachtonderdeel.
Kernpunt: Een andere formulering van dezelfde klacht over hetzelfde feitencomplex doorbreekt het ne bis in idem-beginsel niet; herhaalde indiening kan misbruik van tuchtrecht opleveren.
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam 17-04-2026 (datum publicatie: 17-04-2026) ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82
Klaagster, werkzaam als operatie-assistente, verwijt de plastisch chirurg grensoverschrijdend gedrag tijdens een liposuctiebehandeling. Het college acht klaagster ontvankelijk als rechtstreeks belanghebbende en verklaart de klacht gegrond. De maatregel van berisping wordt opgelegd.
Kernpunt: Verbale agressie van een operateur jegens ondersteunend personeel tijdens een operatie valt onder de tweede tuchtnorm wanneer dit de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg raakt.
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam 14-04-2026 (datum publicatie: 14-04-2026) ECLI:NL:TGZRAMS:2026:84
Voorzittersbeslissing. Klager heeft een klacht ingediend tegen een destijds psychiater in opleiding over feitelijke onjuistheden in het dossier, opgesteld tijdens een consult op 7 juni 2023. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht. Het verwijt dat de verslaglegging meerdere controleerbare onjuistheden bevat is te algemeen geformuleerd. De gestelde onjuistheid over de frequentie van contact met zijn kind is niet van dien aard dat dit een tuchtrechtelijk verwijt rechtvaardigt.
Kernpunt: Het tuchtrecht is niet bedoeld om mogelijke onjuistheden van gering gewicht in een medisch dossier aan de orde te stellen.
Regionaal Tuchtcollege Amsterdam 14-04-2026 (datum publicatie: 14-04-2026) ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80
De Raad van Bestuur van een ziekenhuis verwijt een verpleegkundige dat hij zonder behandelrelatie patiëntendossiers heeft ingezien. De verpleegkundige erkent de inzage van negen dossiers, maar betwist het gestelde aantal van circa 60. De klacht is gegrond; het college legt de maatregel van berisping op.
Kernpunt: Het herhaaldelijk onbevoegd inzien van patiëntendossiers is een ernstige schending van het beroepsgeheim en de professionele norm (artikel 7:457 BW).
Centraal Tuchtcollege 01-04-2026 (datum publicatie: 02-04-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:65
Hoger beroep. Klaagster verwijt de huisarts dat zij de diagnose heupfractuur heeft gemist. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel alsnog gegrond: het klinisch beeld rechtvaardigde uitgebreider lichamelijk onderzoek naar de functie van de heup. De maatregel van waarschuwing wordt opgelegd.
Kernpunt: Het klinisch beeld van immobiliteit had de huisarts aanleiding moeten geven tot nader lichamelijk onderzoek, temeer nu dit laagdrempelig mogelijk was.
Regionaal Tuchtcollege 's-Hertogenbosch 01-04-2026 (datum publicatie: 01-04-2026) ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64
Klager verwijt de tandarts-implantoloog onder meer onjuiste declaraties en onjuiste plaatsing van implantaten. De tandarts heeft onvoldoende gecommuniceerd over verrichtingen buiten de all-in prijs. De implantaten zijn niet diep genoeg geplaatst, hetgeen vooraf voorzienbaar was. Het college legt de maatregel van berisping op.
Kernpunt: Bij een all-in prijsafspraak rust op de zorgverlener een verzwaarde informatieplicht over verrichtingen die buiten die afspraak vallen.
Zorgverzekeringswet
Rechtbank 25-03-2026 (datum publicatie: 07-04-2026) ECLI:NL:RBDHA:2026:6710
Indicatiestelling. De rechtbank oordeelt dat zorgaanbieder niet heeft voldaan aan essentiële verplichtingen uit de overeenkomsten met zorgverzekeraar door zorg te verlenen zonder dat daarvoor (aantoonbaar) vooraf een (geldige) indicatie is gesteld. Zorgaanbieder heeft hierdoor onrechtmatig gedeclareerd. Zorgverzekeraar heeft niet onrechtmatig gehandeld in de uitvoering van haar onderzoek. Ook is er geen sprake van misbruik van omstandigheden bij het aangaan van de cliëntenstop.
Kernpunt: Zorgaanbieder heeft onterecht zorg verleend zonder hiervoor (aantoonbaar) vooraf een (geldige) indicatie te stellen. Zorgverzekeraar heeft door het uitvoeren van haar onderzoek niet onrechtmatig gehandeld.
Rechtbank Amsterdam 11-03-2026 (datum publicatie: 08-04-2026) ECLI:NL:RBAMS:2026:2995
Prijsbeding. De rechtbank oordeelt dat het gehanteerde prijsbeding oneerlijk is. Door de prijs van de behandeling van tevoren niet aan eiser mee te delen, is hem de mogelijkheid ontnomen om te beslissen of hij de behandeling op dat moment wel wilde ondergaan tegen die prijs. Zorgaanbieder had eiser moeten informeren over datgenen dat voor hem van belang was om een weloverwogen keuze te maken om zorg te vergelijken en te ontvangen, over tarieven die voor hem van belang waren, of de te leveren prestaties of diensten verzekerd waren en of eiser zelf een bedrag moest betalen. Die informatieplicht ligt niet bij patiënt.
Kernpunt: Eiser is niet aan het oneerlijke prijsbeding gebonden en de behandelovereenkomst wordt vernietigd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2026 (datum publicatie: 08-04-2026) ECLI:NL:GHARL:2026:1943
Reële tarieven. Uitgangspunt van zorginkoop van basispakketzorg is contracteervrijheid, waarbij zorgverzekeraar en zorgaanbieder de gedeelde verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat verzekerde aanspraak kan maken op toegankelijke, kwalitatieve en betaalbare zorg. Wanneer een zorgaanbieder afhankelijk is van een zorgverzekeraar, is deze gehouden voldoende rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de zorgaanbieder. Die afhankelijkheid is hier niet aannemelijk geworden. Schending van NZa-regelgeving of de Gedragscode Goed Zorgverzekeraarschap kan leiden tot ingrijpen van de NZa, maar vormt geen basis om aanpassing van de overeengekomen tarieven af te dwingen.
Kernpunt: Onrechtmatig handelen door zorgverzekeraar bij zorginkoop jegens hulpmiddelenaanbieders is niet aannemelijk geworden.
Rechtbank Amsterdam 26-03-2026 (datum publicatie: 09-04-2026) ECLI:NL:RBAMS:2026:3368
Prijsbeding. De rechtbank oordeelt dat wanneer patiënt alleen de vergoeding van de verzekeraar en het eventueel verrekende eigen risico hoeft te betalen aan eiser, wordt geoordeeld dat het prijsbeding niet oneerlijk is. Het evenwicht tussen partijen is namelijk door de intransparantie van de uiteindelijke prijs niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk verstoord.
Kernpunt: Het prijsbeding dat eiser hanteert is niet oneerlijk doordat het evenwicht tussen partijen niet in strijd met de goede trouw aanzienlijk is verstoord.
Rechtbank Midden-Nederland 05-11-2025 (datum publicatie: 15-04-2026) ECLI:NL:RBMNE:2025:7812
Indicatiestelling. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op het primaat van de indicerende professional, er voor de zorgverzekeraar slechts ruimte is voor marginale beoordeling van de indicatie. Dit geldt ook voor gecontracteerde zorg. De rechtbank oordeelt dat zorgverzekeraar onvoldoende heeft onderbouwd dat een geneeskundige context op grond waarvan aanspraak op wijkverpleging bestaat ontbreekt. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het niet of onvoldoende voldoen aan enkele normen van het Normenkader V&VN geen zelfstandige grond is voor het instellen van de vordering tot volledige (terug)betaling.
Kernpunt: Ook voor de gecontracteerde zorg geldt het primaat van de indicerende professional.
Rechtbank Midden-Nederland 03-12-2025 (datum publicatie: 16-04-2026) ECLI:NL:RBMNE:2025:7838
Zorgfraude. De rechtbank oordeelt dat voldoende vaststaat dat gedaagde het mogelijk heeft gemaakt dat iemand anders via zijn account valse declaraties heeft ingediend. Hij is verantwoordelijk voor zijn account. Daarmee is niet van belang of gedaagde zelf de onterechte/vervalste declaraties heeft ingediend. Daarnaast heeft zorgverzekeraar voldoende onderbouwd dat zij in redelijkheid gedaagde in de (interne en externe) registers mocht registreren.
Kernpunt: Voor zorgfraude is niet relevant of verzekerde zelf valse declaraties heeft ingediend of het mogelijk heeft gemaakt dat iemand anders dat via zijn account heeft gedaan.
Rechtbank Midden-Nederland 26-11-2025 (datum publicatie: 20-04-2026) ECLI:NL:RBMNE:2025:7837
Zorgfraude. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door verzekeraar verrichte fraudeonderzoeken buiten beschouwing te laten. In het kader van de uitvoering van de Zvw zijn zorgverzekeraars verplicht om formele en materiële controles bij zorgaanbieders uit te voeren. Als zorgaanbieders in strijd handelen met de administratieve verplichtingen die voortvloeien uit de Wet marktordening gezondheidszorg, kan dit ten opzichte van de zorgverzekeraar onrechtmatig zijn en leiden tot verplichting tot vergoeding van de hierdoor geleden schade. Zorgverzekeraar wordt in de gelegenheid gesteld om een deel van haar stellingen verder te onderbouwen. De rechtbank oordeelt al wel dat de administratie niet zo gebrekkig is dat het onrechtmatig is.
Kernpunt: Het niet voldoen aan administratieve verplichtingen kan leiden tot verplichting tot vergoeding van schade.
Ondernemingsrecht
Rechtbank Den Haag 04-03-2026 (datum publicatie: 24-04-2026) ECLI:NL:RBDHA:2026:5069
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat de zorgverzekeraars zonder meer gerechtigd waren nadere informatie op te vragen bij de zorgaanbieder, omdat er een concrete aanleiding was voor het instellen van een materieel onderzoek. De zorgaanbieder heeft ten onrechte niet (voldoende) meegewerkt aan dit onderzoek. De (oud)bestuurders en -commissarissen van zorgaanbieder hebben hun taken ernstig verwaarloosd, waarvan hen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Kernpunt: Zorgaanbieder heeft onterecht niet (voldoende) meegewerkt aan een materiële controle en (oud)bestuurders en -commissarissen kan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt voor verwaarlozing van hun taken.
Rechtbank Amsterdam 20-11-2025 (datum publicatie: 08-04-2026) ECLI:NL:RBAMS:2025:11390
Schorsing bestuurders bij wijze van voorlopige voorziening op grond van artikel 2:298 lid 2 BW. Het OM verzoekt ontslag van de bestuurders van twee stichtingen die Wmo-voorzieningen exploiteren, wegens vermoedelijke zorgfraude. De rechtbank wijst de schorsing toe zonder de bestuurders vooraf te horen en benoemt een tijdelijk bestuurder.
Kernpunt: De ernst van de aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten (structurele onttrekking van zorggelden, het ontbreken van intern toezicht en het niet naleven van de statuten) rechtvaardigt schorsing van de bestuurders zonder hen vooraf te horen.
Rechtbank Gelderland 23-03-2026 (datum publicatie: 02-04-2026) ECLI:NL:RBGEL:2026:2312
Verzoek om ontslag van de bestuurders van Stichting Tobra, die een boerderij in eigendom heeft en verzoek tot benoeming van nieuwe bestuurders. Stichting Tobra is opgericht met als doel te voorzien in de zorg van een verstandelijk en meervoudig beperkt familielid (thans erflater) en de exploitatie van de familiale boerderij. Verzoekers (tevens erfgenamen en voormalig bewindvoerders van erflater) willen op de locatie van die boerderij met een eigen stichting een zorgboerderij realiseren en verwijten de zittende bestuurders dat zij de oorspronkelijke wens om een zorgboerderij te exploiteren na bijna dertig jaar nog altijd niet hebben uitgevoerd. De rechtbank verklaart verzoekers niet-ontvankelijk. Verzoekers hebben geen rechtstreeks eigen belang bij de boerderij.
Kernpunt: Dat in de statutaire doelstelling van de stichting van verzoekers is opgenomen dat zij een zorgboerderij wil oprichten op de boerderij die eigendom is van stichting Tobra is onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt. Ook zijn zij geen belanghebbende als erfgenaam nu niet blijkt dat de nalatenschap schade heeft geleden. Het zijn van voormalig bewindvoerder of het hebben van slechts een emotioneel belang maakt iemand evenmin belanghebbende.
Vastgoed
Rechtbank Den Haag 24-03-2026 (datum publicatie: 10-04-2026) ECLI:NL:RBDHA:2026:7193
De opzegging van een begeleidingsovereenkomst door de zorginstelling is rechtsgeldig, op grond van herhaaldelijk verbaal agressief gedrag en het stelselmatig niet nakomen van afspraken door de cliënt. De cliënt kan geen aanspraak maken op huurbescherming.
Kernpunt: Met het eindigen van de begeleidingsovereenkomst eindigt automatisch ook de gebruiksovereenkomst, zodat de vordering tot ontruiming wordt toegewezen.
```