Jurisprudentie Gezondheidszorg: overzicht zomer 2026

14 september 2026

Hier vindt u een overzicht van belangrijke juridische uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg die in de maanden juni, juli en augustus 2026 zijn gepubliceerd. Voor iedere zaak geven we een korte samenvatting en de belangrijkste conclusies.

Stefan Donkelaar
Stefan Donkelaar
Advocaat - Senior
Marieke van Dongen
Marieke van Dongen
Advocaat - Partner
Milou Janssen
Milou Janssen
Advocaat - Senior
In dit artikel

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

Rechtbank Den Haag 5 augustus 2026 (datum publicatie: 27 augustus 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:22510)

De rechtbank verleende een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden voor een man met schizofrenie. De stoornis veroorzaakt ernstig nadeel, waaronder suïcidegedachten en paranoïde angst, wat bij ontregeling leidt tot agressie. De psychotische klachten verbeteren door ECT-behandelingen. Hoewel betrokkene instemde met de machtiging en zelf wil doorstromen naar een begeleide woonvorm, achtte de behandelaar dit nog te vroeg. Bij het geplande afschalen van de ECT is het risico op terugval en ernstig agressief gedrag namelijk verhoogd.

Kernpunt: Aansluitende zorgmachtiging toegewezen wegens ernstig terugval- en agressierisico bij het afbouwen van ECT.

Rechtbank Den Haag 5 augustus 2026 (datum publicatie: 27 augustus 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:22511)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor de duur van twee maanden voor een vrouw met een bipolaire en borderline persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene werd opgenomen na manisch ontremd gedrag maar ontkent de manie en weigert medicatie. De psychiater adviseerde de machtiging te beperken tot twee maanden zodat betrokkene zoveel mogelijk de regie behoudt en zich kan stabiliseren voor een ambulant traject. De rechtbank volgde dit advies en wees alleen de noodzakelijke medicatie en opname toe.

Kernpunt: Zorgmachtiging verkort tot twee maanden om regiebehoud en autonomie van betrokkene te respecteren.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 juni 2026 (datum publicatie: 19 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:6543)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens schizofreniespectrum-, verslavings- en persoonlijkheidsstoornissen. Betrokkene ontkende zijn problematiek en weigerde medicatie terwijl zijn drugsgebruik leidde tot hallucinaties en achterdocht. Zijn stoornissen veroorzaakten ernstig nadeel, zoals extreme verwaarlozing (zijn woning werd eerder onbewoonbaar verklaard), schulden bij dealers en agressie. Omdat ziektebesef volledig ontbrak, was gedwongen zorg noodzakelijk om het nadeel af te wenden.

Kernpunt: Ontbrekend ziektebesef en ernstige verwaarlozing door drugsgebruik rechtvaardigen een langdurige zorgmachtiging.

Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2026 (datum publicatie: 19 augustus 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:8120)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor een man met schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. De stoornis veroorzaakt ernstig nadeel zoals ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is klinisch opgenomen. Hoewel betrokkene momenteel niet negatief tegenover zorg staat, is er sprake van ernstige desorganisatie en ontbrekend ziekte-inzicht. Hierdoor bestaat er een reële kans dat zonder verplichte zorg dezelfde thuissituatie zich na ontslag weer voordoet, waardoor vrijwillige zorg niet passend is.

Kernpunt: Zorgmachtiging van twaalf maanden verleend wegens ontbrekend ziekte-inzicht en hoog risico op terugval.

Rechtbank Amsterdam 24 juli 2026 (datum publicatie: 10 augustus 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:7961)

De rechtbank heeft een lopende zorgmachtiging uitgebreid met de maatregel 'beperken van de bewegingsvrijheid'. De behandelaren stelden dat de lopende vormen van zorg niet meer volstonden, waardoor er sprake was van een dreigende noodsituatie. De raadsman verzocht om afwijzing omdat betrokkene coöperatief is. De arts gaf aan dat opname de enige manier is om hulp te bieden omdat betrokkene psychiatrische problemen ontkent. De rechtbank oordeelde dat bij opname in een accommodatie het beperken van de bewegingsvrijheid hoort. De uitbreiding geldt voor de resterende duur van de zorgmachtiging.

Kernpunt: Lopende zorgmachtiging uitgebreid met bewegingsbeperking wegens mislukte ambulante zorg en ontbrekend ziekte-inzicht.

Rechtbank Rotterdam 29 juni 2026 (datum publicatie: 6 augustus 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:9420)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging wegens schizofrenie. Het verweer dat het overhandigen van een huissleutel aan de ambulante hulpverlening een minder bezwarend alternatief was, werd verworpen. Door psychotisch wantrouwen zou betrokkene hen alsnog de toegang weigeren. Omdat de officier van justitie het verzoek te laat had ingediend en de oude machtiging inmiddels was vervallen, werd de nieuwe machtiging voor een verkorte duur van zes maanden verleend.

Kernpunt: Het verstrekken van een huissleutel aan de ambulante hulpverleners zodat zij zichzelf binnen kunnen laten is geen effectief minder bezwarend alternatief bij psychotisch wantrouwen.

Rechtbank Rotterdam 3 juli 2026 (datum publicatie: 6 augustus 2026) (ECLI:NL:RBROT:2026:9453)

De rechtbank wees een verzoek voor een aansluitende zorgmachtiging af. Hoewel er sterke vermoedens waren van een psychotisch toestandsbeeld, vermeldde de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring dat een psychose tijdens de beoordeling niet kon worden uitgesloten maar er geen acuut beeld was. De rechtbank oordeelde dat voor het verlenen van een zorgmachtiging de psychische stoornis wettelijk moet vaststaan. Sterke vermoedens of onzekerheid zijn daartoe onvoldoende.

Kernpunt: Voor een zorgmachtiging moet de psychische stoornis wettelijk vaststaan; een vermoeden volstaat niet.

Rechtbank Den Haag 9 juli 2026 (datum publicatie: 4 augustus 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:20241)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging na een crisismaatregel voor een man die lijdt aan een depressieve stoornis. Voorafgaand aan zijn opname had betrokkene een ernstige suïcidepoging ondernomen door het innemen van chloor. Betrokkene ondergaat elektroconvulsietherapie (ECT) met een voorzichtig positief effect, maar is ambivalent en wil de kliniek verlaten. De advocaat verzocht om een grondige evaluatie van de ECT na maximaal twaalf behandelingen. De rechtbank wees de machtiging toe voor zes maanden, maar wees het verzochte beperken van communicatiemiddelen af wegens gebrek aan noodzaak.

Kernpunt: Zorgmachtiging verleend voor voortzetting levensreddende ECT-behandeling. Inzet communicatiebeperking is echter afgewezen.

Rechtbank Amsterdam 10 juli 2026 (datum publicatie: 28 juli 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:7658)

De rechtbank wees een zorgmachtiging voor zes maanden toe voor een betrokkene die lijdt aan katatonie. Dit is waarschijnlijk het gevolg van een psychotische decompensatie of hersenschade na een hartstilstand. De stoornis leidt tot levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Hoewel de raadsvrouw wees op mogelijk verzet van betrokkene, oordeelde de rechtbank dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank voegde ambtshalve het aanbrengen van beperkingen in de eigen levensinrichting toe aan de machtiging, zodat betrokkene sneller naar huis kan voor ambulante zorg.

Kernpunt: Zorgmachtiging verleend met ambtshalve toegevoegde beperking om ambulante behandeling thuis spoedig mogelijk te maken.

Rechtbank Overijssel 16 juli 2026 (datum publicatie: 28 juli 2026) (ECLI:NL:RBOVE:2026:4615)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor zes maanden voor een man met een autismespectrumstoornis en anorexia nervosa. Betrokkene weegt 42 kilogram bij een kritische BMI van 14 of lager, wat leidt tot ernstig risico op orgaanuitval. Tussen deskundigen bestond discussie over zijn wilsbekwaamheid. De rechtbank oordeelde dat deze vraag in het midden kan blijven, omdat de fysieke toestand van betrokkene inmiddels geleid heeft tot een acuut levensgevaar. De verplichte zorg, waaronder het toedienen van voeding, is daarom toegewezen.

Kernpunt: Bij acuut levensgevaar door anorexia kan wilsbekwaamheid juridisch in het midden gelaten worden.

Rechtbank Amsterdam 20 juli 2026 (datum publicatie: 28 juli 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:7648)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor zes maanden wegens een psychotische stoornis en een stoornis in cannabisgebruik. De stoornis veroorzaakt ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De raadsman verzocht primair om verlening zonder opnamemogelijkheid en subsidiair voor een kortere duur, omdat betrokkene graag naar huis wil en niet eerder is opgenomen. De rechtbank achtte opname echter noodzakelijk voor diagnostiek, aangezien ambulante zorg eerder mislukte omdat betrokkene niet op afspraken verscheen. De rechtbank beperkte de opnameduur wel ambtshalve tot telkens maximaal drie maanden.

Kernpunt: Opname is vereist voor diagnostiek bij mislukte ambulante zorg; opnameduur wordt ambtshalve beperkt.

Rechtbank Den Haag 1 juni 2026 (datum publicatie: 21 juli 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:17868)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging tot en met 1 december 2026 wegens een schizofreniespectrumstoornis, obsessieve compulsieve stoornis en een licht verstandelijke beperking. Door toenemend dwangmatig gedrag nam betrokkene spullen van medepatiënten weg en weigerde hij soms controles, wat angst en escalaties veroorzaakte. De rechtbank achtte verplichte persoons- en kamercontroles noodzakelijk om ernstig nadeel en agressie af te wenden. Minder ingrijpende alternatieven waren niet voorhanden.

Kernpunt: Dwangmatig gedrag dat agressie oproept rechtvaardigt persoons- en kamercontroles via een zorgmachtiging.

Rechtbank Den Haag 2 juni 2026 (datum publicatie: 21 juli 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:18112)

De rechtbank verleende een aansluitende zorgmachtiging voor een man die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en een middelenstoornis. Dit leidde tot ernstig nadeel, aangezien betrokkene in het verleden vanuit angst in zijn woning had geschoten. De advocaat bepleitte primair afwijzing wegens vrijwilligheid en subsidiair beperking tot zes maanden, omdat er geen stappen zijn gezet voor uitstroom naar een HAT-woning. De rechtbank verleende de zorgmachtiging, maar beperkte de duur tot zes maanden om de voortgang van de uitstroom actief te monitoren en perspectief te bieden.

Kernpunt: Aansluitende zorgmachtiging beperkt tot zes maanden om voortgang van uitstroomtraject effectief te monitoren.

Rechtbank Amsterdam 25 juni 2026 (datum publicatie: 20 juli 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:7295)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor een betrokkene met schizofrenie en een cannabisverslaving. Zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en agressie. De advocaat verzocht de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden. De rechtbank wees dit af. Vanwege een langdurige psychose, weigering van depotmedicatie en het risico op terugval bij zijn aanstaande ontslag naar een woonvorm, is een machtiging van twaalf maanden passend en geboden om stabiele zorg te garanderen.

Kernpunt: Een zorgmachtiging van twaalf maanden is noodzakelijk wegens langdurige psychose en weigering depotmedicatie.

Rechtbank Amsterdam 25 juni 2026 (datum publicatie: 10 juli 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:6848)

De rechtbank wees een zorgmachtiging voor zes maanden toe wegens anorexia nervosa. Hoewel betrokkene ambulant wilde meewerken en niet opgenomen wilde worden, was er sprake van levensgevaar. De psychiater achtte de wachttijd van veertig weken voor een vrijwillige klinische opname onverantwoord gezien haar lichamelijke toestand. Omdat de ambulante behandeling nog onvoldoende effect had en zij in de gevarenzone verkeerde, achtte de rechtbank de machtiging noodzakelijk.

Kernpunt: Ernstig lichamelijk gevaar bij anorexia rechtvaardigt gedwongen zorg ondanks ambulante behandelbereidheid.

Rechtbank Amsterdam 19 juni 2026 (datum publicatie: 9 juli 2026) (ECLI:NL:RBAMS:2026:6839)

De rechtbank verleende een zorgmachtiging wegens schizofrenie voor twaalf maanden. De advocaat verzocht om aanhouding om de wilsbekwaamheid te toetsen, omdat er geen sprake was van levensgevaar. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende was gemotiveerd waartegen betrokkene zich verzet. Omdat betrokkene geen voldoende toegelicht bezwaar maakte tegen de voorgestelde verplichte zorg, kon zij geen beroep doen op wilsbekwaam verzet. Het verzoek werd daarom toegewezen.

Kernpunt: Wilsbekwaam verzet vereist een voldoende toegelicht bezwaar tegen de specifieke verplichte zorg.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 april 2026 (datum publicatie: 19 juni 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:4456)

De rechtbank verleende een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens schizofreniespectrumstoornissen. Betrokkene stemde hiermee in. Hoewel de officier van justitie het verzoek te laat had ingediend (binnen de vierwekentermijn), belemmerde dit de verlening van de machtiging niet. Omdat de beslissing werd genomen vóór het verstrijken van de lopende machtiging en betrokkene zich voldoende kon verweren, kon conform rechtspraak van de Hoge Raad alsnog een machtiging voor twaalf maanden worden verleend.

Kernpunt: Te late indiening belet verlenen machtiging niet mits beslist vóór afloop van de oude.

Hoge Raad 5 juni 2026 (datum publicatie: 5 juni 2026) (ECLI:NL:HR:2026:836)

De Hoge Raad vernietigde een beschikking van de rechtbank Limburg tot voortzetting van een crisismaatregel. Betrokkene klaagde dat het medisch onderzoek door de onafhankelijke psychiater plaatsvond in aanwezigheid van vijf derden met een open deur. De Hoge Raad oordeelde dat medisch onderzoek onder de Wvggz in beginsel zonder derden moet plaatsvinden vanwege privacy en betrouwbaarheid. Uitzonderingen behoeven een rechterlijke toetsing en motivering. De rechtbank had hier niet kenbaar op beslist.

Kernpunt: Medisch onderzoek onder de Wvggz moet in beginsel zonder derden plaatsvinden.

Hoge Raad 5 juni 2026 (datum publicatie: 5 juni 2026) (ECLI:NL:HR:2026:838)

De Hoge Raad vernietigde de beslissing van de rechtbank Gelderland om een zorgmachtiging voor twaalf maanden te verlenen. De officier van justitie verzocht tijdig om een aansluitende machtiging, maar de rechtbank besliste pas na de wettelijke termijn van drie weken. Hierdoor verviel de eerdere machtiging voortijdig. Omdat er geen sprake meer was van een aansluitende machtiging, mocht de nieuwe machtiging voor maximaal zes maanden worden verleend. De Hoge Raad deed de zaak zelf af.

Kernpunt: Bij overschrijding van de beslistermijn vervalt de machtiging en geldt een kortere maximumduur.

Hoge Raad 5 juni 2026 (datum publicatie: 5 juni 2026) (ECLI:NL:HR:2026:841)

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep tegen een verleende zorgmachtiging van twaalf maanden. De officier van justitie had het verzoek ingediend vóór het verstrijken van de lopende machtiging. De rechtbank besliste vervolgens binnen de wettelijke termijn van drie weken op het verzoek. De Hoge Raad bevestigde dat in deze situatie sprake is van een aansluitende zorgmachtiging, waardoor verlening voor de maximale duur van twaalf maanden wettelijk is toegestaan.

Kernpunt: Een nieuwe machtiging sluit aan als de rechtbank binnen de beslistermijn beslist.

Wet zorg en dwang (Wzd)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 juni 2026 (datum publicatie: 19 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:6541)

Na eerdere aanhouding om minder bezwarende alternatieven te onderzoeken, verleent de rechtbank alsnog een machtiging tot opname en verblijf. Betrokkene lijdt aan dementie en verzet zich tegen opname, maar weigert consequent mee te werken aan dagbesteding en weigert een Wlz-indicatie te ondertekenen waardoor aanvullende thuiszorg onmogelijk is. Haar echtgenoot is bovendien volledig overbelast. Omdat minder ingrijpende alternatieven wegens haar weigering onhaalbaar zijn, is een gedwongen opname noodzakelijk om ernstig nadeel en letsel te voorkomen.

Kernpunt: Gedwongen opname noodzakelijk omdat betrokkene alle minder ingrijpende alternatieven en thuiszorg consistent weigert.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 juni 2026 (datum publicatie: 17 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:6265)

De rechtbank verlengt de machtiging tot opname en verblijf. Betrokkene lijdt aan dementie en verzet zich wisselend tegen haar verblijf. Zij wil terug naar haar 94-jarige vriend. Zij heeft echter last van ernstige loopdrang (met uitputting en voetschade tot gevolg), is verkeersonveilig en gedesoriënteerd. Thuiszorg werd eerder geweigerd en haar hoogbejaarde partner is ernstig overbelast. Omdat betrokkene continue sturing en 24-uurszorg behoeft die thuis niet leverbaar is, is verlenging noodzakelijk om ernstig nadeel te voorkomen.

Kernpunt: Verlenging machtiging noodzakelijk door ernstige loopdrang, valgevaar en overbelasting van haar 94-jarige partner.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 juni 2026 (datum publicatie: 13 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:6116)

De rechtbank verleent een eerste rechterlijke machtiging. Betrokkene lijdt aan Alzheimer. Zij verzet zich tegen opname, maar weigert noodzakelijke persoonlijke verzorging thuis en ervaart toenemende angst, onrust en achterdocht. De maximale thuiszorg is ontoereikend, medicatie vermindert haar angst niet en haar sociale netwerk is overbelast geraakt. Een gedwongen opname met gespecialiseerde 24-uurszorg en toezicht is noodzakelijk om ernstige zelfverwaarlozing en psychisch lijden te voorkomen.

Kernpunt: Eerste Wzd-machtiging toegewezen wegens zelfverwaarlozing, ernstige angstwanen en overbelasting van het sociale netwerk.

Rechtbank Den Haag 23 juni 2026 (datum publicatie: 12 augustus 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:20667)

De rechtbank wijst het verzoek van het CIZ voor een rechterlijke machtiging (Wzd) af. Hoewel de cliënt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis lijdt, is er geen sprake van verzet tegen opname en verblijf. Cliënt stemt in met het verblijf, maar wil graag overgeplaatst worden naar een locatie in zijn eigen woonplaats. Omdat de zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet in de huidige accommodatie tot er een passende plek is gevonden, is niet voldaan aan de criteria voor een gedwongen machtiging.

Kernpunt: Verzoek om Wzd-machtiging afgewezen omdat passende zorg op vrijwillige basis kan worden voortgezet.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1 juni 2026 (datum publicatie: 11 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:5858)

De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden. Betrokkene lijdt aan dementie NAO, wat gepaard gaat met wanen, agitatie, valgevaar en slechte zelfzorg. Thuis weigerde hij hulp, nam medicatie verkeerd in en at bedorven voedsel. De partner is te kwetsbaar om de zorg te dragen. Betrokkene verzet zich en wil weglopen. Omdat thuiszorg onvoldoende is en 24-uursbegeleiding en toezicht noodzakelijk zijn om ernstig nadeel af te wenden, zijn er geen minder bezwarende alternatieven.

Kernpunt: Wzd-machtiging verleend wegens dementie met wanen, valgevaar en onmogelijkheid van adequate thuiszorg.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 juni 2026 (datum publicatie: 10 augustus 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:5948)

De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf. Betrokkene, lijdend aan dementie en diabetes, weigert te verhuizen en ontbeert ziektebesef. Zijn woonsituatie leidde tot ernstig nadeel: hij dwaalde 's nachts op blote voeten, vergat te eten bij insulinegebruik, viel in huis en veroorzaakte brandgevaar door het gas aan te laten. Omdat de maximale ambulante thuiszorg tekortschiet om zijn veiligheid en gezondheid te waarborgen, is een gedwongen opname met 24-uurszorg en toezicht het enige geschikte middel.

Kernpunt: Opname verplicht omdat maximale ambulante zorg dwalen, valincidenten en brandgevaar thuis niet kan voorkomen.

Rechtbank Midden-Nederland 7 juli 2026 (datum publicatie: 10 augustus 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:5159)

De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden en houdt de beslissing voor de overige zes maanden aan. Betrokkene heeft dementie en vertoont waanideeën over zijn gezin, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en zelfverwaarlozing. Terugkeer naar huis is onmogelijk vanwege agitatie. Omdat er mogelijk minder ingrijpende alternatieve locaties met meer vrijheden zijn, moet een te benoemen mentor deze opties voortvarend onderzoeken. De kortere duur stelt de rechtbank in staat de voortgang te bewaken.

Kernpunt: Wzd-machtiging deels aangehouden om minder ingrijpende alternatieven en meer vrijheden voor betrokkene te onderzoeken.

Rechtbank Den Haag 1 juni 2026 (datum publicatie: 21 juli 2026) (ECLI:NL:RBDHA:2026:17857)

De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging (Wzd) tot opname en verblijf. Cliënt lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en gevaar. Thuis was er sprake van bedreiging en onttrekking aan de zorg. Cliënt verzet zich verbaal tegen de voortzetting, maar de opname is noodzakelijk en er zijn geen minder ingrijpende alternatieve mogelijkheden om het nadeel af te wenden.

Kernpunt: Opvolgende rechterlijke machtiging Wzd verleend wegens ernstig nadeel door neurocognitieve stoornis en gebrek aan alternatieven.

Rechtbank Midden-Nederland 18 juni 2026 (datum publicatie: 20 juli 2026) (ECLI:NL:RBMNE:2026:4452)

De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wzd voor zes maanden. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en kan door overvraging psychotisch ontregelen, wat leidt tot ernstig nadeel en agressie. De advocaat bepleitte toepassing van de Wvggz vanwege psychische problematiek. De rechtbank passeert dit verweer: de Wzd is het meest passend omdat zorgbehoefte het meest aansluit bij de zorg die onder de paraplu van de Wzd geboden wordt.

Kernpunt: Wzd-machtiging verleend. Wzd is gezien de zorgbehoefte passender dan Wvggz.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mei 2026 (datum publicatie: 3 juli 2026) (ECLI:NL:RBZWB:2026:5331)

Het CIZ verzocht een machtiging voor vijf jaar. Betrokkene lijdt aan een neurocognitieve stoornis door Parkinson, wat leidde tot psychotische ontregeling, zelfverwaarlozing en levensgevaarlijke situaties door medicatieontrouw. Hoewel continu toezicht en 24-uurs specialistische zorg nodig zijn, verzet betrokkene zich tegen permanente opname en wil hij perspectief op zelfstandig wonen. De rechtbank verleent de machtiging voor slechts één jaar, zodat de behandelaars en de partner in de tussentijd gericht kunnen zoeken naar een passende, minder ingrijpende woonvorm buiten de instelling.

Kernpunt: Parkinson-machtiging beperkt tot één jaar om zoektocht naar minder ingrijpende woonvorm te stimuleren.

Privacy en tuchtrechtspraak

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 21 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200)

De klacht tegen een superviserend bedrijfsarts is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster verweet de arts tekortkomingen in haar verzuimbegeleiding die feitelijk werd uitgevoerd door een zelfstandig werkende arbo-arts onder zijn supervisie. Het college oordeelde dat de vertraging bij het opstellen van de probleemanalyse niet tuchtrechtelijk verwijtbaar was en dat de bedrijfsarts niet verantwoordelijk is voor het handelen van de adviseur werkvermogen.

Kernpunt: Een superviserend bedrijfsarts is niet automatisch tuchtrechtelijk aansprakelijk voor alle gedelegeerde taken.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 21 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202)

De klacht tegen een arbo-arts is gedeeltelijk gegrond verklaard met een berisping als maatregel. De arts beëindigde onzorgvuldig de verzuimbegeleidingsrelatie na een conflictueus consult zonder de-escalatie te proberen. Ook deelde hij niet-noodzakelijke informatie met de werkgever, communiceerde hij onzorgvuldig over een belastbaarheid van twintig uur voordat dit met klager was besproken, en verzuimde hij de opvolging van een second opinion te bewaken.

Kernpunt: Een arbo-arts moet zorgvuldig omgaan met geheimhouding, communicatie over belastbaarheid en second opinions.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 21 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203)

De klacht tegen een superviserend bedrijfsarts is gedeeltelijk gegrond verklaard met een berisping als maatregel. Zij gaf in de praktijk onvoldoende invulling aan haar supervisietaken toen de casus complexer werd. De bedrijfsarts legde zich zonder eigen professionele afweging neer bij de eenzijdige opschorting van de begeleiding door de arbodienstmanager. Tevens verzuimde zij de voortgang van de second opinion te bewaken en handelde zij de klacht onzorgvuldig af.

Kernpunt: Een superviserend bedrijfsarts moet bij escalatie actief regie nemen en zorgvuldig toezicht houden.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Hertogenbosch 12 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143)

Alle klachten tegen een cardioloog over zijn medische verklaring zijn gegrond. De arts stelde na het overlijden van zijn patiënt een verklaring op over diens cognitieve kwetsbaarheid ten behoeve van een erfenisprocedure. Hiermee gaf hij als (voormalig) behandelaar een geneeskundige verklaring met waardeoordelen af, wat de KNMG-richtlijn verbiedt. Ook trad hij buiten zijn cardiologische expertise. Maatregel: drie maanden voorwaardelijke schorsing en een verplichte cursus.

Kernpunt: Behandelend artsen mogen geen geneeskundige verklaringen over eigen (overleden) patiënten verstrekken.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 4 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:190)

Alle klachten tegen een gz-psycholoog zijn gegrond verklaard. Zij ging een behandelrelatie aan met een man met wie zij voorheen een intieme relatie had en die zij van verkrachting had beschuldigd. Hiermee vermengde zij haar professionele en haar privérol. Daarnaast schond zij haar geheimhoudingsplicht door naderhand tegen gezamenlijke vrienden over de beschuldiging te praten. Het college legt haar een voorwaardelijke schorsing van drie maanden op.

Kernpunt: Vermengen van rollen en schenden van geheimhouding leidt tot een voorwaardelijke schorsing.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 4 augustus 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:191)

Het college verklaart de klacht tegen een psychotherapeut/gz-psycholoog gedeeltelijk gegrond. Zij stelde op verzoek van haar cliënte een ongeadresseerde verklaring op waarin zij strafrechtelijke gedragingen van klager als feiten presenteerde, zonder hoor en wederhoor toe te passen. De professionele standaard verbiedt het verstrekken van dergelijke waardeoordelen over derden of patiënten ten behoeve van een juridisch geschil. De therapeut kreeg de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

Kernpunt: Behandelaars mogen geen waardeoordelen of verklaringen over derden verstrekken voor juridische procedures.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Hertogenbosch 29 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136)

De klacht tegen een bedrijfsarts is gegrond verklaard met een berisping als maatregel. De arts vermeldde in een rapportage aan de werkgever gedetailleerde medische informatie over klaagster, waaronder de kwalificatie "tot op het niveau van een persoonlijkheidsstoornis" en haar medische geschiedenis vanaf haar vijftiende. Dit gebeurde zonder overleg of toestemming. Dit is een ernstige schending van het beroepsgeheim.

Kernpunt: Een bedrijfsarts schendt zijn beroepsgeheim door medische kwalificaties met de werkgever te delen.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 24 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116)

De klacht tegen een psychiater/directeur behandeling is gegrond verklaard met een waarschuwing. De psychiater gaf toestemming om de werkgever van een verpleegkundige te informeren over diens bekentenissen over actieve levensbeëindiging. Het college oordeelde dat de psychiater geen zelfstandige, kritische afweging had gemaakt. Er was geen actueel risico op ernstige schade omdat de verpleegkundige niet meer werkte en het recidiverisico laag was.

Kernpunt: Doorbreking van het beroepsgeheim wegens conflict van plichten vereist een actuele noodsituatie.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 24 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119)

De klacht tegen een klinisch psycholoog is gedeeltelijk gegrond verklaard met een waarschuwing. De psycholoog was betrokken bij de intake van de verpleegkundige uit de hiervoor genoemde zaak. Het college oordeelde dat de psycholoog zijn primaire rol als behandelaar uit het oog was verloren. De focus van het traject lag al vroeg op een politiemelding waardoor noodzakelijke diagnostiek en passende zorg uitbleven.

Kernpunt: Een behandelaar mag zijn primaire zorgplicht niet verloren laten gaan door voortijdige focus op politiemeldingen.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 14 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:171)

Het college oordeelt dat een fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door na drie behandelingen geen medisch dossier aan te leggen. Dit is in strijd met de wettelijke dossierplicht uit artikel 7:454 BW. De overige klachten over het declareren en beëindigen van de behandeling zijn ongegrond verklaard. Vanwege het reflectieve vermogen en de getoonde spijt van de fysiotherapeut is besloten hem geen maatregel op te leggen.

Kernpunt: Geen dossier aanleggen is verwijtbaar. Echter geen maatregel opgelegd.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 14 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174)

Het college verklaart de klacht tegen een fysiotherapeut gedeeltelijk gegrond. De therapeut stuurde de ex-partner van klager een e-mail waarin zij een negatief advies gaf over een voorgenomen vliegreis met hun zoon. Hiermee gaf zij als behandelaar een niet-toegestane geneeskundige verklaring af en trad zij buiten haar deskundigheidsgebied door uitspraken te doen over longproblematiek. Dit is in strijd met de beroepscode. De maatregel is een waarschuwing.

Kernpunt: Behandelend fysiotherapeute mocht geen geneeskundige verklaring afgeven of was buiten haar deskundigheid getreden.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Hertogenbosch 8 juli 2026 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116)

De klacht tegen een gz-psycholoog is wat betreft één onderdeel gegrond verklaard. Er is geen maatregel opgelegd. De psycholoog had de behandeling zorgvuldig beëindigd nadat de patiënt seksuele gevoelens voor haar had geuit. De geheimhouding naar de crisisdienst was gerechtvaardigd vanwege suïcidedreiging. Alleen het eenmalig onbeveiligd versturen van testuitslagen via e-mail was tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar van onvoldoende gewicht om een maatregel te rechtvaardigen.

Kernpunt: Beëindiging wegens affectieve gevoelens van patiënt. Onbeveiligde e-mail is tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 12 juni 2026 (ECLI:NL:TGZRAMS:2026:138)

Het college verklaart de klacht over de schending van het beroepsgeheim door een tandarts gegrond. De tandarts had telefonisch contact opgenomen met de vader van een meerderjarige patiënte om te klagen over haar gedrag in de praktijk. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Er was geen sprake van een acute noodsituatie die deze inbreuk op de geheimhoudingsplicht rechtvaardigde. De tandarts kreeg een waarschuwing opgelegd. De overige klachten waren ongegrond.

Kernpunt: Een tandarts schendt zijn beroepsgeheim door ongevraagd met ouders over gedrag cliënt te spreken.

Zorgverzekeringswet

Gerechtshof Den Haag 19 mei 2026 (datum publicatie: 13 augustus 2026), ECLI:NL:GHDHA:2026:2645

Zilveren Kruis vordert circa 1,4 miljoen euro terug van een zorgaanbieder omdat in 28 onderzochte dossiers niet kan worden vastgesteld dat gedeclareerde wijkverpleging feitelijk en terecht is verleend. Het hof oordeelt dat de aanbieder zich moest houden aan de polisvoorwaarden en de administratieplicht van artikel 36 Wmg, en wijst de zaak terug naar de rechtbank om per dossier te beoordelen of onrechtmatig is gehandeld en welke schade daaruit voortvloeit.

Kernpunt: Een (ongecontracteerde) zorgaanbieder kan gehouden worden aan bepaalde voorwaarden uit de polisvoorwaarden van de zorgverzekeraar.

Rechtbank Den Haag 22 juni 2026 (datum publicatie: 6 augustus 2026), ECLI:NL:RBDHA:2026:21907

Een niet-gecontracteerde zorgaanbieder en haar bestuurder vorderden in kort geding verwijdering van hun registratie in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister na een fraudeonderzoek van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat voldoende vaststaat dat valse zorgrapportages en correctiebrieven zijn opgesteld, zodat de registraties gerechtvaardigd waren, en wijst ook de vorderingen tot intrekking van de terugvordering en rectificatie af.

Kernpunt: Voldoende concreet bewijs van valse zorgdocumentatie rechtvaardigt registratie in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister.

Gerechtshof Den Haag 28 juli 2026 (datum publicatie: 4 augustus 2026), ECLI:NL:GHDHA:2026:2460

Dit eindarrest volgt op het deskundigenbericht van de NZa over de vergoeding van een kostbaar buitenlands geneesmiddel (Yescarta) en komt uit op een totaalvergoeding van 435.746,36, te verminderen met reeds betaalde declaraties. Het hof volgt de deskundige onder meer in het gebruik van de minimumkorting op de vraagprijs en het aantal in aanmerking te nemen IC-dagen, en verwerpt de bezwaren van beide partijen tegen het rapport.

Kernpunt: Het hof volgt het deskundigenadvies van de NZa nagenoeg volledig bij het vaststellen van de definitieve vergoeding voor het buitenlandse geneesmiddel.

Rechtbank Gelderland 29 juli 2026 (datum publicatie: 3 augustus 2026), ECLI:NL:RBGEL:2026:6059

Een verzekerde vorderde vergoeding van faciale feminisatiechirurgie nadat VGZ de aanvraag had afgewezen omdat naar haar oordeel geen passabiliteitsprobleem bestond. De kantonrechter oordeelt dat VGZ ten onrechte haar eigen medisch adviseurs boven de navolgbare indicatiestelling van de behandelend arts stelde en wijst de vordering toe.

Kernpunt: Het primaat bij de medische indicatiestelling ligt bij de behandelend arts, niet bij de zorgverzekeraar.

Rechtbank Den Haag 15 juli 2026 (datum publicatie: 28 juli 2026), ECLI:NL:RBDHA:2026:20366

Een handelsvergunninghouder van geneesmiddelen vorderde intrekking van een gunning van een inkoopcluster oogdruppels, omdat Zilveren Kruis volgens haar geen duidelijke vergelijkingsmethode had gehanteerd tussen multidose- en unitdoseverpakkingen. De rechter wijst de vordering af wegens rechtsverwerking, omdat de onduidelijkheden niet tijdig waren aangekaart, en overweegt ten overvloede dat de gunning ook niet onjuist was.

Kernpunt: Niet tijdig geklaagde onduidelijkheden in een inkoopprocedure kunnen achteraf niet meer worden ingeroepen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2026 (datum publicatie: 8 juli 2026), ECLI:NL:GHARL:2026:4227

ONVZ vorderde 223.000 euro terug van een zorgaanbieder omdat haar zorgrapportages sjabloonmatig en achteraf opgesteld bleken en niet aantoonden dat de gedeclareerde thuiszorg daadwerkelijk was verleend. Het hof oordeelt dat de zorgaanbieder al onrechtmatig heeft gehandeld doordat haar administratie niet aan de wettelijke eisen voldeed, ongeacht of bewezen kan worden dat specifieke zorg niet is geleverd.

Kernpunt: Declareren van zorg zonder deugdelijke administratie is al onrechtmatig, ook zonder bewijs dat de zorg niet is geleverd.

Rechtbank Den Haag 2 juli 2026 (datum publicatie: 2 juli 2026), ECLI:NL:RBDHA:2026:17894; ECLI:NL:RBDHA:2026:17903; ECLI:NL:RBDHA:2026:17913; ECLI:NL:RBDHA:2026:17923

Meer dan 1.600 fysiotherapiepraktijken hebben tegen Zilveren Kruis, Menzis, VGZ en CZ in kort geding vorderingen ingesteld tot het bieden van reële marktconforme tarieven voor 2026 en 2027. De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende spoedeisend belang bestaat, mede omdat de praktijken al twintig jaar stellen dat de tarieven irreëel zijn, en omdat een recent NZa-marktonderzoek de gestelde onhoudbare situatie in de sector niet zou onderschrijven. Volgens de voorzieningenrechter staat daarnaast de omstandigheid dat onduidelijk is of een bodemrechter de vorderingen van de fysiotherapiepraktijken zal toewijzen aan het aannemen van spoedeisend belang in de weg. Daarbij tekende de voorzieningenrechter ook aan dat die onduidelijkheid tevens een zelfstandige grond vormt voor afwijzing van de vorderingen in dit kort geding.

Kernpunt: Door grote groepen fysiotherapiepraktijken tegen verschillende zorgverzekeraars ingestelde vorderingen tot het bieden van reële marktconforme tarieven voor 2026 en 2027 zijn bij gebreke van voldoende spoedeisend belang afgewezen.

Rechtbank Gelderland 29 juni 2026 (datum publicatie: 30 juni 2026), ECLI:NL:RBGEL:2026:5078

Een zorgaanbieder vorderde een contracteerplicht van VGZ voor bariatrische chirurgie aan ASA 3-patiënten, nadat VGZ had geweigerd wegens haar inkoopbeleid dat een intensive care op locatie vereist. De rechter oordeelt dat dit kwaliteitsgerichte beleid slechts marginaal wordt getoetst en niet onrechtmatig is bevonden, zodat de vorderingen worden afgewezen.

Kernpunt: Kwaliteitseisen in het inkoopbeleid worden marginaal getoetst en leveren geen contracteerplicht op.

Rechtbank Gelderland 23 april 2026 (datum publicatie: 30 juni 2026), ECLI:NL:RBGEL:2026:5079

Een zorgaanbieder vorderde in kort geding dat Menzis werd verplicht een zorgovereenkomst aan te bieden, nadat Menzis herhaaldelijk had geweigerd te contracteren. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af omdat contractsvrijheid uitgangspunt blijft en schending van de zorgplicht of het hinderpaalcriterium niet aannemelijk is geworden.

Kernpunt: Contractsvrijheid van de zorgverzekeraar blijft leidend; geen contracteerplicht bij onvoldoende bewezen zorgplichtschending.

Gerechtshof Den Haag 22 april 2025 (datum publicatie: 22 juni 2026), ECLI:NL:GHDHA:2025:2170

Een zorgaanbieder vorderde vergoeding van gestelde palliatieve zorg van Zilveren Kruis, maar het hof oordeelt dat geen sprake was van verzekerde zorg omdat de vereiste indicatiestelling en doorverwijzing ontbraken. Ook de cessie en de subsidiaire grondslagen (ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling) falen, zodat de zorgaanbieder geen zelfstandig verhaalsrecht op de verzekeraar heeft.

Kernpunt: Een zorgverlener heeft geen zelfstandig verhaalsrecht op de zorgverzekeraar voor niet-verzekerde zorg.

Medische aansprakelijkheid

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 4 augustus 2026 (datum publicatie: 4 augustus 2026), ECLI:NL:GHSHE:2026:2097

Een patiënt die na een ernstig ongeval met pols- en enkelbanden was gefixeerd, wijt zijn latere beenklachten aan deze fixatie en stelt het ziekenhuis aansprakelijk voor gebrekkige zorg, dossiervoering en ontbrekende toestemming. Het hof oordeelt dat het ziekenhuis aan zijn verzwaarde motiveringsplicht heeft voldaan en dat de fixatie noodzakelijk en zorgvuldig is uitgevoerd, zodat geen tekortkoming is vastgesteld.

Kernpunt: Bij een goed gedocumenteerde en toegelichte noodzakelijke fixatie is geen sprake van een tekortkoming, ook als daardoor letsel is ontstaan.

Rechtbank Noord-Holland 18 juni 2026 (datum publicatie: 20 juli 2026), ECLI:NL:RBNHO:2026:8384

Nabestaanden van een patiënt die overleed na complicaties bij de behandeling van een klaplong verzochten een voorlopig deskundigenbericht om het handelen van het ziekenhuis te laten beoordelen. De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt een longarts, met een toegespitste vraagstelling gericht op de concrete verwijten.

Kernpunt: Een verzoek om voorlopig deskundigenbericht wordt toegewezen als het aan de wettelijke eisen voldoet.

Rechtbank Rotterdam 20 mei 2026 (datum publicatie: 23 juni 2026), ECLI:NL:RBROT:2026:6715

Na een darmperforatie bij een laparoscopie oordeelt de rechtbank, op basis van een deskundigenbericht, dat de operatie zelf volgens de professionele standaard is verlopen. De nazorg was echter onvoldoende doordat alarmerende signalen niet tot tijdig ingrijpen leidden, waardoor het ziekenhuis aansprakelijk is voor de gevolgen.

Kernpunt: Tekortschietende continuïteit in de nazorg kan leiden tot aansprakelijkheid.

Vastgoed

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 26 augustus 2026 (datum publicatie: 26 augustus 2026) ECLI:NL:RVS:2026:4994

Samenvatting: Er is een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een pand ten behoeve van een wooncomplex aan volwassenen met psychiatrische problemen en/of meervoudige problematiek. Omwonenden voeren aan dat dit gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, omdat kamerverhuur en een zorgfunctie niet zijn toegestaan.

Kernpunt: Van kamerverhuur en dus onzelfstandige woonruimten is geen sprake omdat de kamers zelfstandig afsluitbaar zijn en beschikken over een eigen keukenblok en badkamer. Dat er in het gebouw gemeenschappelijke ruimtes aanwezig zijn doet hier niet aan af. In het wooncomplex is 24-uurs toezicht aanwezig, maar er wordt niet 24 uur per dag zorg aangeboden, er wordt geen dagbesteding aangeboden, bewoners zijn vrij om te gaan waar zij willen, wonen permanent in het complex en er vindt geen begeleiding plaats met het doel om de bewoners te leren geheel zelfstandig te wonen. Daarmee is sprake van nagenoeg zelfstandige bewoning.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 19 augustus 2026 (datum publicatie: 19 augustus 2026) ECLI:NL:RVS:2026:4872

Samenvatting: De raad van de gemeente Roermond heeft een bestemmingsplan vastgesteld dat een kader biedt voor begeleid en beschermd wonen in de binnenstad van Roermond en mogelijke opvanglocaties.

Kernpunt: Het onderscheid tussen begeleid en/of beschermd wonen en zelfstandige bewoning is ruimtelijk relevant, nu het ruimtebeslag van personen met een zorgvraag anders is dan die van personen die (nagenoeg) zelfstandig wonen. Te denken valt bijvoorbeeld aan het aspect parkeren.

Rechtbank Gelderland 30 juni 2026 (datum publicatie: 30 juli 2026), ECLI:NL:RBGEL:2026:5994

Een zorginstelling mocht een zorgovereenkomst beëindigen wegens gewichtige redenen. Door leegstand, verbouwing van de locatie en het ontbreken van zorgvoorzieningen kon voortzetting van de zorgverlening op de locatie redelijkerwijs niet van de instelling worden verlangd. Daarbij woog mee dat de instelling tijdig had opgezegd en een passend tijdelijk alternatief had aangeboden.

Kernpunt: het wegvallen van een zorglocatie en de bijbehorende voorzieningen kan een gewichtige reden vormen voor beëindiging van langdurige zorgovereenkomst.

Rechtbank Amsterdam 26 mei 2026 (datum publicatie: 30 juni 2026), ECLI:NL:RBAMS:2026:6428

PerMens vordert ontruiming van een omslagwoning nadat zij de zorgovereenkomst met gedaagde heeft beëindigd. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe. Gedaagde werkte structureel niet mee aan de begeleiding, was vaak onbereikbaar en had ondanks meerdere waarschuwingen en kansen zijn gedrag niet verbeterd. Dit levert een gewichtige reden op voor beëindiging van de zorgovereenkomst. Omdat de zorgovereenkomst en de onderhuurovereenkomst onverbrekelijk met elkaar waren verbonden en het zorgelement overheerste, eindigde met de zorgovereenkomst ook de onderhuurovereenkomst. Gedaagde kan daarom geen beroep doen op huurbescherming en moet de woning ontruimen.

Kernpunt: bij een zorgwoning kan door beëindiging van de zorgovereenkomst ook de onderhuurovereenkomst eindigen, mits zorg en wonen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en het zorgelement overheerst.

Rechtbank Midden-Nederland 19 juni 2026 (datum publicatie: 22 juni 2026) ECLI:NL:RBMNE:2026:3530 en ECLI:NL:RBMNE:2026:3531

Samenvatting: De zaken gaan over de verplaatsing van Domus Almere, een 24-uurs beschermde woonvorm van het Leger des Heils. In de tussenuitspraak had de rechtbank overwogen dat in het bijzonder de gevolgen voor de sociale veiligheid niet in de belangenafweging was gewogen. Het college heeft een herstelbesluit genomen en daaraan onder andere extra voorschriften opgenomen over het Sociaal beheerplan.

Kernpunt: Mede door het verplichten van het Sociaal beheerplan wordt de sociale veiligheid zoveel mogelijk geborgd. Dit voorschrift is voldoende concreet en handhaafbaar om te komen tot een beheersbare situatie.

Rechtbank Gelderland 12 juni 2026 (datum publicatie: 19 juni 2026) ECLI:NL:RBGEL:2026:4680

Samenvatting: Het pand wordt door Admodum Zorg gebruikt voor begeleid wonen voor jongeren. Op het perceel is maatschappelijke dienstverlening toegestaan, maar volgens het college valt het gebruik onder kleinschalig wonen met zorg. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een overtreding en dat het college niet bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen.

Kernpunt: Begeleid wonen is een sociaal-medische voorziening dat valt onder maatschappelijke dienstverlening. Dat het gebruik wellicht (ook) past binnen de definitie van kleinschalig wonen met zorg, maakt het voorgaande niet anders.

Ondernemingsrecht

Rechtbank Limburg 8 juli 2026 (datum publicatie: 23 juli 2026), ECLI:NL:RBLIM:2026:6328

Een stichting die op diverse wijzen diensten aanbiedt op het gebied van zorg en onderwijs, gericht op ondersteuning, begeleiding en behandeling van kwetsbare doelgroepen, was verwikkeld in een geschil over de beëindiging van de arbeidsrelatie met een (voormalig) bestuurder. De rechtbank oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst die aan de beëindiging ten grondslag lag, onbevoegd was gesloten: deze was aangegaan door de Raad van Toezicht, terwijl de bevoegdheid daartoe bij de Raad van Bestuur van de stichting berustte. Daardoor kwam geen voor de stichting bindende overeenkomst tot stand.

Kernpunt: bij het beëindigen van de arbeidsrelatie met een bestuurder van een zorginstelling met een raad van toezicht is het van belang dat de bevoegdheidsverdeling tussen raad van toezicht en raad van bestuur in acht wordt genomen. Een vaststellingsovereenkomst die namens de instelling wordt gesloten door het orgaan dat daartoe statutair niet bevoegd is, bindt de instelling niet.

Rechtbank Amsterdam 3 juni 2026 (datum publicatie: 15 juni 2026), ECLI:NL:RBAMS:2026:5777

Een gynaecoloog verrichtte als zzp'er werkzaamheden voor Acibadem, een zelfstandig behandelcentrum (ZBC) dat medisch-specialistische zorg biedt. De opdrachtgever-gynaecoloog had op haar beurt een collega-gynaecoloog ingeschakeld tegen een deel van haar omzet. Toen Acibadem deze collega-gynaecoloog rechtstreeks ging contracteren en de overeenkomst met eiseres opzegde, vorderde eiseres onder meer persoonlijke aansprakelijkheid van de statutair bestuurder van Acibadem, nu hij zou hebben toegelaten of bewerkstelligd dat Acibadem haar verplichtingen uit de overeenkomst niet is nagekomen. De (hoge) drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid wordt niet gehaald, omdat de bestuurder geen voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt van de wanprestatie door Acibadem. Bovendien is niet gesteld (of gebleken) dat Acibadem geen verhaal zal bieden voor de (nader bij staat op te maken) schade.

Kernpunt: Voor bestuurdersaansprakelijkheid is meer vereist dan alleen wanprestatie van de vennootschap. Bestuurdersaansprakelijkheid vereist een persoonlijk ernstig verwijt aan de bestuurder én het ontbreken van voldoende verhaalsmogelijkheden op de vennootschap.

Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) 11 juni 2026 (datum publicatie: 11 juni 2026), ECLI:NL:GHAMS:2026:1603

De Ondernemingskamer wijst een uitstotingsverzoek toe tegen de indirecte minderheidsaandeelhouder van Inter-Psy, een grote GGZ-instelling. De minderheidsaandeelhouder was de oprichter van Inter-Psy en verkocht de onderneming, waarna hij via zijn beheervennootschap nog 15% van de aandelen hield. Na de overname is hij samen met een aan hem gelieerde vennootschap tekortgeschoten in de nakoming van een vrijwaringsbeding uit de koopovereenkomst. Daardoor heeft hij Inter-Psy in grote financiële problemen gebracht. Vervolgens heeft hij het faillissement van Inter-Psy aangevraagd toen zij niet tijdig aan haar huurverplichtingen kon voldoen. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer hebben de aandeelhouder en de aan hem gelieerde vennootschap daarmee het belang van Inter-Psy zodanig geschaad dat het voortduren van het aandeelhouderschap in redelijkheid niet langer kan worden geduld.

Kernpunt: een (indirect) aandeelhouder die door tekortschieten in vrijwaringsverplichtingen en het (mede) veroorzaken van een faillissementsaanvraag het belang van de instelling ernstig schaadt, loopt het risico te worden uitgestoten op grond van de geschillenregeling bij de Ondernemingskamer - en kan daarbij, als bad leaver, worden geconfronteerd met een fors lagere overnameprijs voor zijn aandelen.

Gerelateerd

No posts found