Hier vindt u een overzicht van belangrijke juridische uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg die in de maand januari 2026 zijn gepubliceerd. Voor iedere zaak geven we een korte samenvatting en de belangrijkste conclusies.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Rechtbank Limburg 17-12-2025 (datum publicatie: 19-01-2026) ECLI:NL:RBLIM:2025:12544
De rechtbank oordeelt dat het zorgkantoor het Wlz-pgb terecht heeft gewijzigd door eiseres te verbieden haar dochter nog als zorgverlener in te huren, omdat aannemelijk is dat die dochter eerder heeft gefraudeerd en geen toereikende, kwalitatief goede zorg leverde.
Kernpunt: Een zorgkantoor mag binnen de Wlz een familielid als pgb-zorgverlener uitsluiten als daardoor geen doelmatige en kwalitatief verantwoorde zorg kan worden gewaarborgd.
Centrale Raad van Beroep 14-01-2026 (datum publicatie: 19-01-2026) ECLI:NL:CRVB:2026:29
De CRvB oordeelt dat het zorgkantoor het Wlz-pgb van betrokkene terecht heeft ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet naleven van pgb-verplichtingen, ook al was betrokkene zelf te goeder trouw.
Kernpunt: Bij een Wlz-pgb wordt de goede trouw van de budgethouder beschermd bij de invordering, niet bij de intrekking en terugvordering.
Rechtbank Limburg 13-01-2026 (datum publicatie: 19-01-2026) ECLI:NL:RBLIM:2026:290
De voorzieningenrechter kent een voorlopige voorziening toe en bepaalt dat verzoeker tijdens de beroepsprocedure wordt behandeld alsof hij een Wlz-indicatie heeft, omdat zijn situatie acuut en onhoudbaar is en het CIZ-advies onvolledig is door ontbrekende medische informatie en onduidelijkheid over Wmo-alternatieven.
Kernpunt: Bij ernstige spoed en een onvolledig medisch advies weegt het belang van directe zorg zwaarder dan onzekerheid over de definitieve Wlz-indicatie.
Centrale Raad van Beroep 15-01-2026 (datum publicatie: 16-01-2026) ECLI:NL:CRVB:2026:34
De CRvB oordeelt dat appellant vanaf 9 september 2019 niet langer als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt en daarom niet meer verzekerd is voor de Wlz. Hoewel appellant sterke banden met Nederland heeft, zijn deze onvoldoende om een duurzame band van persoonlijke aard en daarmee woonplaats in Nederland aan te nemen.
Kernzin: Sterke binding met Nederland is onvoldoende voor Wlz-verzekering als geen duurzame persoonlijke woonband meer bestaat.
Centrale Raad van Beroep 15-01-2026 (datum publicatie: 16-01-2026) ECLI:NL:CRVB:2026:31
De CRvB bevestigt dat het CIZ de Wlz-aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat bij appellante geen medische noodzaak bestaat voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. Appellante heeft ook in hoger beroep niet met medische stukken onderbouwd dat zij niet in staat is om op relevante momenten zelf hulp in te roepen.
Kernzin: Zonder medische onderbouwing voor de noodzaak van permanente nabijheid van zorg bestaat geen recht op Wlz-zorg.
Rechtbank Den Haag 30-12-2025 (datum publicatie: 13-01-2026) ECLI:NL:RBDHA:2025:24212
De rechtbank oordeelt dat het CIZ de Wlz-aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat bij eiser geen blijvende noodzaak bestaat voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel.
Kernzin: Zware medische problematiek leidt alleen tot Wlz-toegang als de noodzaak van permanent toezicht of voortdurende nabijheid van zorg medisch objectiveerbaar is.
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
Rechtbank Gelderland 12-12-2025 (datum publicatie: 29-01-2026) ECLI:NL:RBGEL:2025:11704
De rechtbank verklaart het beroep tegen de crisismaatregel gegrond, omdat de burgemeester ten onrechte een geldigheidsduur van vier dagen heeft vastgesteld terwijl de wet een maximale duur van drie dagen voorschrijft, met eventuele wettelijke verlenging. Het verzoek om schadevergoeding wordt echter afgewezen, omdat wel aan de inhoudelijke vereisten voor een crisismaatregel was voldaan en verzoeker niet zonder geldige titel was opgenomen.
Kernzin: Een onjuiste vaststelling van de duur van een crisismaatregel maakt deze formeel onrechtmatig, maar leidt niet tot schadevergoeding als materieel aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Rechtbank Oost-Brabant 25-11-2025 (datum publicatie: 26-01-2026) ECLI:NL:RBOBR:2025:8907
De rechtbank verklaart de klacht over het toepassen van verplichte depotmedicatie ongegrond en oordeelt dat zowel aan de formele als inhoudelijke eisen van de Wvggz is voldaan. Dat in het 8:9-formulier niet de exacte medicatie en de naam of handtekening van de zorgverantwoordelijke zijn vermeld, maakt dit niet anders, omdat verzoeker wist om welke medicatie het ging en persoonlijk door de zorgverantwoordelijke is geïnformeerd.
Kernzin: Formele onvolkomenheden in een 8:9-formulier leiden niet tot onrechtmatigheid van verplichte zorg als voor betrokkene duidelijk is wat wordt toegepast en waarom.
Rechtbank Oost-Brabant 21-11-2025 (datum publicatie: 26-01-2026) ECLI:NL:RBOBR:2025:8906
De rechtbank wijst het verzoek om een zorgmachtiging op grond van de Wvggz af, omdat de zorgbehoefte van betrokkene voortvloeit uit een verstandelijke beperking en niet uit een actuele psychische stoornis, wat wel vereist is voor toepassing van de Wvggz. Ook een tijdelijke overbruggingsmachtiging is niet mogelijk, omdat geen zicht bestaat op een concrete en voorziene overgang naar het juiste regime van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Kernzin: Als de zorgbehoefte primair voortkomt uit een verstandelijke beperking en geen overgang naar het juiste regime is voorzien, kan geen (tijdelijke) Wvggz-zorgmachtiging worden verleend.
Rechtbank Oost-Brabant 13-10-2025 (datum publicatie: 23-01-2026) ECLI:NL:RBOBR:2025:8903
De rechtbank verleent een zorgmachtiging van zes maanden voor een 14-jarig meisje wegens ernstig nadeel door onder meer drugsgebruik, weglopen en psychotische kwetsbaarheid, waarbij vrijwillige zorg onvoldoende bescherming biedt.
Kernzin: Verplichte ggz-zorg voor een minderjarige kan nodig zijn, maar sluit aanvullende jeugdbescherming niet uit.
Rechtbank Oost-Brabant 8-10-2025 (datum publicatie: 23-10-2025) ECLI:NL:RBOBR:2025:8901
De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden, ondanks dat betrokkene niet is gehoord en niet fysiek is onderzocht, omdat hij ieder contact met hulpverlening afhoudt en het ernstig nadeel acuut en schrijnend is.
Kernzin: Bij acuut ernstig nadeel kan een zorgmachtiging worden verleend zonder betrokkene te horen, als hij structureel ieder contact weigert.
Parket bij de Hoge Raad 16-01-2026 (datum publicatie: 22-01-2025) ECLI:NL:PHR:2026:88
De PG concludeert dat de rechtbank ten onrechte een zorgmachtiging voor twaalf maanden heeft verleend, omdat de eerdere machtiging door het overschrijden van de (verlengde) beslistermijn van rechtswege was vervallen.
Kernzin: Na het verstrijken van de beslistermijn kan geen aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden meer worden verleend, maar hoogstens een nieuwe machtiging van zes maanden.
Rechtbank Oost-Brabant 01-07-2025 (datum publicatie: 19-01-2026) ECLI:NL:RBOBR:2025:8895
De rechtbank verklaart de klacht over telefoniebeperking niet-ontvankelijk, omdat het niet kunnen bellen het gevolg was van een kliniek-brede telefoonstoring en niet van een beslissing van de zorgverantwoordelijke.
Kernzin: Alleen beperkingen die voortvloeien uit een concrete beslissing van de zorgverantwoordelijke zijn klachtwaardig onder de Wvggz.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-12-2025 (datum publicatie: 09-01-2026) ECLI:NL:RBZWB:2025:9333
De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden, omdat de ernstige verslavingsproblematiek van betrokkene kan worden aangemerkt als een psychische stoornis in de zin van de Wvggz en leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.
Kernzin: Een ernstige verslaving die het handelen van betrokkene overheerst, kan een Wvggz-stoornis vormen en verplichte opname rechtvaardigen.
Wet zorg en dwang (Wzd)
Rechtbank Gelderland 24-10-2025 (datum publicatie: 15-01-2026) ECLI:NL:RBGEL:2025:11635
De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van zes maanden, omdat betrokkene door dementie ernstig nadeel loopt en thuis niet veilig kan wonen. Verweer tegen de diagnose en minder ingrijpende alternatieven wordt verworpen.
Kernzin: verplichte opname bij ernstig nadeel
Privacy en tuchtrechtspraak
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 23-01-2026 (datum publicatie: 29-01-2026) ECLI:NL:TGZRZWO:2026:22
Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond omdat de bedrijfsarts heimelijk geluidsopnamen van consulten maakte, deze niet aan de patiënt verstrekte en zich structureel onttrok aan toetsing door het tuchtcollege. Vanwege deze ernstige tekortkomingen en eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen krijgt de bedrijfsarts een voorwaardelijke schorsing van één jaar, met strenge voorwaarden gericht op supervisie, visitatie en professionele ontwikkeling.
Kernzin: Heimelijk opnemen van consulten en het weigeren van tuchtrechtelijke toetsing vormen ernstig onprofessioneel handelen dat een (voorwaardelijke) schorsing rechtvaardigt.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 27-01-2026 (datum publicatie: 29-01-2026) ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25
De klacht tegen de gynaecoloog is grotendeels ongegrond, omdat hij in 2019 handelde volgens de toen geldende beroepsnormen bij de behandeling van secundaire amenorroe. Alleen het onjuist kwalificeren en niet bespreken van een afwijkende bloeduitslag is gegrond, maar dit is van gering gewicht, zodat geen maatregel wordt opgelegd.
Kernzin: Een onjuiste dossiervoering kan tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn, maar leidt niet tot een maatregel als de arts verder volgens de toen geldende beroepsnormen handelde.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch 28-01-2026 (datum publicatie: 28-01-2026) ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19
De klacht tegen de gz-psycholoog is deels gegrond, omdat zij het individueel behandelplan niet volledig en voldoende met klaagster heeft besproken en daardoor geen sprake was van gezamenlijke besluitvorming. Het college kon niet vaststellen dat de handtekening van klaagster was vervalst en legt, gelet op het geringe gewicht van het verwijt en de getoonde reflectie en verbeteringen, geen maatregel op.
Kernzin: Een behandelplan moet volledig in samenspraak met de patiënt tot stand komen, maar een tekortschietende informatievoorziening leidt niet altijd tot een tuchtmaatregel.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 27-01-2026 (datum publicatie: 27-01-2026) ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28
De klacht tegen de huisarts is gegrond, omdat hij in een brief aan Veilig Thuis onjuiste en onvolledige informatie over klaagster heeft opgenomen en haar vooraf niet heeft geïnformeerd over de inhoud van die brief. Daarmee handelde hij in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en ontnam hij klaagster de mogelijkheid om onjuistheden te corrigeren, wat leidt tot een berisping.
Kernzin: Onzorgvuldige en niet vooraf besproken informatieverstrekking aan Veilig Thuis levert een ernstige schending van de Meldcode op en rechtvaardigt een berisping.
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 26-01-2026 (datum publicatie: 26-01-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:21
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de ouders van een overleden patiënt en oordeelt dat de psychiater bij de diagnostiek, medicatie en monitoring heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam psychiater mocht worden verwacht. De ernstige afloop is tragisch, maar de psychiater kan daarvan tuchtrechtelijk geen verwijt worden gemaakt; alleen het eerder opgelegde oordeel over de nazorg (waarover geen beroep liep) blijft in stand.
Kernzin: Het tuchtrecht beoordeelt het handelen vooraf, niet de ernst van de uiteindelijke uitkomst.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 16-01-2026 (datum publicatie: 22-01-2026) ECLI:NL:TGZRZWO:2026:12
De klacht tegen de fysiotherapeut is gegrond, omdat hij zonder toestemming medische informatie aan de huisarts heeft verstrekt, het behandelplan onvoldoende met klaagster heeft besproken en het medisch dossier onbeveiligd per e-mail heeft verzonden. Hoewel hij zich aantoonbaar heeft ingezet voor goede zorg en verbetermaatregelen heeft genomen, acht het college dit handelen onvoldoende zorgvuldig en legt het een waarschuwing op.
Kernzin: Het zonder toestemming delen en onbeveiligd verzenden van medische gegevens levert een schending van beroepsgeheim en informed consent op.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 16-01-2026 (datum publicatie: 22-01-2026) ECLI:NL:TGZRZWO:2026:13
De klacht tegen de verloskundige is deels gegrond, omdat zij in een openbare reactie op een online recensie medische informatie van klaagster heeft gedeeld en later zonder geldige toestemming medische gegevens bij het ziekenhuis heeft opgevraagd. Andere klachten, zoals het anoniem overleg met een andere praktijk en het opnemen van een telefoongesprek met klager, zijn ongegrond; wegens de schending van het beroepsgeheim wordt een waarschuwing opgelegd.
Kernzin: Ook bij publieke kritiek mag een zorgverlener nooit medische informatie delen of opvragen zonder geldige toestemming.
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 12-01-2026 (datum publicatie: 12-01-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:10
Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts zijn beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming het medisch dossier van klaagster te delen met een externe medisch adviseur in de buitengerechtelijke fase van een door hem overwogen kort geding. Daarnaast handelde hij onjuist door te weigeren een verklaring van klaagster aan haar medisch dossier toe te voegen; de eerder opgelegde berisping wordt verlaagd tot een waarschuwing.
Kernzin: Een arts die zonder toestemming medische gegevens deelt én weigert een patiëntenverklaring aan het dossier toe te voegen, handelt tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 12-01-2026 (datum publicatie: 12-01-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:6
Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht tegen de huisarts ongegrond. Hoewel de patiënt kort na het consult op de huisartsenpost is overleden aan een aortadissectie, oordeelt het college dat de huisarts de klachten zorgvuldig heeft beoordeeld en gehandeld heeft volgens de professionele standaard. Dat de juiste diagnose niet is gesteld, maakt het handelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; de eerder opgelegde waarschuwing vervalt.
Kernzin: Het missen van een zeldzame en moeilijk te herkennen diagnose is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar als de huisarts op het moment van beoordelen zorgvuldig en volgens de professionele standaard heeft gehandeld.
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 12-01-2026 (datum publicatie: 12-01-2026) ECLI:NL:TGZCTG:2026:7
Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts het onverwachte overlijden van een jonge patiënt had moeten melden als calamiteit bij de IGJ, omdat de kwaliteit van zorg daarbij op voorhand niet kon worden uitgesloten. De klacht is daarom alsnog gegrond verklaard, maar het verwijt wordt niet zwaar genoeg geacht voor het opleggen van een maatregel.
Kernpunt: Omdat de kwaliteit van zorg mogelijk in het geding is, had de arts het onverwachte overlijden van de patiënt als calamiteit bij de IGJ moeten melden.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 06-01-2026 (datum publicatie: 12-01-2026) ECLI:NL:TGZRZWO:2026:1
De gz-psycholoog liet een onaanvaardbare rolvermenging ontstaan door tegelijk behandelaar en supervisor te zijn en nam zonder (voldoende) toestemming contact op met de eerdere therapeut van klaagster, wat leidde tot het beëindigen van die behandeling. Daarnaast handelde zij onzorgvuldig in de communicatie en klachtafhandeling; het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht grotendeels gegrond en legt een berisping op.
Kernpunt: Rolvermenging tussen behandelaar en supervisor, gecombineerd met onzorgvuldig en niet-transparant handelen, is tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar en rechtvaardigt een berisping.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch 12-01-2026 (datum publicatie: 12-01-2026) ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8
De klacht tegen de huisarts is gedeeltelijk gegrond, omdat zij een concreet en overzichtelijk verzoek tot selectieve vernietiging van het medisch dossier niet (volledig) heeft uitgevoerd en het dossier heeft gebruikt voor niet-medische notities en correspondentie. Het college legt een waarschuwing op wegens onvoldoende professionele distantie bij de dossiervorming.
Kernpunt: Een huisarts moet een concreet verzoek tot selectieve vernietiging honoreren en het medisch dossier strikt beperken tot medisch relevante informatie.
Zorgverzekeringswet
Rechtbank Oost-Brabant 30-05-2024 (datum publicatie: 23-01-2026) ECLI:NL:RBOBR:2024:6816
Eiser (verzekerde) vorderde in deze procedure een verklaring voor recht dat ONVZ de door de medisch pedicure in rekening gebrachte eigen bijdragen voor verleende voetzorg dient te vergoeden. Eiser krijgt de gelegenheid zijn standpunt nader te onderbouwen en ONVZ om daarop te reageren.
Kernpunt: Eiser vindt dat ONVZ de door de medisch pedicure in rekening gebrachte eigen bijdragen dient te vergoeden.
Rechtbank Den Haag 03-09-2025 (datum publicatie: 20-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26444
Verzekerde is sinds een dubbele amputatie boven de knie aangewezen op twee protheses. Dat verzekerde naar objectieve maatstaven was aangewezen op de meer geavanceerde Genium-protheses, kan niet worden vastgesteld. Uit testresultaten blijkt dat de C-Legs geschikt zijn om de beperkingen van verzekerde in aanvaardbare mate te compenseren.
Kernpunt: Interpolis mocht op basis van de geldende polisvoorwaarden volstaan met vergoeding van de C-Leg protheses en de aanvraag voor de vergoeding van Genium-protheses afwijzen.
Rechtbank Den Haag 07-11-2025 (datum publicatie: 05-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:21210
De rechtbank oordeelde dat Zilveren Kruis onrechtmatig handelde door de eerste consulten bij een zorgaanbieder voor patiënten met een vitamine B12-tekort niet meer te vergoeden, terwijl die na verwijzing tot de verzekerde zorg behoren. Voor vervolg- en monitoringsconsulten mag Zilveren Kruis vergoeding weigeren, tenzij uit een verwijzing blijkt dat specialistische monitoring medisch noodzakelijk is.
Kernpunt: Zilveren Kruis moet het beleid aanpassen en achterstallige eerste consulten vergoeden.
Rechtbank Den Haag 24-12-2025 (datum publicatie: 14-01-2026), ECLI:NL:RBDHA:2025:26029
Kort geding over de inkoopprocedure van Wlz-zorg. De voorzieningenrechter achtte het oordeel dat twee (thuis)zorgaanbieders op grond van het Inkoopbeleid van Zilveren Kruis niet in aanmerking komen voor een Wlz-overeenkomst voor 2026 niet onredelijk.
Kernpunt: Twee (thuis)zorgaanbieders hebben niet aannemelijk gemaakt dat Zilveren Kruis verplicht is hen een Wlz-overeenkomst 2026 aan te bieden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 07-01-2026 (datum publicatie: 23-01-2026), ECLI:NL:RBZWB:2026:56
Gedaagde staat ingeschreven bij een huisarts in Nederland, maar heeft in België gewerkt. CZ heeft op grond van een verdragspolis een vergoeding betaald aan de huisartsenpraktijk. Daarna is gebleken dat gedaagde niet meer was verzekerd in België, waardoor de verdragspolis met terugwerkende kracht is beëindigd. CZ vorderde betaling van de door haar verrichte betaling aan de huisartsenpraktijk.
Kernpunt: De vordering is afgewezen omdat dit op grond van onverschuldigde betaling is gevorderd. De vordering is verder onvoldoende onderbouwd om de rechtsgronden ambtshalve aan te vullen.
Rechtbank Oost-Brabant 15-01-2026 (datum publicatie: 23-01-2026), ECLI:NL:RBOBR:2026:195
Vervolg op uitspraak ECLI:NL:RBOBR:2024:6816. De kantonrechter is voornemens een deskundige van de NZa te benoemen aangezien er o.a. onduidelijkheid bestaat over de vraag op welke specifieke voetzorg eiser gelet op zijn zorgindicatie aanspraak kan maken en of hij deze zorg ook daadwerkelijk heeft gekregen.
Kernpunt: De kantonrechter bepaalde dat beide partijen zich kunnen uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage.
Medische aansprakelijkheid
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-01-2026 (datum publicatie: 13-01-2026), ECLI:NL:GHARL:2026:127
Vervolg op ECLI:NL:RBOVE:2024:2576. Een ziekenhuis is aansprakelijk voor het handelen van een gynaecoloog die zijn eigen zaad gebruikte voor het verwekken van een drieling in 1988.
Kernpunt: Aansprakelijkheid ziekenhuis voor handelen gynaecoloog.