Zoeken
  1. Misbruik maken van de bankpas zorgbehoeftige komt PGB-zorgverlener duur te staan

Misbruik maken van de bankpas zorgbehoeftige komt PGB-zorgverlener duur te staan

Op 4 maart 2019 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een interessant arrest gewezen over frauduleus handelen door een PGB-zorgverlener.
Artikel | 07 maart 2019 | Jaleesa van den Hof

Op 4 maart 2019 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een interessant arrest gewezen over frauduleus handelen door een PGB-zorgverlener. Door het gebruik van de bankrekening en de bankpas van een zorgbehoeftige werkgeefster voor eigen gewin heeft de PGB-zorgverlener geen professioneel en niet integer gedrag vertoond en wordt haar de transitievergoeding ontzegd.  

Situatieschets

Welke situatie deed zich voor? Een jonge zorgbehoeftige vrouw met een verstandelijke beperking (werkgeefster) woont sinds het voorjaar van 2010 zelfstandig. Vanaf dat zij zelfstandig woont ontvangt zij een Persoonsgebonden Budget (PGB) om zorg en begeleiding in te kopen. Sinds mei 2010 wordt werkgeefster bijgestaan door een PGB-zorgverlener (werkneemster). Vanwege de zorg en begeleiding had de PGB-zorgverlener ook toegang tot de bankpas van werkgeefster. Op 9 juni 2017 heeft de PGB-zorgverlener de bankpas van mevrouw gebruikt om een privé-schuld (reparatie van de camper) van € 1.275,70 te betalen en wordt een bedrag van € 225,- van de bankrekening van werkgeefster overgemaakt naar de bankrekening van de PGB-zorgverlener. Diezelfde dag stort de PGB-zorgverlener € 1.000,- terug op de bankrekening van mevrouw onder de vermelding “even geld parkeren. pas kwijt”.

Eind november 2017/begin december 2017 ontstaat een conflict tussen werkgeefster en de PGB-zorgverlener. Wat volgt is een brief van 11 december 2017 aan de PGB-zorgverlener waarin werkgeefster schriftelijk het vertrouwen in de PGB-zorgverlener opzegt en de getekende volmachten intrekt, omdat zij naar eigen zeggen geestelijk gemanipuleerd wordt en geen inzage krijgt in onder andere haar bankrekening. Werkgeefster wenst in de toekomst niets meer met de PGB-zorgverlener te maken te hebben. Werkgeefster heeft een en ander ook gemeld bij het zorgkantoor. Het zorgkantoor heeft een onderzoek ingesteld naar de besteding van het PGB en het handelen van de PGB-zorgverlener en werkgeefster verzocht aangifte te doen bij de politie.

De PGB-zorgverlener heeft de brief van 11 december 2017 opgevat als een ontslag op staande voet en de kantonrechter gevraagd het ontslag op staande voet te vernietigen. Tegen dit verzoek heeft de werkgever een voorwaardelijk tegenverzoek ingediend tot ontbinding van de overeenkomst zonder rekening te houden met een opzegtermijn. Een dergelijk voorwaardelijk tegenverzoek wordt in de praktijk vaak door werkgevers gebruikt om de risico’s van het mogelijk over de kop gaan van een ontslag op staande voet te beperken.

Ernstig verwijtbaar handelen

In de procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden staat het voorwaardelijk tegenverzoek van de werkgeefster tot ontbinding van de overeenkomst centraal. In het verlengde daarvan wordt de vraag voorgelegd of de PGB-zorgverlener ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Deze vraag is onder andere van belang voor het verschuldigd zijn van een transitievergoeding en de mogelijke datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Om ernstig verwijtbaar gedrag aan te nemen moet een hoge drempel worden genomen. Volgens de wetsgeschiedenis moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden en mag ernstig verwijtbaar handelen niet snel worden aangenomen. Het gerechtshof is met de werkgeefster van oordeel dat het handelen van de PGB-zorgverlener niet professioneel is en de sterke schijn wekt van niet integer gedrag. Daarnaast heeft de PGB-zorgverlener ook in hoger beroep geen poging gedaan om een aannemelijke verklaring te geven voor de gedane transacties. Om die redenen is het gerechtshof van oordeel dat de PGB-verlener door de financiële handelingen aangaande de bankrekening van werkgeefster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en wordt haar de transitievergoeding ontzegd.

Ten aanzien van de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst oordeelt het gerechtshof dat indien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen een rechter voor de einddatum van de overeenkomst de opzegtermijn niet in acht hoeft te nemen. Echter, nu de kantonrechter reeds in eerste aanleg een einddatum heeft vastgesteld behoort het volgens het gerechtshof (ex artikel 7:683 BW) niet tot haar bevoegdheid om de arbeidsovereenkomst in hoger beroep met terugwerkende kracht te beëindigen. De einddatum zoals vastgelegd in eerste aanleg blijft dan ook in stand. Dat een gerechtshof hier ook anders over kan oordelen volgt uit het onlangs verschenen artikel van mijn kantoorgenote mr. Van den Heuvel.

Conclusie

De conclusie van het gerechtshof dat de PGB-verlener ernstig verwijtbaar heeft gehandeld zal een opluchting voor de werkgeefster zijn geweest. Het zou immers wrang zijn als de zorgbehoeftige werkgeefster (een jonge vrouw met een verstandelijke beperking) naast de benadeling van € 500,70 ook nog een transitievergoeding ter hoogte van € 7.619,- verschuldigd was geweest.

De vaststelling dat in onderhavig geval sprake is van ernstig verwijtbaar handelen kan ook van belang zijn voor (andere) zorginstellingen waarbij werknemers frauduleus gedrag vertonen. Bij een dergelijke situatie spelen echter niet alleen arbeidsrechtelijke vragen, maar ook integriteitsvraagstukken en een mogelijke meldingsplicht bij de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact met ons op. De sectie Arbeidsrecht werkt in dit soort zaken nauw samen met de sectie Gezondheidszorg en wij ontzorgen zorginstellingen graag op dit punt.