Mobiele batterijen bij de klant: juridische valkuilen rondom eigendom en natrekking

27 februari 2026

De inzet van mobiele batterijsystemen neemt een vlucht, van bouwplaatsen en festivals tot tijdelijke netverzwaring bij bedrijven. Voor verhuurders en exploitanten brengt dit juridische vragen met zich mee. Want wie is eigenaar als het systeem op de grond van een ander staat? En wat gebeurt er bij een eventueel faillissement van de klant? In dit artikel bespreken we de goederenrechtelijke risico’s en praktische oplossingen.

Maarten Kole
Maarten Kole
Advocaat - Partner
Anouk Bisseling
Anouk Bisseling
Notaris - Partner
In dit artikel

De vraag naar de juridische status van batterijsystemen is actueel. Waar deze systemen voorheen incidenteel werden ingezet, vormen ze nu vaak een cruciaal onderdeel van de bedrijfsvoering bij netcongestie. Voor de eigenaar van de batterij (vaak de verhuurder) is het essentieel dat het eigendomsrecht veilig is gesteld, zeker als het systeem op het terrein van de klant staat.

Risico op bestanddeelvorming

Een veelgehoorde zorg is of een geplaatst batterijsysteem juridisch onderdeel wordt van de installatie van de klant. Als dat gebeurt, verliest de verhuurder in beginsel zijn eigendomsrecht door zogeheten bestanddeelvorming artikel 5:3 Burgerlijk Wetboek (BW). De eigenaar van de hoofdzaak (de installatie van de klant) wordt dan automatisch eigenaar van het bestanddeel (de batterij).

Om te bepalen of hiervan sprake is, gelden twee belangrijke criteria uit art. 3:4 BW:

  1. Fysieke verbondenheid: Kan het systeem worden losgekoppeld zonder schade van betekenis aan de batterij of de installatie? Bij mobiele batterijen is dit zelden een probleem; kabels zijn doorgaans eenvoudig los te halen.
  2. Verkeersopvattingen: Wordt het systeem in het maatschappelijk verkeer gezien als onderdeel van de installatie? Hierbij is van belang of de installatie constructief op de batterij is afgestemd en of de installatie zonder de batterij incompleet is.

In de regel zal een mobiele batterij zijn zelfstandigheid behouden. De installatie van de klant kan immers ook zonder de batterij functioneren en er is doorgaans geen sprake van een vaste, bouwkundige integratie.

Impact van de nieuwe Energiewet

Ook wetgeving speelt een rol in de duiding. Waar de oude Elektriciteitswet ‘opslag’ niet expliciet noemde, schept de Energiewet (ingevoerd per 1 januari 2026) meer duidelijkheid. De wet definieert een 'installatie' als materieel voor verbruik, productie óf opslag van elektriciteit. Hierdoor kwalificeert een batterijsysteem juridisch sneller als een zelfstandige installatie, en niet slechts als aanhangsel van een productie-installatie. Dit versterkt de positie dat batterijen als aparte eigen systemen moeten worden beschouwd.

Roerend of onroerend: het gevaar van natrekking

Een groter risico ligt op de loer bij de vraag of het systeem 'onroerend' kan worden door plaatsing op de grond. Een zaak is onroerend als deze 'duurzaam met de grond verenigd' is (art. 3:3 BW). Als een batterij als onroerend wordt aangemerkt, wordt de grondeigenaar (de klant) door natrekking automatisch eigenaar van de batterij.

Bij mobiele systemen die tijdelijk, los op de grond staan, is dit risico beperkt. Echter, zodra er sprake is van duurzame voorzieningen (zoals een speciaal gestorte fundering, ingegraven bekabeling of een vast hekwerk) kan de kwalificatie kantelen naar onroerend. De bedoeling van de bouwer om het werk permanent ter plaatse te laten blijven, speelt hierbij een cruciale rol.

Hoe beperkt u de risico’s?

Om te voorkomen dat u uw eigendom verliest, kunt u een aantal juridische instrumenten inzetten.

  • Recht van opstal: De juridisch meest robuuste oplossing. Door een recht van opstal te vestigen, wordt juridisch een scheiding aangebracht tussen de grond en de batterij. Dit voorkomt natrekking. Voor de vestiging van een recht van opstal heeft u wel een notaris nodig.
  • Huurovereenkomst voor de ondergrond: Een praktische en veelgebruikte tussenoplossing.
    • De huurder heeft op grond van de wet (art. 7:216 BW) een 'wegbreekrecht'. Dit betekent dat u gerechtigd bent uw eigendom weer mee te nemen.
    • Dit recht blijft in beginsel bestaan bij overdracht van het perceel (koop breekt geen huur).
    • Hoewel dit bij faillissement van de grondeigenaar theoretisch minder absolute zekerheid biedt dan een opstalrecht, wordt in de juridische literatuur aangenomen dat de huurder van de ondergrond (de eigenaar van de batterij) ook dan sterk staat.

Wat betekent dit voor u?

Verhuurt of exploiteert u batterijsystemen op locatie bij derden? Let dan op de volgende zaken:

  • Korte duur: Bij tijdelijke projecten is het risico op natrekking beperkt, mits u geen funderingen of permanente verbindingen aanbrengt.
  • Lange duur: Overweeg bij langdurige plaatsing (bijvoorbeeld meer dan een jaar) een huurovereenkomst voor de ondergrond op te nemen in uw contracten.
  • Contracten: Controleer of uw algemene voorwaarden en huurcontracten duidelijk maken dat het systeem een tijdelijk en zelfstandig karakter heeft.
  • Recht van opstal: Indien u maximale zekerheid wenst (bijvoorbeeld wanneer het een dure installatie betreft) adviseren wij om een recht van opstal te vestigen. Dit biedt meer rechtszekerheid die met uitsluitend contractuele afspraken niet kan worden bereikt.

Heeft u vragen over de contractuele vastlegging van uw energie-assets of de impact van de Energiewet op uw bedrijfsvoering? Neem contact op met onze specialisten.

Gerelateerd

Wanneer geldt de Aanbestedingswet defensie en veiligheid voor netbeheerders?

De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied bij aanbestedingen door netbeheerders

Op 1 januari 2026 treedt de Energiewet in werking. Deze wet brengt mee dat netbeheerders bepaalde opdrachten op grond van de Aanbestedingswet op defensie- en...

Wgiw en Bgiw: nieuwe bevoegdheden voor gemeenten in de aanpak van de warmtetransitie

Nederland staat voor een enorme verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving: in 2050 moet de energievoorziening van alle bestaande gebouwen CO₂-neutraal...

Staatssteun bij publieke financiering van warmtenetten

De Wet collectieve warmte (Wcw) vergroot de publieke sturing op warmtenetten: warmtebedrijven moeten voortaan een publiek meerderheidsbelang hebben. Dit...

Nieuwe Warmtewetgeving 2026: wat de Wcw en Wgiw betekenen voor gemeenten, warmtebedrijven en investeerders

De energietransitie vraagt om fundamentele veranderingen in de manier waarop wij in Nederland onze woningen en bedrijven verwarmen. Nederland moet ‘van het gas...

Warmtebedrijf oprichten onder de Wcw: aandachtspunten en juridische eisen

Een van de oogmerken van de Wet collectieve warmte (Wcw) is het vergroten van publieke sturing op de realisatie en exploitatie van collectieve warmte. Om die...

Waarom registratie van netwerken belangrijk is voor eigendom en bescherming

Sinds 1 februari 2007 is in de wet vastgelegd dat de eigendom van een net, bestaande uit één of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste,...
No posts found