Zoeken
  1. Naderhand claimen van vakantievergoeding

Naderhand claimen van vakantievergoeding

In overeenstemming met Duits recht kan een werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een financiële vergoeding eisen voor niet opgenomen vakantiedagen.
Artikel | 23 november 2018 | Elena Patschkowski

In overeenstemming met Duits recht kan een werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst een financiële vergoeding eisen voor niet opgenomen vakantiedagen (§ 7 lid 4 BurlG [Bundesurlaubsgezets, Duitse federale wet op vakantie]). Geregeld wordt het claimen van deze aanspraak qua tijd beperkt door overeengekomen vervalclausules (lees mijn blogbijdrage d.d. 9 november 2018 voor meer informatie over de werkzaamheid van vervalclausules).

Volgens deze clausules kunnen bijvoorbeeld ook aanspraken op vakantievergoeding alleen geclaimd worden binnen drie maanden nadat ze opeisbaar zijn. De Duitse federale rechtbank voor arbeidszaken heeft onlangs weer zijn rechtspraak bevestigd, dat de opeisbaarheid van de aanspraak wordt bepaald door de einddatum van de opzeggingstermijn (Duitse federale rechtbank voor arbeidszaken [BAG] uitspraak d.d. 17.10.2017 – 9 AZR 80/70). Het aanspannen van een ontslagbeschermingsproces en de beëindiging ervan door een gerechtelijke dading hebben geen invloed op de opeisbaarheid.

Aan de beslissing van de Duitse federale rechtbank voor arbeidszaken liggen de volgende feiten ten grondslag:

De werkgever heeft de werknemer in dienst genomen als vloerenlegger op basis van een contract dat een vervalclausule bevatte die inhield dat alle aanspraken op basis van de arbeidsverhouding zouden vervallen als ze niet binnen drie maanden na opeisbaarheid schriftelijk geclaimd zouden worden. De werkgever heeft de arbeidsverhouding op 29.9.2014 per 31.12.2014 opgezegd.

De werknemer stelde hiertegen een vordering tot ontslagbescherming in. Partijen beëindigden het proces op 13.11.2015 met een schikking die inhield dat ze het erover eens geworden waren dat de arbeidsverhouding door de opzegging werkzaam was beëindigd. Per vordering d.d. 18.12.2015 eiste de werknemer vergoeding van 30 dagen niet opgenomen vakantie.

De Duitse federale rechtbank voor arbeidszaken stelde vast dat de werknemer geen aanspraak op de vakantievergoeding kon maken omdat hij de termijn uit de vervalclausule niet in acht had genomen. Omdat de wettelijke vergoedingsaanspraak opeisbaar wordt op de datum waarop de arbeidsverhouding wordt beëindigd, heeft de werknemer de aanspraak niet binnen drie maanden schriftelijk geclaimd.

In de instelling van de vordering tot ontslagbescherming is geen schriftelijke claim te herkennen. De vordering tot ontslagbescherming heeft namelijk als doel dat de arbeidsverhouding en de daarmee samenhangende aanspraken blijven bestaan. Bij de vergoedingsaanspraak is echter alleen de beëindigingsdatum van de arbeidsverhouding, en dat is dus het tegenovergestelde, van belang.

Ook de schikking van 13.11.2015 leidt niet tot een andere beoordeling, want hierdoor werd het proces beëindigd met de uitkomst dat de opzegging als oorspronkelijk van kracht was (§ 7 KSchG, Duitse wet op opzeggingsbescherming). Dus hebben partijen door de schikking geen verandering van de situatie ten aanzien van de opeisbaarheid van de vergoedingsaanspraak bewerkstelligd.

Deze uitspraak toont duidelijk aan dat de aanspraak op vakantievergoeding ingeval van een (werkzame) vervalclausule tijdig ondubbelzinnig geclaimd moet worden. Het instellen van een vordering tot ontslagbescherming biedt hiervoor geen oplossing, veeleer zou het bijvoorbeeld nodig zijn om hulp inzake vakantievergoeding te zoeken.