Zoeken
  1. Overheden en (mogelijke) steunontvangers, let per 1 juli 2018 op Wet terugvordering staatssteun

Overheden en (mogelijke) steunontvangers, let per 1 juli 2018 op Wet terugvordering staatssteun

Per 1 juli 2018 zal de Wet terugvordering staatssteun in werking treden.
Auteur artikelSjaak van der Heul
Gepubliceerd30 april 2018
Laatst gewijzigd30 april 2018
Leestijd 

Bij besluit van 26 maart 2018 is bepaald dat de Wet terugvordering staatssteun (de Wet) per 1 juli 2018 in werking zal treden. De Wet beoogt een sluitend samenstel van grondslagen te creëren waarop de terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun kan worden gebaseerd.

Achtergrond

Op lidstaten rust de Europese verplichting om ieder (door onrechtmatig verleende staatssteun) verkregen voordeel van de steunontvanger terug te vorderen. Daarvoor moet nationaal recht worden ingezet. In de praktijk bleek het voor (decentrale) overheden niet altijd eenvoudig om aan de terugvorderingsverplichting te voldoen. De Wet moet daarin verandering brengen.

Verplichting bestuursorgaan

De Wet bepaalt dat de verplichting tot terugvordering rust op het bestuursorgaan dat het aangaat. Dat is in veel gevallen het bestuursorgaan dat de staatssteun heeft verstrekt (ook als dat bijvoorbeeld gebeurt via een geprivatiseerd overheidsbedrijf). Van belang is dat voor terugvordering van staatssteun een (langere) verjaringstermijn geldt van 10 jaar. Terugvordering moet worden ingesteld tegen alle begunstigden. Als de direct begunstigde (een deel van) het onrechtmatig verkregen heeft doorgegeven aan een volgende schakel, dient ook een terugvorderingsactie te worden ingesteld tegen deze indirect begunstigde(n).

Terugvordering vindt plaats door middel van afzonderlijke beschikking, waarin de hoogte van het verleende voordeel en de (over de periode van onrechtmatigheid opgebouwde) rente worden vastgesteld. De steunontvanger kan tegen de terugvorderingsbeschikking (in enige instantie) in beroep bij het CBb.

Ter voorkoming van verdere (onrechtmatige) staatssteun krijgen bestuursorganen de bevoegdheid om aan de begunstigde verleende vergunningen en andere besluiten in te trekken. Daarnaast is aan de Awb een weigeringsgrond toegevoegd waarmee subsidie geweigerd kan worden als dit tot (kort gezegd) onrechtmatige staatssteun leidt.

Wanneer terugvordering

De wet verplicht een bestuursorgaan om een terugvorderingsbesluit te nemen als:

  • De Europese Commissie daartoe opdracht geeft via een terugvorderingsbesluit;
  • de Europese Commissie een nationale rechter heeft geadviseerd dat een overheidsmaatregel naar haar oordeel onrechtmatige staatssteun oplevert;
  • het bestuursorgaan naar aanleiding van nationaal- of Europeesrechtelijke rechtspraak zelf concludeert dat zij staatssteun heeft verleend waardoor terugvordering aan de orde is.

 Commentaar

Vanaf 1 juli 2018 worden de grondslagen om onrechtmatig verleende staatssteun terug te vorderen bij de begunstigde uitgebreid. Het verdient uiteraard de voorkeur om zulke perikelen aan de voordeur te voorkomen. Het advies is dus simpel: zorg ervoor dat onrechtmatige staatssteun al bij de subsidieverlening of (in geval van privaatrechtelijk handelen) contracteerfase wordt meegenomen