Pas op: een te laat gemotiveerd concurrentiebeding = géén concurrentiebeding!

25 oktober 2016
Sinds 1 januari 2015 moet een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gemotiveerd worden. De motiveringsplicht is tweeledig. Het beding dient allereerst de specifieke bedrijfs- of dienstbelangen te motiveren, en ten tweede te motiveren waarom deze belangen een concurrentiebeding noodzakelijk maken.Artikel 7:653 lid 2 BW regelt dat de motivering bij het concurrentiebeding moet worden opgenomen. De vraag is wat dit betekent. De minister heeft een en ander verduidelijkt,...
Aletha Dera-ten Bokum
Aletha Dera-ten Bokum
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

Sinds 1 januari 2015 moet een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gemotiveerd worden. De motiveringsplicht is tweeledig. Het beding dient allereerst de specifieke bedrijfs- of dienstbelangen te motiveren, en ten tweede te motiveren waarom deze belangen een concurrentiebeding noodzakelijk maken.


Artikel 7:653 lid 2 BW regelt dat de motivering bij het concurrentiebeding moet worden opgenomen. De vraag is wat dit betekent. De minister heeft een en ander verduidelijkt, door te benoemen dat de motivering ‘in het beding zelf, onder het beding of in een apart document dat tezamen met het beding wordt opgesteld en getekend’ moet worden opgenomen, alsmede dat het opstellen van de motivering gelijktijdig moet plaatsvinden met het aangaan van het beding (Kamerstukken II 2013/2014, 33818, nr. 7, p. 129-130). De motivering moet dus worden gegeven bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst met het beding. Het concurrentiebeding kan niet later nader worden gemotiveerd. De gedachte van de wetgever hierbij is dat dit de werkgever bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst noopt om een concrete afweging te maken en dat een lichtvaardig gebruik van een concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden voorkomen.


Het strakke schriftelijkheidsvereiste van de motivering van het concurrentiebeding zorgde er recentelijk voor dat bouwkundig aannemer Meijer geen beroep kon doen op een concurrentiebeding dat ze met één van haar ex-werknemers had gesloten. De ex-werknemer vervulde bij Meijer de functie van vestigingsmanager en had zijn contract voor bepaalde tijd (van één jaar) tussentijds opgezegd om bij een onderneming te gaan werken die zich, net als Meijer, met nieuwbouw en verbouw bezighoudt. Meijer kon dit uiteindelijk niet tegengaan, omdat niet aan de formele vereisten werd voldaan om een beroep op het concurrentiebeding te kunnen doen.


Wat was er aan de hand? In de arbeidsovereenkomst tussen Meijer en de vestigingsmanager was een concurrentiebeding (inclusief relatiebeding) opgenomen. Deze overeenkomst, inclusief het concurrentiebeding, was getekend op 18 februari 2015. Het concurrentiebeding was niet gemotiveerd. Iets meer dan een maand later, op 30 maart 2015, waren partijen een aanvulling op de arbeidsovereenkomst overeengekomen. In deze aanvulling was vastgelegd dat partijen de intentie hadden om de arbeidsovereenkomst ‘in de toekomst om te zetten in een langdurige arbeidsrelatie’ en daarnaast werd (alsnog) gemotiveerd dat en waarom het concurrentiebeding nodig was in het geval dat één van beide partijen de arbeidsovereenkomst zou beëindigen.


Na de opzegging van de vestigingsmanager raken partijen in een discussie over de vraag of het concurrentiebeding rechtsgeldig is en deze vraag wordt aan de voorzieningenrechter voorgelegd. Deze verwijst naar de parlementaire geschiedenis en overweegt: “Het opstellen van de motivering dient gelijktijdig met het aangaan van het beding plaats te vinden en aan de werknemer kenbaar te worden gemaakt. Als de motivering op dat moment geheel ontbreekt is het concurrentiebeding immers nietig. Meijer en [gedaagde] hebben hun arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op 18 februari 2015 ondertekend. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen, maar in dat beding wordt niet gemotiveerd vanwege welke zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen dat beding is opgenomen. Die motivering dateert van 30 maart 2015, dus van ná het aangaan de arbeidsovereenkomst. Dit leidt naar het voorlopig oordeel van de kortgedingrechter tot de conclusie dat het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding nietig is. De op dat beding gebaseerde vordering van Meijer is daarom niet toewijsbaar.” (klik hier voor de hele uitspraak)


Mijn eigen inschatting is dat Meijer ook geen beroep had kunnen doen op het concurrentiebeding als de motivering tegelijkertijd met het sluiten van de arbeidsovereenkomst was aangegaan (de inhoudelijke motivering was mijns inziens veel te mager), maar aan een dergelijke inhoudelijke beoordeling wordt nu niet eens toegekomen. Het concurrentiebeding is immers nietig, op basis van het simpele gegeven dat de motivering niet direct gegeven is bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst met het beding. Wees hier dus goed op bedacht bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd!


Uiteraard help ik u desgewenst graag bij het opstellen van een concurrentiebeding met de bijbehorende motivering.


Gerelateerd

Niet indexeren van pensioen: in strijd met goed werkgeverschap?

In pensioenregelingen wordt indexatie regelmatig vormgegeven als een discretionaire bevoegdheid van de werkgever ('voorwaardelijke indexatie'). Zeker in tijden...
Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verlopen werkvergunning

Verlopen vergunning van werknemer volgens kantonrechter géén reden voor ontbinding

Op 19 maart 2026 oordeelt de rechtbank Limburg dat de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een verlopen verblijfsvergunning (voor arbeid) niet kan worden...

Raad van State kritisch op wetsvoorstel loontransparantie: ambitie botst met uitvoerbaarheid

Op 7 april 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies gepubliceerd over het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn...

Loonverschillen na overgang van onderneming: wat vereist Richtlijn 2023/970?

Het uitgangspunt is helder: werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk verrichten, moeten daarvoor gelijk worden beloond, ongeacht hun geslacht. Dat...

Ontslag na overgang onderneming: Hoge Raad verduidelijkt ETO-redenen

In een uitspraak van 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de reikwijdte van het opzegverbod bij overgang van onderneming. De Hoge Raad...

De pensioentransitie: praktische tips voor werkgevers

De pensioentransitie is een complex en langdurig traject. Werkgevers moeten niet alleen juridisch correct handelen, maar ook draagvlak creëren bij werknemers...
No posts found