Zoeken
  1. Payrolling: het einde in zicht?

Payrolling: het einde in zicht?

Op 11 maart jl. verscheen op deze kennisportel een bijdrage van mijn kantoorgenoot mr. Van Schaick naar aanleiding van een spraakmakende uitspraak van de kantonrechter Rotterdam over payrolling. In deze uitspraak oordeelde de kantonrechter dat voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel door een payrollonderneming, moet worden afgespiegeld binnen de materieel werkgever (de inlener). De kantonrechter zette daarmee de beleidsregels van het UWV WERKbedrijf inzake payrolling opzij. Omdat de...
Artikel | 04 april 2013 | Anique Sauvé
Op 11 maart jl. verscheen op deze kennisportel een bijdrage van mijn kantoorgenoot mr. Van Schaick naar aanleiding van een spraakmakende uitspraak van de kantonrechter Rotterdam over payrolling. In deze uitspraak oordeelde de kantonrechter dat voor de toepassing van het afspiegelingsbeginsel door een payrollonderneming, moet worden afgespiegeld binnen de materieel werkgever (de inlener). De kantonrechter zette daarmee de beleidsregels van het UWV WERKbedrijf inzake payrolling opzij. Omdat de payrollonderneming het afspiegelingsbeginsel niet binnen de materieel werkgever had toegepast, wees de kantonrechter de tien ontbindingsverzoeken af. Recentelijk is de kantonrechter Almelo nog een stap verder gegaan. De kantonrechter Almelo verklaarde een payrollonderneming in zijn ontbindingsverzoeken niet ontvankelijk, omdat er tussen de onderneming en de werknemers geen arbeidsovereenkomst zou bestaan. Een opmerkelijke uitspraak.

Uitspraak

De kantonrechter overweegt dat de overeenkomst die de payrollondernerming met de werknemers heeft gesloten weliswaar de titel ‘arbeidsovereenkomst’ draagt, maar dat dit niet betekent dat hun arbeidsverhouding daardoor ook als arbeidsovereenkomst te gelden heeft.

Ter beoordeling van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, moet worden gekeken naar hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.

De kantonrechter acht in deze beoordeling van belang dat:

  • de inlener de werknemers geselecteerd en geworven heeft;

  • de inlener deze werknemers vervolgens heeft ‘aangereikt’ aan de payrollonderneming die daarop met de werknemers een als ‘arbeidsovereenkomst’ aangeduide overeenkomst heeft gesloten;

  • de werknemers door de payrollonderneming exclusief ter beschikking zijn gesteld aan de inlener;

  •  de inlener het instructierecht had;

  • de werknemers beoordeeld werden door de inlener;

  • de inlener met de werknemers afspraken maakte over hun vakantiedagen;

  • de te volgens opleidingen en wisselingen van werkplek;

  • de payrollonderneming op geen enkel wijze gezag uitoefende.


De kantonrechter komt vervolgens tot de conclusie dat de arbeidsverhouding tussen de payrollonderneming en de werknemers niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst en in feite enkel en alleen heeft bestaan uit het plaatsen van de werknemers op de loonlijst van de payrollonderneming.

De payrollonderneming wordt daarom in zijn ontbindingsverzoeken niet ontvankelijk verklaard.

Tenslotte overweegt de kantonrechter dat hij partijen in de gelegenheid stelt om zich over deze beslissing uit te laten, alvorens een definitieve beslissing te geven. Hij wil namelijk een verrassingsuitspraak voorkomen. De zaak wordt daarom aangehouden.

Conclusie

Een zeer opmerkelijke (voorlopige) uitspraak, die tot veel ophef binnen de payrollsector zal leiden indien de kantonrechter bij zijn beslissing blijft. Wanneer een payrollonderneming niet meer als (formeel) werkgever wordt beschouwd, is dat een grote aanslag op het bestaansrecht van de constructie payrolling. Immers, een onderneming kiest in de regel voor deze constructie om zijn verantwoordelijkheden als werkgever uit handen te geven.

Wanneer de ingezette lijn van de kantonrechter Almelo wordt doorgezet, zal dat niet alleen grote gevolgen hebben voor de payrollondernemingen, maar met name ook voor de zogenaamde inleners. Zij zullen dan namelijk niet meer als inlener kwalificeren, maar als werkgever met alle verplichtingen die daarmee gepaard gaan van dien. 

Wij kijken met belangstelling uit naar de definitieve uitspraak van de kantonrechter Almelo. Zodra wij daarmee bekend zijn, zullen wij u daarvan op de hoogte stellen.