Raad van State kan rechtsonzekerheid positieve weigering natuurvergunning niet wegnemen

17 januari 2024

De Afdeling heeft vandaag twee uitspraken gedaan over de gevolgen van een positieve weigering van een natuurvergunning. Hierin heeft zij onder meer overwogen dat de bestuursrechter ondanks de rechtsonzekerheid die een positieve weigering met zich meebrengt, niet kan vooruitlopen op de mogelijke herintroductie van de vergunningplicht bij intern salderen.

Bart de Haan
Bart de Haan
Advocaat - Associate Partner
In dit artikel

De Afdeling heeft twee uitspraken gedaan over de gevolgen van een positieve weigering van een natuurvergunning. Twee veehouderijen, gevestigd in Vinkel en Putten, hadden een aanvraag voor een natuurvergunning ingediend in bij gedeputeerde staten van respectievelijk Noord-Brabant en Gelderland. In beide gevallen werd de vergunning geweigerd, omdat door intern salderen de aangevraagde bedrijfssituaties ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Sinds de inwerkingtreding van de Spoedwet aanpak Stikstof is bij intern salderen geen vergunning meer vereist, reden voor GS om de vergunning te weigeren. De veehouderijen hebben beide hoger beroep ingesteld, omdat zij toch een vergunning willen, omdat dit meer rechtszekerheid biedt dan een positieve weigering.

De Afdeling overweegt dat hoewel zij erkent dat het wegvallen van de vergunningsplicht tot onzekerheid kan leiden, de huidige wetgeving momenteel geen ruimte biedt voor het verlenen van een natuurvergunning in deze situatie. De wetgever heeft weliswaar het voornemen geuit om projecten met intern salderen opnieuw vergunningplichtig te maken, maar de bestuursrechter kan daarop niet vooruitlopen. De keuze om dit daadwerkelijk te doen en de wijze waarop is namelijk aan de wetgever. Wij zijn benieuwd of de wetgever hier op korte termijn werk van gaat maken. Afgelopen najaar is een motie om de herintroductie van de vergunningplicht zo spoedig mogelijk te behandelen nog afgewezen.

In de Puttense kwestie is verder interessant dat de Stichting Stikstof Claim, die naast de veehouderij hoger beroep heeft ingesteld, niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en haar beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Uit de uitspraak volgt dat bij de positieve weigering alleen de aanvrager belanghebbende is.

Heeft u vragen over een positieve weigering of intern salderen? Neem gerust contact op.

Gerelateerd

Bekrachtigingsuitspraak Palace Wyck: onteigeningsbelang en algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Bij uitspraak van 24 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg de onteigeningsbeschikking van de raad van Maastricht bekrachtigd voor de onteigening van een woning...

Onrechtmatige handhaving op verontreinigde grond: overheid aansprakelijk voor geleden schade?

Bij handhaving op het gebruik van verontreinigde grond kunnen besluiten van gemeente en provincie verstrekkende (financiële) gevolgen hebben voor betrokken...
Integrale controles gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Integrale controles door gemeenten: samenwerking met politie mag, opsporing mag niet

Op 12 mei 2026 heeft Advocaat-Generaal (A-G) Paridaens bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak die voor gemeenten van praktisch belang is. De zaak...

Wanneer is een vergunning vereist bij projectwijziging?

Voor het wijzigen van een project is niet in alle gevallen een nieuwe vergunning vereist. Wanneer een activiteit wordt aangemerkt als gewijzigde voortzetting...

Tussenuitspraak gedoogplicht in de Omgevingswet

De rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak van 4 februari 2026 een interessant oordeel gegeven over de gedoogplichtregeling van artikel 10.11...

Afdeling kritisch op bevoegdheid burgemeester tot verwijdering van online berichten

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een negatief advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel Wet online aangejaagde...
No posts found