Samenspel of conflict? Hoge Raad verduidelijkt verhouding tussen Wvggz en Bvt bij forensische opname

15 december 2024

Op 19 december 2022 heeft de rechtbank Limburg een zorgmachtiging in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (‘Wvggz’) verleend, op basis waarvan een cliënt werd opgenomen in een private instelling voor de verpleging van tbs’ers.

Luuk Arends
Luuk Arends
Advocaat - Partner
In dit artikel

Voor de duur van de opname werden in de zorgmachtiging een aantal bepalingen uit de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (‘Bvt’) van toepassing verklaard. Op basis van deze bepalingen werden beslissingen genomen over bijvoorbeeld insluiting en kamercontroles. De vraag rees of deze beslissingen konden worden gebaseerd op de Bvt, zonder dat de bepalingen uit de Wvggz, waaronder art. 8:9 Wvggz (de verplichting tot uitreiking van een beslissing), van toepassing waren. Dit leidde tot een discussie over de samenhang tussen beide wettelijke stelsels, die uiteindelijk door de Hoge Raad werd beslecht. Hieronder bespreek ik het arrest van de Hoge Raad. 

Hoe verhouden Wvggz en Bvt zich bij forensische zorgmachtigingen? 

De zorgmachtiging van 19 december 2022 bepaalde dat de cliënt werd opgenomen in een instelling voor terbeschikkinggestelden (een instelling als bedoeld in art. 3.3, eerste lid, Wet forensische zorg (‘Wfz’)). De beschikking voorzag niet in een Wvggz-zorgmachtiging voor ‘insluiting’ en ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’. In de zorgmachtiging werd wél bepaald dat voor de duur van de opname specifieke bepalingen uit de Bvt van toepassing waren, zoals bepalingen over controlebevoegdheden en beperkingen van de bewegingsvrijheid.  

De cliënt beklaagde zich er bij de klachtencommissie Wvggz (‘de klachtencommissie’) over dat hij op zijn kamer werd ingesloten, toezicht kreeg tijdens bezoekmomenten en dat zijn kamer werd gecontroleerd. Volgens hem bood de zorgmachtiging hier geen grondslag voor en bleef zijn rechtspositie onder de Wvggz bepalend. Dit zou volgens de cliënt meebrengen dat de bepalingen uit de Wvggz, waaronder art. 8:9 Wvggz (de verplichting tot uitreiking van een beslissing), integraal golden en voorrang hadden op de bepalingen uit de Bvt. De klachtencommissie verklaarde de klachten ongegrond, waarop de cliënt de rechtbank Limburg heeft verzocht een beslissing te nemen over de klachten. 

Hoe oordeelden de rechtbank Limburg en de Hoge Raad? 

In haar uitspraak oordeelde de rechtbank Limburg dat zowel de bepalingen van de Wvggz als die van de Bvt van toepassing waren, zonder dat er sprake is van voorrang van een van de wettelijke stelsels. In haar uitspraak benoemde zij dat de rechter in de zorgmachtiging kan bepalen dat de cliënt wordt opgenomen in een instelling als bedoeld in artikel 3.1 of 3.3 eerste lid van de Wfz (hierna: ‘een forensisch psychiatrisch centrum’). Daarbij moeten de in artikel 6:4, vijfde lid, Wvggz genoemde artikelen van de Bvt van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Dit leidt ertoe dat de rechtbank bij de beoordeling van de klachten moet toetsen of de maatregelen op grond van de op de cliënt toepasselijke regelgeving, waaronder ook de bepalingen uit de Wfz en de Bvt, genomen hadden kunnen worden. Volgens de rechtbank heeft de zorgaanbieder in dit geval binnen de wettelijke kaders gehandeld.   

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank. Volgens de Hoge Raad zijn de Wvggz én de op grond van de Wfz en de Bvt toepasselijke huisregels en beheersbevoegdheden bij een opname in een forensisch psychiatrisch centrum ter uitvoering van een zorgmachtiging als bedoeld in art. 6:4, derde en vierde lid, Wvggz, naast elkaar van toepassing. De Hoge Raad benadrukte dat beide wettelijke stelsels naast elkaar bestaan en dat geen van de stelsels voorrang heeft. Dit brengt mee dat beslissingen kunnen worden genomen die uitsluitend zijn gebaseerd op de in art. 6:4, vijfde lid, Wvggz genoemde bepalingen van de Wfz en de Bvt. Beslissingen over bijvoorbeeld insluiting of kamercontroles kunnen dus worden gebaseerd op de Bvt, zonder dat art. 8:9 Wvggz (de verplichting tot uitreiking van een beslissing) van toepassing is.  

Rechtspositie van cliënten onder Wvggz en Bvt bij opname in tbs-kliniek

De uitspraak van de Hoge Raad schept duidelijkheid over de verhouding tussen de Wvggz en de Bvt bij (forensische) zorgmachtigingen. Door via een zorgmachtiging te regelen dat een cliënt in een forensisch psychiatrisch centrum wordt geplaatst, wordt het systeem van de Wvggz in principe niet doorbroken; de rechtspositie die de cliënt heeft op basis van de Wvggz blijft immers gehandhaafd. Uit de uitspraken van de rechtbank Limburg resp. de Hoge Raad volgt echter wel duidelijk dat de vrijheden van een cliënt in de praktijk ingrijpender kunnen worden beperkt bij plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum.  
 
Als rechtvaardiging voor de inperking van de rechten van de cliënt bij een opname in een forensisch psychiatrisch centrum benoemt de wetgever dat dit noodzakelijk is in verband met de veiligheid.¹ Dit is niet onbegrijpelijk. In een forensisch psychiatrisch centrum verblijven immers cliënten die vaak een verhoogd risico vormen voor de veiligheid van zichzelf en anderen (zoals zorgverleners). Deze cliënten kunnen vanwege hun gedrag niet worden behandeld in reguliere ggz-instellingen. Het beveiligingsniveau en de strikte(re) maatregelen zijn noodzakelijk om escalatie snel te kunnen voorkomen en een veilige behandelomgeving te waarborgen. 

¹ Kamerstukken II 2015/16, 32 399, nr. 25, p. 171-172. Zie ook Hoge Raad 23 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1502, r.o. 3.2. 
 

Gerelateerd

jurisprudentie participatiewet

Jurisprudentie Participatiewet: belangrijkste uitspraken van maart 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Participatiewet in maart 2026 zijn gepubliceerd. Iedere zaak...
Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijke juridische uitspraken

Jeugdwet en Wmo 2015: belangrijkste jurisprudentie van maart 2026

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo)...
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2025

Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet: belangrijkste jurisprudentie van december 2025

Bekijk een overzicht van belangrijke juridische uitspraken binnen het sociaal domein die voor de Jeudgwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en...

Blogreeks: Nieuwe rechten van betrokkenen onder de EHDS. Deel II: recht op overdraagbaarheid

Op 26 maart 2025 is de European Health Data Space-verordening (EHDS) in werking getreden. Een van de doelen van de EHDS is om patiënten meer zeggenschap te...
Jurisprudentie Sociaal Domein mei 2025

Jurisprudentie Sociaal Domein mei 2025

Hier vindt u een overzicht van belangrijke juridische uitspraken op het gebied van het sociaal domein die in de maand mei 2025 zijn gepubliceerd. Voor iedere...

Jurisprudentie Gezondheidszorg april 2025

Hier vindt u een overzicht van belangrijke juridische uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg die in de maand april 2025 zijn gepubliceerd. Voor iedere...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

07
mei
2026
Webinar
Zorg & Sociaal domein
Zorginkoop: onderhandelingsruimte zorgaanbieders & kaders NZa (Zorgverzekeringswet)

Hoeveel ruimte heeft een zorgaanbieder binnen het kader van de Zorgverzekeringswet in de onderhandelingen met een zorgverzekeraar als de tarieven structureel onder druk staan? Welke regels stelt de NZa rond zorginkoop en kunnen zorgverzekeraars worden aangesproken voor het niet-naleven van de regels?

Aan de hand van concrete casus en recent gevoerde procedures geven we niet alleen een update van de laatste regelgeving en jurisprudentie, maar tevens een uniek kijkje achter de schermen.

Online
14.00 - 15.30
19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen