De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Selecteren op basis van keurmerken en certificaten kan disproportioneel zijn

Selecteren op basis van keurmerken en certificaten kan disproportioneel zijn

Sinds 2016 mogen keurmerken en certificaten worden verlangd en hoeven vergelijkbare maatregelen alleen te worden geaccepteerd als er onvoldoende gelegenheid is geweest deze keurmerken en certificaten te verkrijgen. De Commissie van Aanbestedingsexperts gaat in op de proportionaliteit van Kleurkeur certificaten en of er voldoende gelegenheid was deze te verkrijgen. Het antwoord is positief wat betreft het basis certificaat en negatief wat betreft het gevorderde certificaat.
Auteur artikelLiz Bras
Gepubliceerd11 juni 2020
Laatst gewijzigd11 juni 2020
Leestijd 

De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft op 20 januari 2020 geadviseerd inzake een vraagstuk dat ziet op de proportionaliteit van sub-selectiecriteria die betrekking hebben op het bezit van bepaalde certificaten.

Namens de potentiële gegadigden werd door een brancheorganisatie bepleit dat deze sub-selectiecriteria in strijd zijn met het proportionaliteitsbeginsel en met het beginsel van gelijke behandeling. Hoewel de Commissie concludeerde dat de brancheorganisatie onvoldoende proactief gehandeld heeft – waardoor de klacht automatisch ongegrond verklaard wordt – behandelde ze de klacht nog wel inhoudelijk. Dit advies benadrukt dus nogmaals het belang om tijdig te klagen in de procedure, zodat geen rechtsverwerking optreedt.

Het geschilpunt heeft betrekking op de proportionaliteit van sub-selectiecriteria die zien op het bezit van Kleurkeur certificaten. Allereerst ging de Commissie in op de geschiktheid om certificaten als sub-selectiecriteria te hanteren. Daarbij keek zij naar de mate waarop de aanbestedende dienst de meerwaarde van de certificaten aannemelijk maakte en naar het gegeven dat de certificaten niet verplicht voorgeschreven zijn door middel van geschiktheidseisen. Ook ging de Commissie in op het gewicht dat aan deze certificaten werd toegediend. In deze aanbestedingsprocedure was dat gewicht beperkt: slechts maximaal 6 van de in totaal 59 punten konden inschrijvers op dit onderdeel verdienen.

De Commissie onderzocht vervolgens of ondernemers in voldoende mate de kans hadden om voor de uiterste datum voor het indienen van een verzoek tot deelneming de desbetreffende certificaten Kleurkeur te verkrijgen. De Commissie nam bij haar beoordeling mee de mate waarin aandacht was besteed in de branche aan de mogelijkheid om deze certificaten te behalen, de duur van de cursus, de frequentie waarmee de cursus aangeboden werd en de hoeveelheid certificaten die reeds verstrekt zijn. Daarbij maakte de Commissie onderscheid tussen Kleurkeur basis en Kleurkeur gevorderden.

Bij Kleurkeur basis oordeelde de Commissie dat bovengenoemde punten voldoende in acht waren genomen zodat er geen sprake is van strijd met het proportionaliteitbeginsel en dat er ook geen ongelijke kansen zijn ontstaan bij de ondernemingen. Daarentegen achtte de Commissie de mogelijkheid om het Kleurkeur gevorderde certificaat te behalen te beperkt, waarmee zij meent dat er sprake is van strijd met het proportionaliteitsbeginsel.

Kortom, het hanteren van sub-selectiecriteria die zien op het behalen van bepaalde certificaten kan zeker proportioneel zijn. Daarbij dient onder andere gelet te worden op de bekendheid die het certificaat heeft, de mogelijkheden die er zijn om het certificaat te behalen voor de inschrijfdatum, de duur van de cursus en de kosten die gepaard gaan met het bepalen van de certificaten. Daarbij benadrukt het advies nogmaals het belang tijdig te klagen, zodat het risico op rechtsverwerking beperkt blijft.