1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Staat de deur naar maatwerk bij de definitieve vaststelling van NOW 1.0 dan toch open?

Staat de deur naar maatwerk bij de definitieve vaststelling van NOW 1.0 dan toch open?

Ondernemers die voor de periode maart tot en met mei 2020 (een voorschot op) loonkostensubsidie hebben ontvangen, moesten uiterlijk op 31 oktober 2021 de definitieve vaststelling aanvragen bij het UWV. De ondernemers die dat niet (tijdig) hebben gedaan, krijgen van het UWV tot en met 9 januari 2022 de tijd om alsnog een aanvraag in te dienen om te voorkomen dat zij het volledige voorschot moeten terugbetalen. Een recente uitspraak van de rechtbank Limburg onderstreept het belang om het (definitieve) vaststellingsbesluit van het UWV te controleren en zo nodig bezwaar te maken.
Leestijd 
Auteur artikel Boy Stenden
Gepubliceerd 29 december 2021
Laatst gewijzigd 29 december 2021
 

NOW 1.0

Ondernemers met een omzetverlies van tenminste 20% kunnen aanspraak maken op een vergoeding van maximaal 90% van de loonkosten over de maanden maart tot en met mei 2020. De loonkosten over de maand januari 2020 werd hierbij als refertemaand gehanteerd.

Incidentele loonbetalingen

Vorig jaar wezen Pascal Besselink en ik in onze bijdrage in HR Praktijk erop dat de maand januari 2020 niet altijd een representatieve maand. Denk aan de ondernemer die in januari 2020 een eindejaarsuitkering, een dertiende maand of een bonus heeft betaald. Zij liepen dan loonkostensubsidie mis. Wij deden een voorstel om de incidentele loonbetalingen eruit te filteren.

Kort na ons artikel wijzigde de wetgever de NOW-regeling: extra loon zou eruit worden gefilterd indien (i) het extra loon naast het reguliere loon is betaald, (ii) naar aanleiding van afspraken in de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst en (iii) niet afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer. In de Nota van Toelichting stond dat het niet mogelijk was om “andere incidentele betalingen uit de loonsom te filteren zoals eenmalige bonussen.” De ondernemers die in januari 2020 een salesbonus aan hun werknemers hadden betaald, hadden hier dus niets aan.

In mei van dit jaar deed de minister voor deze laatste groep ondernemers een hoopvolle uitspraak: indien de werkgever door middel van objectief verifieerbare gegevens uit de loonadministratie kan aantonen dat de loonkosten in de refertemaand niet representatief waren (bijv. uitbetaling van bonussen, overuren, etc.) kan het UWV deze incidentele betalingen eruit filteren.

Hoe wordt hiermee in de praktijk omgegaan?

De uitspraak van de rechtbank Limburg geeft een goed beeld van de uitwerking hiervan in de praktijk. De ondernemer in kwestie had in januari 2020 overuren en vakantie-uren uitbetaald. Beide extra betalingen waren opgeteld bij het reguliere loon en over het totaal was de normale tabel voor de loonheffingen toegepast. De ondernemer had feitelijk over de vakantie-uren de tabel bijzondere beloningen moeten toepassen. Deze tabel moet worden toegepast bij beloningen die slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend. Voor overuren geldt  dat de werkgever de keuze heeft deze te belasten op basis van de normale tabel loonheffingen of te belasten op basis van de tabel bijzondere beloningen. In de bezwaarprocedure maakte de ondernemer inzichtelijk dat het ging om incidentele betalingen. Het UWV verklaarde desondanks het bezwaar ongegrond.

De ondernemer laat het hier niet bij zitten en gaat in beroep tegen deze uitspraak. Ter zitting geeft het UWV aan dat “incidentele loonbetalingen nu inderdaad kunnen worden uitgefilterd, maar alleen als de daarmee verloonde uren juist (via de tabel ‘bijzondere beloningen’) zijn opgenomen in de aangifte.” De werkgever had de extra uitbetaling van vakantie-uren niet opgenomen in de tabel: “bijzondere beloningen”, reden waarom het UWV – conform haar interne werkwijze - daar geen rekening mee kon/wilde houden.  De rechter gaat  niet  mee met de werkwijze van het UWV.

De rechter merkt op dat het hier gaat om de vaststelling van de tegemoetkoming en niet de verlening van een voorschot: “De noodzaak voor een snelle, eenvoudige beoordeling staat daarbij minder sterk op de voorgrond dan bij de verlening van een voorschot. (…) Bij de vaststelling komt zorgvuldigheid en juistheid van de beoordeling in het licht van de bedoeling van de regeling dus wat meer naar voren, zoals eveneens uit het volgende blijkt”. Ook wijst de rechter op de uitspraak van de Minister dat maatwerk niet per definitie is uitgesloten. De werkgever kan namelijk bezwaar aantekenen, waarna nader kan ‘worden bekeken of binnen de NOW-regeling en de bedoeling van de regeling maatwerk geleverd kan worden’  (Kamerstukken II, 2020-2021, 35420, nr. 199, p. 7). De rechtbank is van oordeel dat een redelijke toepassing van de NOW-regeling in dit geval met zich meebrengt dat het UWV bij de herbeoordeling in bezwaar niet van de (geautomatiseerde) loonsom in de polis-administratie mocht uitgaan, maar rekening had moeten houden met de (al in bezwaar) overgelegde stukken van de ondernemer. De rechtbank oordeelt in feite dat de eerdere toelichting van de Minister dat het niet mogelijk was gebleken om “andere incidentele betalingen uit de loonsom te filteren zoals eenmalige bonussen” achterhaald is.

Slot

Deze uitspraak laat zien dat het loont om het definitieve vaststellingsbesluit van het UWV te controleren. Indien de incidentele loonbetaling in de loonaangifte niet is opgenomen in de tabel ‘bijzondere beloningen’ kan het verstandig zijn om in bezwaar te gaan en tijdens de bezwaarprocedure inzichtelijk te maken dat sprake is van een incidentele loonbetaling.

Indien u meer informatie wenst over dit onderwerp, neem dan gerust contact met ons op.