Tijdelijke huurovereenkomsten afgeschaft

17 mei 2023

Op 16 mei 2023 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Wet vaste huurcontracten’ aangenomen. Met deze wet wordt de mogelijkheid die in 2016 in de wet is gekomen om woonruimte tijdelijk te verhuren (zonder huurbescherming) afgeschaft. We bespreken de belangrijkste punten

Rutger Fabritius
Rutger Fabritius
Advocaat - Associate Partner
Robert Rijpstra
Robert Rijpstra
Advocaat - Partner
In dit artikel

Wet vaste huurcontracten

Momenteel kan een verhuurder ervoor kiezen om met de huurder een huurovereenkomst voor twee jaar of korter (bij zelfstandige woonruimte) of vijf jaar of korter (bij onzelfstandige woonruimte) aan te gaan. Deze huurcontracten eindigen na het verstrijken van de looptijd, zonder dat de verhuurder hoeft op te zeggen. De huurder heeft dan ook niet de gebruikelijke huurbescherming, waarbij een beëindiging alleen via de rechter kan.

In de praktijk werden deze tijdelijke huurovereenkomsten veelvuldig gebruikt. Te vaak, naar de mening van de meerderheid van de Tweede Kamer. Het gevolg is een toenemende woononzekerheid voor huurders. Zij hoppen van tijdelijk huurcontract naar tijdelijk huurcontract. Met het wetsvoorstel ‘Wet vaste huurcontracten’ wordt aan deze praktijk een einde gemaakt. De mogelijkheid om zelfstandige én onzelfstandige woonruimte tijdelijk te verhuren op deze manier wordt uit de wet gehaald.

Dit betekent een verregaande beperking van de mogelijkheden voor verhuurders om woonruimte na de overeengekomen termijn weer leeg opgeleverd te krijgen. In feite gaan we daarmee terug naar de praktijk van vóór 1 juli 2016 (toen de Wet doorstroming huurmarkt werd ingevoerd). Toen waren huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een minimumduur (van vaak één jaar) de norm en bleek het lastig om huurders uit de woning te krijgen. In situaties waarin een verhuurder van plan was de woning op korte termijn te verkopen of verbouwen (of anderszins aan te wenden) koos een verhuurder er vaak maar voor om niet te verhuren, of te verhuren via de Leegstandswet of een huurovereenkomst naar de aard van korte duur, om te voorkomen dat de woning niet op tijd leeg zou zijn.

Om aan verhuurders iets tegemoet te komen zijn er met de Wet vaste huurcontracten (onder andere door de aangenomen amendementen) nieuwe uitzonderingsmogelijkheden voor verhuurders .

Uitzondering 1: bloed- of aanverwant

Zo is de diplomatenclausule uitgebreid in die zin, dat het verstrekken van woonruimte aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwant in de eerste graad is ook een reden wordt om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat moet dan wel vooraf in de huurovereenkomst worden overeengekomen. Ook zal de beëindiging uiteindelijk toch nog door de rechter moeten worden uitgesproken.

Uitzondering 2: nader aan te wijzen categorieën personen (bijv. expats)

Daarnaast is een amendement aangenomen waarmee de mogelijkheid wordt gecreëerd dat met bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van personen toch tijdelijke huurovereenkomsten voor de duur van twee jaar of korter worden aangegaan. Volgens de toelichting bij het amendement moet o.a. worden gedacht aan:

  • huurders die voor hun werk of studie tijdelijk in een andere gemeente binnen Nederland of afkomstig vanuit het buitenland in Nederland werken of studeren;
  • huurders die in verband met renovatie of sloop als bedoeld in artikel 7:220 van het Burgerlijk Wetboek gevolgd door vervangende nieuwbouw, hun woonruimte moeten verlaten en tijdelijk andere woonruimte moeten betrekken;
  • huurders van wie hun overleden bloedverwant in opgaande lijn in de eerste graad of hun voogd een woongelegenheid van de toegelaten instelling huurde en die op het tijdstip van dat overlijden hun hoofdverblijf in die woongelegenheid hadden.

Hieronder kan ook de verhuur aan expats vallen. Daarmee zou de deur open blijven om met bepaalde groepen tijdelijke huurcontracten te sluiten.

Uitzondering 3: verkoop na samenwonen

Tot slot is er een amendement aangenomen waarmee een nieuwe opzeggingsgrond wordt gecreëerd voor situaties waarin de verhuurder (natuurlijk persoon) tot verkoop van de verhuurde woning wil overgaan die hij direct voorafgaand aan de huurovereenkomst gedurende een periode van ten minste twee jaar als eigenaar heeft bewoond. Deze opzeggingsgrond moet tegemoetkomen aan stellen die besluiten samen te gaan wonen in de woning van de één, om de woning van de ander vervolgens te verhuren. Mocht het samenwonen ‘slagen’ dan heeft de eigenaar van de andere woning (waarin niet wordt samengewoond) de mogelijkheid de huurovereenkomst op te zeggen en de woning te verkopen. Wel moet deze opzeggingsgrond expliciet in de huurovereenkomst worden bedongen, met daaraan een overeengekomen termijn (die niet langer mag zijn dan twee jaar). Ook moet de verhuurder bij opzegging op deze nieuwe opzeggingsgrond melding doen bij het ‘meldpunt’ als bedoeld in de Wet goed verhuurderschap (art. 4).

Daarbij valt het ons op dat volgens de wettekst het samenwonen is ‘geslaagd’ als de verhuurder niet eerder dan drie maanden voor het einde van de huurtermijn een huwelijk of geregistreerd partnerschap is aangegaan. Een opmerkelijke toevoeging, nu veel stellen ook succesvol samenwonen zonder getrouwd te zijn of een geregistreerd partnerschap te zijn aangegaan. Bovendien kan het kennelijk alleen succesvol zijn als men niet eerder dan drie maanden vóór het einde van de huurovereenkomst in het huwelijksbootje stapt (of een geregistreerd partnerschap aangaat). Mogelijk dat sprake is van een omissie die in de Eerste Kamer wordt hersteld.

Voor nu moet het wetsvoorstel nog worden aangenomen in de Eerste Kamer. We houden de ontwikkelingen voor u in de gaten.

 

Heeft u vragen over het huurrecht? Neemt u dan contact op met Robert Rijpstra of Rutger Fabritius via de contactinformatie naast dit artikel.

 

 

Gerelateerd

Update modelovereenkomst Conceptueel Bouwen

Op 16 februari 2026 heeft het Netwerk Conceptueel Bouwen(NCB) een update gepubliceerd van haar model twee-fasen-overeenkomst, genaamd de modelovereenkomst 3.0....

Werk stilgelegd door bodemverontreiniging: wanneer moet aannemer werk hervatten?

In infrastructurele projecten kunnen onvoorziene bodemomstandigheden regelmatig tot geschillen en vertraging leiden tussen opdrachtgevers en aannemers....
Wohv-uitspraak 2025: hoe ver reikt de informatieplicht van verhuurders?

Verhuurder hoeft niet op te draaien voor de kosten van juridische bijstand van haar huurdersorganisatie

Op 16 december 2025 heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam een interessante (ECLI:NL:RBAMS:2025:10187) uitspraak gedaan over de reikwijdte van de...

De Hoge Raad zet de fiscale wetgeving voor de vastgoedmarkt op zijn kop

Vanmorgen (21 november 2025) heeft de Hoge Raad in een door Dirkzwager gevoerde procedure besloten twee prejudiciële vragen aan het (Europese) Hof van Justitie...
Verhuurders verplicht tot publicatie van een transparante en objectieve selectieprocedure van huurders

Verhuurders verplicht tot publicatie van een transparante en objectieve selectieprocedure van huurders

Met de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap per 1 juli 2023 zijn er voor verhuurders van woonruimte en verhuurders van verblijfsruimte aan...
Gevolgen van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Introductie blogreeks

Gevolgen van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg | Introductie blogreeks

Naar aanleiding van geconstateerde structurele knelpunten in de jeugdzorg - waaronder jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering vallen - is...
No posts found
Events

Aankomende online en live events

We delen diepgaande kennis en pragmatische inzichten over actuele onderwerpen in het vakgebied en de maatschappelijke thema's waar we dichtbij staan.

19
mei
2026
Seminar
Zorg & Sociaal domein
Flexibele personeelsinzet in de zorg: van strategie tot werkbare oplossingen

Hoe organiseert u als zorginstelling flexibele personeelsinzet die juridisch en fiscaal klopt? De druk op capaciteit en continuïteit groeit, terwijl de regels rond collegiale uitleen, het contracteren met uitzendbureaus, toelatingsvergunningen en btw meer aandacht vragen. Steeds meer zorginstellingen zoeken duurzame vormen van flexibiliteit, zoals regionale samenwerking, inzet van (buitenlandse) bemiddelings- en uitzendbureaus, vernieuwd werkgeverschap of het vergroten van interne mobiliteit. Tijdens deze kennissessie krijgt u inzicht in de belangrijkste strategische keuzes voor flexibele personeelsinzet, aangevuld met praktijkervaring uit onze multidisciplinaire begeleiding van samenwerkingen in de zorg. 

Arnhem
10:00 - 13:00
21
mei
2026
Seminar
Arbeid & Pensioen
Gelijke beloning onder de loep: bent u er klaar voor?

Nieuwe Europese wetgeving over loontransparantie verplicht werkgevers om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen inzichtelijk te maken, te verklaren én waar nodig aan te pakken. Richtlijn (EU) 2023/970 stelt minimumvereisten ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning. Lidstaten moeten uiterlijk 7 juni 2026 aan de richtlijn voldoen; Nederland heeft te kennen gegeven te streven naar implementatie per 1 januari 2027. Middels dit seminar delen wij de kennis en handvatten die voor u van belang zijn.

Arnhem
14:00 - 17:00
Liever een inhouse training op maat?

Wij organiseren ook events op maat. Van kleine tot grote groepen, we zorgen voor een inspirerende sessie afgestemd op uw wensen. Informeer naar de mogelijkheden.

Contact opnemen