De ontwikkelingen rond het coronavirus, COVID-19, gaan razendsnel. In ons kennisportal over het coronavirus vindt u onze juridische artikelen en andere relevante content. Bekijk het kennisportal

  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Timing is everything

Timing is everything

Het Hof Arnhem (1)  heeft op 25 september 2012 een oordeel gegeven over de kennelijke onredelijkheid van een ontslag van een werknemer.De werknemer was op 14 juli 1969 bij de werkgever in dienst getreden. Bij brief van 4 augustus 2010 had de werkgever toestemming aan UWV WERKbedrijf gevraagd de arbeidsovereenkomst met de werknemer te mogen opzeggen wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever had op 6 augustus 2010 aanvullende gegevens verstrekt aan het UWV WERKbedrijf.De werknemer heeft...
Leestijd 
Auteur artikel Marieke Hulstijn-Botter (uit dienst)
Gepubliceerd 07 november 2012
Laatst gewijzigd 16 april 2018
 
Het Hof Arnhem (1)  heeft op 25 september 2012 een oordeel gegeven over de kennelijke onredelijkheid van een ontslag van een werknemer.

De werknemer was op 14 juli 1969 bij de werkgever in dienst getreden. Bij brief van 4 augustus 2010 had de werkgever toestemming aan UWV WERKbedrijf gevraagd de arbeidsovereenkomst met de werknemer te mogen opzeggen wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever had op 6 augustus 2010 aanvullende gegevens verstrekt aan het UWV WERKbedrijf.

De werknemer heeft zich op 4 augustus 2010 aan het einde van de dag ziek gemeld. Met toestemming van het UWV WERKbedrijf heeft de werkgever op 9 september 2010 de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 december 2010.

De werknemer vorderde primair herstel van de arbeidsovereenkomst op grond van kennelijk onredelijk ontslag en vorderde subsidiair schadevergoeding. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. De werknemer is in hoger beroep gegaan. Hoewel de werknemer op meerdere gronden meende dat er sprake was van een kennelijk onredelijk ontslag, zal ik mij in het onderstaande beperken tot het beroep van de werknemer op het opzegverbod wegens ziekte.

Oordeel Hof Arnhem beroep opzegverbod tijdens ziekte

De werknemer stelde dat de werkgever de arbeidsovereenkomst had opgezegd in strijd met het in artikel 7:670 lid 1 BW omschreven opzegverbod tijdens ziekte, nu de werknemer zich op 4 augustus 2010 ziek had gemeld en hij tot 13 juni 2011 ziek was gebleven.

De werkgever erkende dat de werknemer zich op 4 augustus 2010 ziek had gemeld, maar, zo voerde de werkgever aan, het verzoek om een ontslagvergunning was toen reeds door het UWV WERKbedrijf ontvangen. Dat er op 6 augustus 2010 door de werkgever nog nadere stukken waren overgelegd, zou dit volgens de werkgever niet anders maken. Daarnaast was de ziekmelding ook pas aan het einde van de werkdag door de werknemer gedaan, nadat de werkgever de werknemer in een persoonlijk gesprek had meegedeeld dat een ontslagvergunning voor hem was aangevraagd. Hieruit zou volgens de werkgever blijken dat de ziekmelding verband hield met het aangezegde ontslag.

Het hof oordeelde dat er inderdaad sprake was van strijd met het opzegverbod tijdens ziekte. De werknemer had zich ziek gemeld op dezelfde dag dat het UWV WERKbedrijf het verzoek om een ontslagvergunning van de werkgever had ontvangen. In een dergelijk geval mag de werknemer zich nog op het opzegverbod beroepen (2) . Het hof overweegt: “De omstandigheid dat de werkgever op het moment dat de werkgever zich ziek meldde, aan hem al had meegedeeld dat een ontslagvergunning voor hem was aangevraagd, doet hieraan niet af.”

Timing is everything

Timing is everything, merkt mr. J. Dop op in de noot bij het hierboven besproken arrest. Het moment waarop een werkgever zijn werknemer informeert over een ingediende ontslagaanvraag bij het UWV WERKbedrijf is erg belangrijk.
Artikel 7:670 lid 1 BW bepaalt dat de werkgever niet kan opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod heeft onder meer als doel de werknemer te vrijwaren van de psychische druk die een ontslagaanzegging tijdens zijn ziekte kan veroorzaken. Het opzegverbod is niet van toepassing, indien de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het UWV WERKbedrijf een verzoek om toestemming heeft ontvangen. Dit is bepaald in artikel 7:670 lid 1 sub b BW. Het gaat hier met name om een antimisbruikbepaling die moet voorkomen dat werknemers aan een opzegging kunnen ontkomen door zich ziek te melden.

In artikel 7:670 lid 1 onder b BW is niet het tijdstip van de ziekmelding, maar de aanvang van de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte relevant (de arbeidsongeschiktheid zou daarmee, ook indien de ziekmelding van na de ontslagaanvraag is, met terugwerkende kracht tot voor de ontslagaanvraag kunnen worden vastgesteld). Daarnaast volgt uit de parlementaire geschiedenis dat een redelijke wetstoepassing van artikel 7:670 lid 1 onder b BW meebrengt dat indien de arbeidsongeschiktheid wegens ziekte op dezelfde dag is ontstaan als waarop het ontslagverzoek bij de RDA (nu: UWV WERKbedrijf) is ontvangen, het belang van de werknemer dient te prevaleren. In dat geval wordt de werknemer dus nog door het betreffende opzegverbod beschermd.

Er zijn echter ook rechters die anders oordelen dan het Hof in het hierboven besproken arrest. Deze rechters leggen het begrip ‘nadat een verzoek om toestemming […] is ontvangen’ heel taalkundig en letterlijk uit (bijvoorbeeld de kantonrechter Haarlem (3)): is sprake van ziekmelden na ontvangst van het verzoek om toestemming door het UWV WERKbedrijf, ook al is dit op dezelfde dag, dan mist het opzegverbod toepassing. In onderhavig arrest oordeelde het Hof echter -  in lijn met de parlementaire geschiedenis - dat een ziekmelding van de werknemer op dezelfde dag, ook al is deze onbetwist gedaan nadat de werkgever hem heeft geïnformeerd over de ingediende ontslagaanvrage, een opzegging van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.

Regeerakkoord

In het Regeerakkoord d.d. 29 oktober 2012 is een ingrijpende hervorming van het ontslagrecht opgenomen. Zo zal de ontslagvergunningsaanvraag bij het UWV WERKbedrijf vervallen. Daarvoor in de plaats komt een adviesaanvraagprocedure bij het UWV WERKbedijf. De ontbindingsprocedure bij de kantonrechter zal komen te vervallen, behalve in het geval van opzegverboden.

De vraag is of in het kader van de hervormingen van het ontslagrecht nog iets gaat worden opgenomen met betrekking tot het tijdstip van ziekmelden/arbeidsongeschiktheid en het beroep op een opzegverbod. Zoals uit het bovenstaande blijkt, wordt het begrip ‘nadat een verzoek om toestemming […] is ontvangen’ nu door rechters verschillende uitgelegd. We zullen moeten afwachten hoe belangrijk de timing blijft.

  1. Gerechtshof Arnhem 25 september 2012, JAR 2012/272.

  2. vgl. Kamerstukken I 1997/98, 25 263, nr. 132d, onderdeel P, p.14.

  3. Kantonrechter Haarlem (Voorz.) 6 april 2007, JAR 2007/134.