Zoeken
  1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. Uitbetalen vakantiedagen bij einde dienstverband. Hoe hoog is de rekening? (1)

Uitbetalen vakantiedagen bij einde dienstverband. Hoe hoog is de rekening?

Bij het einde van het dienstverband hebben werknemers soms nog een aanzienlijk aantal niet genoten vakantiedagen. In de wet is geregeld dat een werknemer in dat geval recht heeft op uitbetaling van zijn niet genoten vakantiedagen. Maar hoeveel is één vakantiedag waard? Met andere woorden: welk bedrag dient een werkgever voor de niet genoten vakantiedagen uit te keren? Recentelijk heeft de rechtbank Amsterdam (LJN: BW1486) zich hierover uitgelaten.Juridisch kader In de wet is geregeld dat de v...
Auteur artikelAnique Sauvé
Gepubliceerd14 september 2012
Laatst gewijzigd16 april 2018
Leestijd 
Bij het einde van het dienstverband hebben werknemers soms nog een aanzienlijk aantal niet genoten vakantiedagen. In de wet is geregeld dat een werknemer in dat geval recht heeft op uitbetaling van zijn niet genoten vakantiedagen. Maar hoeveel is één vakantiedag waard? Met andere woorden: welk bedrag dient een werkgever voor de niet genoten vakantiedagen uit te keren? Recentelijk heeft de rechtbank Amsterdam (LJN: BW1486) zich hierover uitgelaten.

Juridisch kader

In de wet is geregeld dat de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen gelijk moet zijn aan het bedrag van het laatstverdiende loon over de periode overeenkomstig de nog openstaande vakantie (artikel 7:641 BW). Anders gezegd: één vakantiedag is één dag loon waard. Wat onder het ‘laatstverdiende loon’ moet worden verstaan is niet in de wet geregeld. Volgens de Hoge Raad moet onder het laatstverdiende loon in de zin van artikel 7:641 BW worden verstaan: het gehele tussen werkgever en werknemer overeengekomen loon. Wat het gehele tussen werkgever en werknemer overeenkomen loon precies is en welke emolumenten daaronder vallen, is door de Hoge Raad niet benoemd.

Ook het Europese Hof heeft zich uitgesproken over het uitbetalen van niet genoten vakantiedagen bij einde dienstverband. Volgens het Europese Hof heeft een werknemer tijdens zijn vakantie recht op zijn normale loon en is de hoogte van dit loon tijdens vakantie, bepalend voor de hoogte van zijn vergoeding voor niet genoten vakantiedagen na einde dienstverband. Onder dit zogenaamde ‘vakantieloon’ moet naar het oordeel van het Europese Hof niet alleen het basissalaris van de werknemer worden begrepen maar alle componenten die intrinsiek samenhangen met de taken van de werknemer en waarvoor hij een financiële vergoeding ontvangt. Kortom: is sprake van een intrinsiek verband tussen de taken van de werknemer en de beloning die hij daarvoor ontvangt, dan moet dit beloningscomponent in de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen worden betrokken. Het is volgens het Europese Hof aan de nationale rechter om dit intrinsieke verband vast te stellen.

Uitspraak rechtbank Amsterdam

In de zaak die speelde bij de rechtbank Amsterdam had de werknemer bij het einde van zijn dienstverband nog 628 openstaande vakantie-uren. De werkgever had hem daarvoor een vergoeding betaald overeenkomstig zijn vaste salaris vermeerderd met 8% vakantietoeslag. De werknemer betoogde dat zijn werkgever had verzuimd zijn (structurele) bonus en het werkgeversdeel pensioenpremie in deze vergoeding te betrekken.

De werknemer ontving ieder jaar een substantiële bonus, waarvan de hoogte afhankelijk was van zowel zijn eigen prestaties als die van zijn team. Naar het oordeel van de kantonrechter vormde de bonus daarmee een vergoeding voor de aan de werknemer opgedragen taken en kon worden gesproken van een intrinsiek verband tussen de beloning en de opgedragen taken. Dit betekende naar het oordeel van de kantonrechter dat de (gemiddelde) bonus moest worden betrokken in de vergoeding voor zijn niet genoten vakantiedagen.

Ten aanzien van het werkgeversdeel pensioenpremie overwoog de  kantonrechter dat als de werknemer zijn vakantiedagen zou hebben opgenomen toen hij nog in dienst was, de werkgever tijdens deze periode het werkgeversdeel pensioenpremie zou hebben doorbetaald. Aangezien in de Europese rechtspraak is bepaald dat een werknemer bij de uitbetaling van zijn vakantiedagen niet in een nadeligere positie mag komen te verkeren dan wanneer hij zijn vakantiedagen tijdens zijn dienstverband zou hebben opgenomen, oordeelde de kantonrechter dat het werkgeversdeel pensioenpremie in de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen moest worden betrokken.

Conclusie

Terwijl in eerdere rechtspraak al eens is bepaald dat een dertiende maand en een ploegentoeslag in de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen moet worden betrokken, kan uit bovengenoemde uitspraak van de kantonrechter Amsterdam worden afgeleid dat ook het werkgeversdeel pensioenpremie en onder omstandigheden een bonus, in de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen moet worden meegenomen. Voor wat betreft het werkgeversdeel pensioenpremie plaats ik hierbij overigens mijn vraagtekens. Weliswaar zal een werkgever de pensioenpremie doorbetalen indien een werknemer zijn vakantiedagen tijdens zijn dienstverband opneemt, maar feitelijk zal de werknemer zijn pensioendeelneming door de uitdiensttreding niet voortzetten, waardoor het werkgeversdeel pensioenpremie vanaf datum uitdiensttreding geen pensioenbestemming kent. Daarnaast vraag ik me af of de vereiste intrinsieke samenhang met de taken van de werknemer ten aanzien van het werkgeversdeel pensioenpremie wel verondersteld mag worden. De kantonrechter Amsterdam heeft zich over dit laatste niet uitgelaten.

In de praktijk blijkt dat werkgevers vaak alleen het basissalaris van de werknemer vermeerderd met 8% vakantietoeslag tot uitgangpunt nemen voor de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen. Dat is niet in lijn met de zojuist besproken rechtspraak en brengt het risico met zich dat de werknemer achteraf een loonvordering instelt. In het kader van een vaststellingsovereenkomst kunnen hierover afspraken worden gemaakt waarbij in de praktijk met regelmaat wordt overeengekomen - bijvoorbeeld met het oog op een vrijstelling van werkzaamheden - dat de niet genoten vakantiedagen als opgenomen worden beschouwd en derhalve niet verzilverd.