Uitbetaling vakantiedagen: telt pensioenpremie mee?

13 januari 2026

Bij het einde van de arbeidsovereenkomst worden niet-opgenomen vakantiedagen uitbetaald. Maar welke loonbestanddelen daarbij moeten worden meegenomen, is niet altijd even duidelijk. Dat geldt ook voor het werkgeversdeel van de pensioenpremie. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft zich op 9 december 2025 over dit onderwerp uitgesproken. Het hof oordeelt dat het werkgeversdeel van de pensioenpremie niet meetelt bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen. De vraag is echter in hoeverre deze benadering aansluit bij de Europese rechtspraak over de waarde van vakantiedagen.  

Frédérique Hoppers
Frédérique Hoppers
Advocaat - Partner
In dit artikel

Uitbetaling niet-opgenomen vakantiedagen 

Wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt, heeft de werknemer op grond van de Nederlandse wet recht op een uitkering in geld ter hoogte van het loon over een tijdvak dat overeenkomt met de niet-genoten vakantie. De reikwijdte van dat loonbegrip staat echter ter discussie. 

Het Europese loonbegrip is namelijk ruimer dan het Nederlandse loonbegrip. Het Hof van Justitie van de EU heeft herhaaldelijk geoordeeld dat een werknemer door het opnemen van vakantie geen financieel nadeel mag ondervinden. Het vakantieloon moet daarom bestaan uit het vaste loon én uit loonbestanddelen die samenhangen met de opgedragen werkzaamheden. Dat roept de vraag op of het werkgeversdeel van de pensioenpremie daarbij ook moet worden meegenomen, als onderdeel van het loon dat de werknemer over deze periode zou hebben ontvangen. Deze vraag stond centraal bij het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 9 december 2025.

Arrest Hof Arnhem-Leeuwarden 9 december 2025

Het hof stelt vast dat partijen het op hoofdlijnen eens zijn. Bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen moet worden aangesloten bij het loon dat de werknemer zou hebben ontvangen als hij deze dagen tijdens het dienstverband had opgenomen, waarbij een ruim loonbegrip geldt. Het geschil beperkt zich daarmee tot de vraag: hoort ook het werkgeversdeel van de pensioenpremie tot dat loon? 

Volgens het hof is dat niet het geval. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie is geen loon dat aan de werknemer wordt betaald, maar een bijdrage die de werkgever afdraagt aan een pensioenfonds. De werknemer heeft gedurende het dienstverband geen aanspraak op uitbetaling van dit bedrag en kan daar ook niet vrij over beschikken. Eventuele pensioenschade vloeit volgens het hof niet voort uit het niet opnemen van vakantiedagen, maar uit het eindigen van de arbeidsovereenkomst. Daarbij wijst het hof erop dat het Europese vakantierecht niet verlangt dat de financiële vergoeding voor niet-opgenomen vakantiedagen hoger is dan het loon dat tijdens vakantie zou zijn doorbetaald. Een dergelijke hogere vergoeding zou zelfs een prikkel kunnen vormen om vakantiedagen op te sparen, wat niet past bij het recuperatiedoel van het vakantierecht. 

De uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden past in een lijn die sinds 2018 in de Nederlandse rechtspraak zichtbaar is. Waar rechters daarvoor nog uiteenlopend oordeelden over de vraag of het werkgeversdeel van de pensioenpremie moest worden meegenomen bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen, wordt dit loonbestanddeel sinds enkele jaren in toenemende mate buiten beschouwing gelaten. In een eerder Dirkzwager-blog is deze ontwikkeling al geschetst. Het arrest van 9 december 2025 bevestigt dat deze benadering inmiddels bestendig is in de Nederlandse rechtspraak. 

In strijd met het Europese vakantierecht?

Feit is dat volgens de Nederlandse rechtspraak de werkgever bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen geen werkgeverspensioenpremie afdraagt, terwijl over hetzelfde loon bij het verrichten van werkzaamheden of het opnemen van vakantiedagen wél pensioenpremie is verschuldigd. Uitgaande van deze nationale benadering ontstaat daarmee een verschil tussen de beloning die de werknemer ontvangt tijdens het dienstverband en de vergoeding die hij ontvangt bij de afwikkeling van niet-opgenomen vakantiedagen. 

De vraag is of dit verschil in overeenstemming is met de Europese zienswijze. Daaruit volgt dat de werknemer bij de financiële afwikkeling van vakantie in een situatie moet worden gebracht die vergelijkbaar is met die waarin hij zou hebben verkeerd als hij zijn vakantie tijdens het dienstverband had opgenomen. Juist het ontbreken van pensioenafdracht bij de uitbetaling van vakantiedagen kan maken dat van een volledig vergelijkbare beloningssituatie geen sprake is. 

Als argumenten voor het buiten beschouwing laten van het werkgeversdeel van de pensioenpremie komen in de Nederlandse rechtspraak vaak dezelfde punten terug. In de eerste plaats wordt benadrukt dat de pensioenpremie niet rechtstreeks aan de werknemer wordt betaald, maar wordt afgedragen aan een pensioenfonds of pensioenverzekeraar. In de tweede plaats geldt dat de werknemer niet vrij over dit bedrag kan beschikken en het niet voor andere doeleinden kan aanwenden. Vanuit die invalshoek wordt de werkgeversbijdrage niet gezien als loon dat bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen moet worden betrokken. 

Daarnaast speelt het recuperatie-argument een rol. Het Hof Arnhem-Leeuwarden wijst erop dat het vakantierecht tot doel heeft werknemers in staat te stellen te herstellen van hun werkzaamheden, zonder dat zij daarvan financieel nadeel ondervinden. Als niet-opgenomen vakantiedagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst tegen een hogere waarde kunnen worden verzilverd dan vakantiedagen die tijdens het dienstverband worden opgenomen, kan dat volgens het hof juist een prikkel vormen om vakantie op te sparen. Dat zou haaks staan op het doel van het vakantierecht. In de Europese rechtspraak staat echter niet de wijze van uitbetaling of de bestedingsvrijheid centraal, maar de vraag of de werknemer bij de financiële afwikkeling van vakantie wordt geplaatst in een situatie die qua beloning vergelijkbaar is met die waarin hij zou hebben verkeerd als hij zijn vakantie tijdens het dienstverband had opgenomen.  

Afsluiting

Voorlopig biedt de Nederlandse rechtspraak werkgevers houvast bij de uitbetaling van niet-opgenomen vakantiedagen. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie hoeft daarbij, volgens de huidige lijn, niet te worden meegenomen. Tegelijkertijd laat de Europese rechtspraak ruimte voor discussie. Of deze Nederlandse benadering uiteindelijk overeind blijft, zullen we moeten afwachten. Voor zover ons bekend, is dit specifiek vraagstuk op Europees niveau nog niet voorgelegd.

Gerelateerd

No posts found