Zoeken
  1. Vakantiewetgeving onwetting. En nu?

Vakantiewetgeving onwetting. En nu?

Zoals inmiddels in HRM-land bekend, heeft het Europese Hof van Justitie op 20 januari 2009 een arrest gewezen waaruit volgt dat werknemers recht hebben op méér vakantiedagen dan de Nederlandse vakantiedagenwetgeving voorschrijft. In de dagelijkse praktijk leeft nu bij werkgevers en werknemers de vraag vanaf welk moment zieke werknemers recht hebben op deze extra vakantiedagen.Vakantiedagen in NederlandIk roep kort in herinnering het Nederlandse systeem van vakantiedagenopbouw. Onder Nederland...
Auteur artikelDirkzwager
Gepubliceerd06 april 2009
Laatst gewijzigd06 april 2009
Leestijd 
Zoals inmiddels in HRM-land bekend, heeft het Europese Hof van Justitie op 20 januari 2009 een arrest gewezen waaruit volgt dat werknemers recht hebben op méér vakantiedagen dan de Nederlandse vakantiedagenwetgeving voorschrijft. In de dagelijkse praktijk leeft nu bij werkgevers en werknemers de vraag vanaf welk moment zieke werknemers recht hebben op deze extra vakantiedagen.

Vakantiedagen in Nederland
Ik roep kort in herinnering het Nederlandse systeem van vakantiedagenopbouw. Onder Nederlands recht krijgt een werknemer per jaar minimaal vier weken vakantie. Bij een fulltime dienstverband zijn dat dus 20 vakantiedagen, bij een arbeidsovereenkomst voor 80% 16 dagen. Dit zijn de “wettelijke vakantiedagen”. In de praktijk schrijft vrijwel iedere CAO een groter aantal dagen voor of worden in individuele afspraken meer dagen toegekend. Deze meerdere dagen worden ook wel de “bovenwettelijke vakantiedagen” genoemd.

De meeste werknemers die ziek zijn krijgen juist minder vakantiedagen:
- een volledig zieke werknemer bouwt gedurende zes maanden vakantiedagen op (ook bij twee jaar ziekte);
- een gedeeltelijk zieke werknemer bouwt alleen vakantiedagen op over de door hem gewerkte uren (en verder helemaal niet).

Botsing met Europees recht
In een Europese Richtlijn uit 2003 is geregeld dat een werknemer minstens vier weken per jaar met vakantie moet kunnen. Dit is zoals gezegd dus ook in Nederland de hoofdregel. De vakantie van een zieke werknemer leek verder niet Europees geregeld, maar dat is nu veranderd. In twee zaken over Brits en Duits recht heeft het Europese Hof bepaald dat het in de Richtlijn uit 2003 opgenomen jaarlijkse recht op vakantie een “bijzonder belangrijk beginsel van communautair recht” is. Het Europese minimum van vier weken vakantie per jaar moet dan ook onvoorwaardelijk gelden voor alle werknemers, waaronder zieke werknemers, aldus expliciet het Hof. Er is geen twijfel over dat het Nederlands recht met deze uitspraak strijdig is.

Wat nu te doen?
Kan nu dus iedere zieke werknemer in uw onderneming – met deze Europese uitspraak in de hand – claimen dat hij op basis van de Richtlijn uit 2003 per jaar minstens vier weken vakantie opbouwt? En kan een werknemer die in 2004 en 2005 anderhalf jaar ziek was opeisen dat hij zijn destijds te weinig toegekende vakantiedagen alsnog krijgt?

Als hoofdregel geldt dat een Europese Richtlijn eerst moet worden omgezet worden in nationaal recht voor een burger zich daarop kan beroepen. Als een nationale overheid de Richtlijn onjuist of te laat implementeert – zoals nu in Nederland voor de vakantiedagen het geval is – dan kan op deze Richtlijn wél een beroep worden gedaan, maar alleen door de burger tegen deze nationale overheid. Twee private partijen kunnen zich tegen elkaar niet op de Richtlijn beroepen en een werknemer kan dus niet bij zijn (private) werkgever méér vakantiedagen claimen dan nu nog in de Nederlandse wet staat. Dat kan pas als de Richtlijn daadwerkelijk in de Nederlandse wet is opgenomen. Onder omstandigheden kan een rechter de Nederlandse wet wel zogenoemd “richtlijn-conform interpreteren”, maar afwijken van de wet kan ook de rechter niet. En de Nederlandse wet is duidelijk: de zieke werknemer bouwt verminderd vakantiedagen op.

Conclusie
Voor de vakantiedagen van zieke werknemers lijkt een wetswijziging onontkoombaar, maar tot dat moment kunt u – als u een private werkgever bent – gewoon de “oude” Nederlandse regels hanteren.