1. Home
  2. Kennis
  3. Artikelen
  4. verdwenen pakketten leiden ontslag chauffeur in

Arbeidsrecht en Transport (2): verdwenen pakketten leiden ontslag chauffeur in

Arbeidsrecht en de transportsector is en blijft een intrigerende en interessante combinatie: het ‘leeft’ in de sector. Laatstelijk werd een chauffeur ontslagen op grond van de niet vaak voorkomende h-grond. Wat was er aan de hand?
Leestijd 
Auteur artikel Stefan Kleijer
Gepubliceerd 25 november 2021
Laatst gewijzigd 25 november 2021
 

Feiten

De zaak ging over een chauffeur die pakketten bezorgde. Werknemer was bij werkgever werkzaam op basis van een oproepovereenkomst. Werkgever had maar één opdrachtgever. De klanten van deze opdrachtgever dienden op een gegeven moment veel klachten in over het niet ontvangen van pakketten. Het ging om pakketten op de route van werknemer. Opdrachtgever besloot een onderzoek in te stellen, heeft werknemer gehoord en werknemer uiteindelijk in het Norm Overtreding Register opgenomen, met als gevolg dat werknemer geen werkzaamheden meer mocht verrichten voor opdrachtgever. Werkgever besloot werknemer niet meer op te roepen en dus ook geen salaris meer uit te betalen.

Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet en een veroordeling tot betaling van salaris (primair) en een veroordeling tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en vakantiegeld (subsidiair).

Oordeel

Primair en subsidiair

De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar van een voorovereenkomst. Hierdoor is er na iedere oproep van werkgever tot het verrichten van werkzaamheden die door werknemer is aanvaard en feitelijk uitgevoerd, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ontstaan. Dat betekent dat er op enig moment sprake was van een vierde arbeidsovereenkomst waardoor de laatste arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Verder kon het ontslag op staande voet niet vernietigd worden, omdat er geen sprake was van een ontslag op staande voet. Werknemer is alleen medegedeeld dat hij niet meer ingezet kon worden, nu de enige opdrachtgever hem niet meer toeliet.

Ook de (door)betaling van salaris kon niet worden toegewezen. Op grond van artikel 7:628 lid 1 BW heeft de werknemer recht op loon, ook al verricht de werknemer de overeengekomen werkzaamheden niet of slechts gedeeltelijk. Dit is anders indien het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen werkzaamheden in redelijkheid voor rekening van de werknemer dient te komen en dat was hier het geval. Zowel het onderzoek als (tegenstrijdige) verklaringen van werknemer deden hem de das om.

Voorwaardelijk tegenverzoek

De kantonrechter diende te oordelen over het voorwaardelijk tegenverzoek van werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Werkgever voerde ten aanzien van dit voorwaardelijk tegenverzoek de e-grond, g-grond en h-grond aan.

E-grond en g-grond niet toegewezen
Hoewel werknemer de schijn tegen zich had, kon niet met zekerheid worden gezegd dat hij alle pakketten had gestolen of had laten stelen waardoor de e-grond niet aan de orde was. Ook de g-grond werd niet aangenomen. Voorstelbaar was weliswaar dat de arbeidsrelatie verstoord was omdat het vertrouwen van werkgever in werknemer er niet meer was, maar omdat niet vaststaat dat werknemer de pakketten daadwerkelijk heeft meegenomen bestaat de mogelijkheid dat het gebrek aan vertrouwen onterecht is.

H-grond wel toegewezen
De arbeidsovereenkomst is een ‘lege huls’ geworden, aangezien de werknemer niet meer te werk gesteld kan worden bij de enige opdrachtgever. Dat herplaatsing in een andere passende functie bij werkgever tot de mogelijkheden behoort is niet gesteld noch gebleken. Van werkgever kan onder deze omstandigheden dan ook niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren waardoor de h-grond werd toegewezen.

Afsluitend

Dat werknemer niet langer werkzaam kon blijven bij werkgever voelde ook de kantonrechter aan, maar achtte de e- of g-grond daarvoor niet 'de meest passende optie':

‘De kantonrechter acht daarom de h-grond de meest passende grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.’

Hieruit kan worden afgeleid dat de kantonrechter ook de e- en g-grond op zichzelf passend achtte maar simpelweg de h-grond geschikter vond. De in de praktijk weinig gebruikte h-grond kwam derhalve als geroepen.