Zoeken
  1. Verplaatsen van een buitenlandse beleggings-BV naar Nederland

Verplaatsen van een buitenlandse beleggings-BV naar Nederland

In het verleden hebben in Nederland woonachtige directeur/grootaandeelhouders hun Nederlandse besloten vennootschappen (hierna: BV’s) met beleggingsvermogen verplaatst naar het buitenland. Deze verplaatsing had meestal als achtergrond een besparing van Nederlandse heffing van vennootschapsbelasting of een toekomstige emigratie van de aandeelhouder naar het buitenland. Onder omstandigheden kan het aantrekkelijk zijn de BV weer terug te verplaatsen naar Nederland.
Artikel | 27 februari 2019 | Lex van Noordenburg

Achtergrond

In het verleden is door directeur/grootaandeelhouders nogal eens de keuze gemaakt de beleggings-BV te verplaatsen naar een land waar het vennootschapsbelastingtarief aanmerkelijk lager was dan in Nederland (25%). Onder andere Curaçao was een fiscaal aantrekkelijke bestemming. Met het oog op de verplaatsing werd het bestuur van de BV in Nederland vervangen door een of meerdere bestuurders woonachtig in het buitenland. De voormalige directeur mocht vanaf dat moment geen enkele bemoeienis meer hebben met de (feitelijke) leiding van de BV. In Nederland werd door de BV met de Belastingdienst afgerekend. Op basis van belastingverdragen en andere regelingen ging door de bestuurswijziging de bevoegdheid tot heffing van belastingheffing over de winst van de BV over naar het buitenland. In voorkomende gevallen bedroeg het tarief van de belasting na de verplaatsing nog maar enkele procenten of zelfs nihil.
De grootaandeelhouder/natuurlijke persoon van de BV in Nederland neemt in zijn of haar belastingaangifte voor de inkomstenbelasting in box 2 (belastingtarief thans 25%) een zogenaamd forfaitair dividend in aanmerking. Het forfaitaire dividend bedraagt thans 5,6% van de waarde in het economische verkeer van de aandelen van de beleggings-BV aan het begin van het kalenderjaar. Feitelijk door de beleggings-BV uitgekeerd dividend komt weliswaar op het forfaitaire dividend in mindering, maar wordt wel bij de aandeelhouder belast in box 2. In de wet is een regeling opgenomen die dubbele belastingheffing in de toekomst voorkomt.


Terugkeer naar Nederland

In de praktijk vangen wij nog wel eens geluiden op dat de in Nederland woonachtige grootaandeelhouder graag weer de volledige controle over het bestuur van de BV zou willen hebben. Hieraan kunnen meerdere argumenten ten grondslag liggen, zoals ontevredenheid over het bestuur in het buitenland, hoge beheers- en bestuurskosten in het buitenland of de wens zelf weer uitvoering te willen geven aan het beleggingsbeleid van de BV. Een andere ontwikkeling is dat in de fiscale wetgeving en jurisprudentie de voorwaarden waaronder de Nederlandse Belastingdienst blijft accepteren dat de BV voor de heffing van vennootschapsbelasting in het buitenland is gevestigd, steeds strenger dreigen worden.

Een wijziging van het buitenlandse bestuur van de BV naar de grootaandeelhouder in Nederland zal tot gevolg hebben dat de BV over haar winst voor heffing van vennootschapsbelasting weer volledig belastingplichtig wordt in Nederland. Dat vindt niet elke Nederlandse grootaandeelhouder een aantrekkelijke optie.

In voorkomende gevallen kan bij een zorgvuldig geplande terugkeer van de beleggings-BV vanuit het buitenland naar Nederland de heffing van vennootschapsbelasting over de jaarlijkse beleggingsresultaten nihil blijven. In dat geval wordt gebruik gemaakt van de wettelijke status van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI-status). Aan de VBI-status zijn bijzondere voorwaarden verbonden waaraan voorafgaande aan de terugkeer naar Nederland moet zijn voldaan. Dit betreft onder andere de rechtsvorm (geen BV maar een NV), het beleggingsbeleid en meerdere aandeelhouders (collectief beleggen).

Voor de inkomstenbelasting zullen de aandeelhouders van de NV een forfaitair dividend in box 2 moeten aangeven zoals hiervoor is beschreven. 

In de Nederlandse wetgeving is een bepaling opgenomen dat voor het aanmerkelijk belang in box 2 bij de aandeelhouder een fiscale afrekening moet plaatsvinden over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale verkrijgingsprijs van de door hem gehouden aandelen, zodra de beleggingsvennootschap de fiscale status krijgt van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI). Bij een zorgvuldige planning kan die belastingheffing bij de omvorming van een buitenlandse beleggings-BV naar een Nederlandse VBI-NV gevolgd door een verplaatsing naar Nederland achterwege blijven.

De conclusie is dat onder bepaalde omstandigheden met een zorgvuldige voorbereiding de in het buitenland gevestigde beleggings-BV zonder directe belastingheffing terug naar Nederland gehaald kan worden.

Mocht u de behoefte hebben uw in het buitenland gevestigde beleggings-BV terug te halen naar Nederland, dan kan een onderzoek naar de fiscale mogelijkheden in uw situatie wellicht uitkomst bieden.