Zoeken
  1. Volledige loonstop bij weigering passende arbeid

Volledige loonstop bij weigering passende arbeid

Het salaris van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer kan volledig worden stopgezet indien hij weigert passende arbeid te verrichten, althans volgens de kantonrechter Groningen. Dit is een opvallende uitspraak, daar de kantonrechter Utrecht alsmede het Hof Amsterdam  eerder juist hebben geoordeeld dat de loonsanctie enkel betrekking kan hebben op het gedeelte dat de werknemer arbeidsgeschikt is en dus in staat is om te werken. De kantonrechter Groningen denkt hier, onder verwijzing na...
Auteur artikelRenate Peijs-Schoester (uit dienst)
Gepubliceerd02 mei 2013
Laatst gewijzigd02 mei 2013
Leestijd 
Het salaris van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer kan volledig worden stopgezet indien hij weigert passende arbeid te verrichten, althans volgens de kantonrechter Groningen. Dit is een opvallende uitspraak, daar de kantonrechter Utrecht alsmede het Hof Amsterdam  eerder juist hebben geoordeeld dat de loonsanctie enkel betrekking kan hebben op het gedeelte dat de werknemer arbeidsgeschikt is en dus in staat is om te werken. De kantonrechter Groningen denkt hier, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, anders over.

In onderhavige zaak had de bedrijfsarts vastgesteld dat de werknemer, die vóór zijn ziekte 40 uur per week werkzaam was, voor 2 uur per dag passend werk kon verrichten. De werknemer weigerde voor 2 uur per dag het werk te hervatten, waarna de werkgever de volledige loondoorbetaling stopzette. De hoofdvraag in deze zaak was of de loonstopzetting ex artikel 7:629 lid 3 sub c BW uitsluitend betrekking heeft op de uren waartoe de werknemer in staat wordt geacht te werken of dat op grond hiervan het volledige loon kan worden stopgezet.    

De kantonrechter Groningen komt – anders dan de kantonrechter Utrecht en het Hof Amsterdam - tot het oordeel dat het laatste het geval is en dus het gehele loon kan worden stopgezet. Hierbij verwijst de kantonrechter naar de memorie van toelichting bij de Wulbz (Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte).  Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de loonsanctie ex artikel 7:629 lid 3 BW ziet op het volledige verlies van loonbetaling. Alleen in situaties waarin het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan dit anders zijn. Het feit dat de wet spreekt over de tijd gedurende welke de werknemer de passende arbeid niet verricht, moet aldus worden uitgelegd dat met het woord “tijd” wordt bedoeld de periode waarin het gedrag van de werknemer plaatsvindt. De kantonrechter overweegt aanvullend dat als de loonstop slechts betrekking zou hebben op het aantal uren waartoe een werknemer in staat werd geacht passend werk te verrichten, de sanctie voor een belangrijk deel zijn effect zou verliezen. Het doel van de sanctie is immers om de werknemer te prikkelen om te gaan werken opdat hij zo snel mogelijk volledig hersteld zal zijn. Wanneer er niet op therapeutische basis zou worden gewerkt, duurt de arbeidsongeschiktheid langer voort en wordt er niets aan gedeeltelijke werkhervatting gedaan, terwijl de werknemer daartoe wel in staat is.

Ik kan mij goed in de uitspraak van de kantonrechter Groningen vinden, mede gelet op het doel van de loonsanctie. Indien de werknemer voor enkele uren per week passende arbeid kan verrichten maar dit weigert, dan kan een loonsanctie voor een paar uur per week onvoldoende afschrikwekkend werken. Ook de uitleg van de woorden “gedurende de tijd” in de wettekst acht ik een aannemelijke uitleg. Ik ben benieuwd of meer rechters deze uitleg gaan volgen en zal u op de hoogte houden.